• blad nr 11
  • 1-6-2002
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Sorry

Sigrid is een getalenteerde eerstejaars. Het lesgeven zit haar in het bloed. Ze hoeft maar voor de klas te gaan staan of de klas valt stil. Haar verrassende inleidingen, twinkelende ogen en humoristische wendingen maken dat de leerlingen op het puntje van hun stoel zitten. Haar lessen verlopen dan ook soepel. Behalve bij rekenen. Sigrid heeft zichzelf wijsgemaakt dat ze niets kan op dit gebied. Helemaal niets. Ze blokkeert al bij de simpelste som. Dan belt ze 's avonds bij het voorbereiden van de les in paniek haar mentor. Dan wacht ze mij als ik haar op de stageschool bezoek, al op bij de deur. "O, ik ben zo zenuwachtig. Ik begrijp het echt niet. Ik kon er vroeger ook helemaal niets van. Als er straks een leerling met een andere rekenstrategie komt, ben ik nergens meer. Gelukkig heb jij ons geleerd op de opleiding dat het niet erg is als een juf niet alles weet. Dat je zoiets gewoon toe kan geven. Dat je gewoon sorry moet zeggen. Nou dat ga ik zo meteen ook gewoon doen hoor.' Terwijl ik haar les volg, vraag ik me af of ik wel wist wat ik deed toen ik deze raadgeving aan de studenten meegaf. Sigrid levert zichzelf van meet af aan uit. 'Ik kan dus he-le-maal niets', grinnikt ze olijk. 'Ik heb gisteravond met grote ogen naar al deze sommen zitten kijken maar ik snap er niets van. Dus ik dacht bij mezelf... misschien kunnen jullie mij leren hoe het moet in plaats van dat ik het jullie leer.' Er staat verbazing op de gezichten van de leerlingen te lezen maar ze mogen haar graag en doen dus hun uiterste best. De eerste twee sommen worden keurig door een leerling aan haar uitgelegd. Snapt ze het? Ze zegt dat ze het snapt al doet haar gezichtsuitdrukking anders vermoeden. Hier en daar verschijnen ongelovige en lacherige grijnzen op de gezichten. Dan komt er een lief aarzelend jongetje naar voren die haar de derde som uitlegt. Halverwege de som neemt zijn verhaal een fatale wending. Er komt een duizendtal als antwoord terwijl het een honderdduizendtal moet zijn. Ik zie aan Sigrid dat het antwoord haar bevreemdt. Ze kijkt nog eens en nog eens. Helaas durft ze het niet hardop na te rekenen. Helaas vraagt ze niet aan de klas of ze denken dat het zo goed is. Sigrid besluit om het hierbij te laten. Ze bedankt het jongetje hartelijk. Nu verschijnen er fronsen op voorhoofden van een aantal leerlingen, er klinkt gemompel. Sigrid wijst de vierde som aan. Dit wordt een aantal tienjarigen te gortig. Ze draaien zich om naar hun juf en wijzen en sissen. Deze onderbreekt vriendelijk de les en wijst op het verkeerde antwoord op het bord. 'Sorry, sorry, sorry', zegt Sigrid terwijl ze kleurt tot in haar nek.
Bij de nabespreking zeg ik haar dat dit niet helemaal was wat ik voor ogen had. 'Wat ik bedoelde te zeggen is dat je niet moet doen alsof je onfeilbaar bent', zeg ik. Sigrid knikt grinnikend. Ze heeft het begrepen.
Diezelfde dag nog kom ik Martha tegen. Martha is de mentor van een andere student. Ik ken haar al een tijdje. Martha staat al dertig jaar voor de klas. Martha is oppermachtig. Er is in al die jaren geen kleuter geweest die met succes haar macht getart heeft. Martha weet derhalve alles zeker. Als ik haar hoor weet ik ineens waarom ik lessen over vermeende onfeilbaarheid ook al weer belangrijk vond. Martha spreekt rustig over de gezinsomstandigheden van een kind als dat kind binnen gehoorsafstand staat. 'Nou dat is me ook een mooie boel daar...' Ook presteert ze het om een kind over de bol te aaien terwijl ze zich tegelijk openlijk verbaast over de kleren die het kind aan heeft. 'Ach Jorrit toch wat heb je nu dan aangetrokken?' of 'je moet je moeder toch eens vragen of ze daar niet een andere kleur trui bij heeft'. Fouten maakt ze niet. Mocht er per ongeluk toch eentje gemaakt zijn dan is dat immer de schuld van de ander. Haar collega's, de ouders, desnoods het kind zelf.

In het boek Bidden wij voor Owen Meany van John Irving komt ook een Martha voor. Zij heet juf Walters en geeft les op een zondagsschool. Om de haverklap verlaat zij de klas. Tijdens haar afwezigheid wordt de nogal klein uitgevallen Owen Meany zeer tegen zijn zin in door zijn klasgenootjes omhoog getild en onder luid gejoel aan elkaar doorgegeven. Het is een terugkerend ritueel en behalve Owen Meany beleeft iedereen er veel lol aan. Elke keer als juffrouw Walters terugkeert, ontsteekt zij in razernij en beveelt zij Owen Meany op besliste toon om on-mid-del-lijk naar beneden te komen. Martha heeft een soortgelijke benadering ontwikkeld. Tijdens het gesprek met mij loopt zij pardoes een meisje ondersteboven. Het meisje kukelt op de grond en blijft daar verschrikt liggen. Martha bedenkt zich geen moment en zet het meisje weer op haar benen alsof het een omver gevallen kever betreft. 'Ach Malou toch', troost Martha op haar allerhartelijkst, 'nou loop je daar zomaar tegen de arm van de juf aan. Hoe kan dat nou? Heb je je zeer gedaan? Nee? Wel beter uitkijken in vervolg hoor.'
Kleurde Martha maar eens tot achter haar oren.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.