- blad nr 11
- 1-6-2002
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Nederlandse leraar verdient weinig
Met de vondst om voor leraren een soort stukloon uit te rekenen, weet Waterreus in de studie Incentives in secondary education: an international comparison veel vergelijkingsproblemen te omzeilen. Het was al langer bekend dat leraren hier meer leerlingen voor hun neus hebben en dat zij meer uren maken dan hun collega's over de grens. Maar een heldere maatstaf om al die verschillen te ontrafelen ontbrak tot nu toe. De dollars per leerling per uur maken een goede vergelijking nu wel mogelijk.
Nederland komt er slecht af. Voor leraren in schaal 12 pakt de vergelijking weliswaar beter uit - drie dollar per leerling per uur, maar ook dat steekt nog schril af bij de andere onderzochte westerse landen. Bovendien, zo merkt Waterreus op, zit er maar een heel kleine groep in die beter betalende schaal. Daarbovenop komt nog dat Nederlandse leraren (net als in Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten) beduidend minder verdienen dan andere hoogopgeleiden, en dat is slecht voor de concurrentiepositie.
Logischerwijs zou de lezer dan een pleidooi verwachten voor een algehele salarisverhoging, maar Waterreus zoekt het meer in de bonussen. Een voltijdsbonus om deeltijders te verleiden meer uren te maken, een academicibonus om meer doctorandussen in het onderwijs te krijgen, een achterstandsbonus om het werken op achterstandsscholen aantrekkelijker te maken. Waarom bonussen in plaats van een forse salarisverhoging?
"Natuurlijk moeten de salarissen in het onderwijs concurrerend zijn met andere hoogopgeleiden", beaamt Waterreus. "Maar het effect daarvan zal pas op de langere termijn voelbaar worden. Wil je nu snel wat doen is het verstandig om met een beperkt budget met bonussen tekorten te lijf te gaan."