- blad nr 11
- 1-6-2002
- auteur M. Vermeulen
- Column
Multiple choice
De onverwachte politieke ontwikkeling in Nederland in het voorjaar van 2002 kan verklaard worden uit
A. De gefrustreerde hoop theorie: Het onvermogen van Paarse politici om de gunstige economische condities nog meer uit te buiten ter versterking van de kwaliteit van de publieke sector, waaronder het onderwijs. De oude socioloog Wertheim heeft ooit in een monumentale studie naar het ontstaan van revoluties, laten zien dat het volk meestal pas in opstand komt als het land door het diepste dal heen is. Er ontstaat dan hoop op spoedig herstel die eenvoudig te frustreren is. De verbeteringen gaan niet snel genoeg en dan breekt de pleuris pas goed uit. Nederland kroop begin jaren negentig uit een economisch en politiek dal, maar er bleven te veel beloften onvervuld. Het volk morde en strafte de politici genadeloos af.
B. De vermoorde onschuld theorie: De populist Fortuyn wist met kwalijk-eenvoudige oneliners over een te vol land en te slechte zorg grote groepen niet erg nadenkende burgers achter zich te krijgen. Daarmee gaf hij een onderstroming in de samenleving een stem die ontevreden is over van alles en nog wat en die achter deze rattenvanger aantrok. Fortuyns rol is uitermate onfris: hij is intelligent genoeg om te snappen wat het uitspreken van dergelijk oneliners voor electoraat aantrekt en kan zich dus (zelfs postuum) niet meer verschuilen achter 'dat 'ie het allemaal zo niet bedoeld heeft'. Er is wel sprake van een vermoorde lijsttrekker (een schandelijke daad) maar zeker niet van vermoorde onschuld aan LPF-zijde (een schandelijke verdraaiing van de werkelijkheid).
C. De rupsje-nooit-genoeg theorie: Werknemers in de publieke sector hebben door hun aanhoudende geklaag over gebrek aan van alles een klimaat geschapen waardoor het lijkt alsof de kwaliteit van zorg, onderwijs, veiligheid het niveau van de eerste en de beste bananenrepubliek niet weet te overstijgen. Daarmee leverden ze ongewild de munitie die politieke opportunisten handig gebruikten om sterk aan invloed te winnen en voor zichzelf interessante posities veilig te stellen.
D. De theorie van het gebrek aan opwinding in de polder: Paarse politici hebben op een aantal belangrijke onderwerpen weliswaar vooruitgang geboekt maar verzuimd dit zichtbaar te maken. Een serie allesverstikkende compromissen was vastgelegd in een regeerakkoord dat heilig verklaard werd. De politiek (in die dagen bekend als poldermodel) oogde aan de buitenkant zelfgenoegzaam, technocratisch en saai. Het volk snakte echter naar opwinding en sensatie zoals ze dat in hun videogames en tv-series dagelijks voorgeschoteld krijgen. Grote groepen burgers hebben amper een idee van de ongekende welvaart die ze kennen. Dit leidde tot een grenzeloos valsbewustzijn waar handige politici slim op inspeelden.
De Arnhemse toetstheoretici zullen ongetwijfeld bezwaar maken tegen deze vraag vanwege het feit dat de antwoorden onderling niet uitsluitend zijn (meerdere antwoorden zijn tegelijkertijd waar) en dat de lijst ook vast niet uitputtend is (er zijn nog veel meer verklaringen te bedenken).