- blad nr 11
- 1-6-2002
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
De titanenstrijd om het voortbestaan
Vanaf station Lunetten is het maar vijf minuten lopen naar de Utrechtse vestiging van het vavo (voortgezet algemeen volwassenenonderwijs). Twee Utrechtse meiden wijzen de weg, ze moeten er zelf ook heen. Het is een examendag, maar
dat is aan hun conversatie niet te merken. Die gaat vooral over de verregaande onbetrouwbaarheid van mannen.
Adjunct-directeur van Roc Utrecht, Toke de Bruin, verantwoordelijk voor de educatie, schetst de titanenstrijd om het voortbestaan van het vavo zonder enige stemverheffing. Vijfentwintig jaar geleden begon ze op de 'moedermavo'. "De doelgroep is inmiddels helemaal veranderd, verjongd vooral, de leeftijd van de cursisten ligt nu tussen de 18 en 23 jaar." Het profiel van de huidige tweedekanser is die van de jongere die op meerdere scholen gezeten heeft. "De meesten hebben juist ook veel persoonlijk sores."
Op het hoogtepunt van de moedermavo waren er 3000 cursisten in Utrecht. "Ik ben dat laatst nog eens nagegaan, dat was de tweede helft van de jaren tachtig. Op mavo, havo en vwo bij elkaar waren er toen 4200. In 1993 en 1994 was dat alweer geslonken naar 2023. Nu hebben we er 640, plus 82 in de schakelklas naar het mbo." De landelijke cijfers laten hetzelfde beeld zien, tussen 1992 en 2001 is er sprake van een drastische afname van 78.000 tot circa 27.000.
De Bruin weet nog heel goed hoe de vrouwen die in het begin het vavo bezochten, opbloeiden. "Het was echt emancipatie. Zo zie ik het nog steeds, maar dan voor een heel andere groep."
Zwartrijders
Sinds 1 januari 1996 is de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) van kracht en valt volwassenenonderwijs onder educatie. De roc's hebben educatie onder hun hoede, maar zijn voor de financiering daarvan volledig afhankelijk van het beleid van de gemeenten. Onder educatie valt namelijk ook het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal) en de alfabetiseringscursussen. De gemeente krijgt één pot geld, waardoor bijvoorbeeld de druk om de wachtlijsten bij het NT2-onderwijs in te korten, wel eens verkeerd uitpakte voor de tweedekansers. In de Evaluatie Web uit 2001 wordt al aangegeven dat sommige gemeenten ervoor kozen om hun educatiegelden uitsluitend te besteden aan NT2 en aan de lagere kwalificatieniveaus. Er bleven onvoldoende middelen voor drop-outs en autochtonen met een lage opleiding over. Vandaar dat een aantal roc's overging tot een afgeslankt vmbo/havo-aanbod. Zo besloot de gemeente Zeist aanvankelijk geen geld uit te geven aan vavo-onderwijs in Utrecht. De Bruin: "Cursisten uit Zeist hebben we eerst nog toegestaan als 'zwartrijders', maar dat was niet vol te houden. Er is voor hen toen een constructie bedacht waarbij ze zich konden aanmelden bij een school voor voortgezet onderwijs. Als ze jonger zijn dan 23 jaar, kunnen ze onder die vlag bij ons komen. Wij hebben inmiddels in Utrecht een samenwerkingscontract met deze scholen; het vavo ontvangt vanwege de detachering van personeel en het beschikbaar stellen van lokalen geld voor 140 van deze leerlingen. Ons grote voordeel ten opzichte van de reguliere scholen is toch dat wij maatwerk kunnen leveren."
De uitruil met het voortgezet onderwijs, die ook in andere steden wordt toegepast, staat het ministerie oogluikend en alleen onder bepaalde voorwaarden toe. Binnenkort hoopt Roc Utrecht een convenant af te sluiten met veertien omringende gemeenten op een soort fiftyfifty-basis. Toke de Bruin: "Ik heb daardoor het gevoel dat we in een kentering zitten, dat de dalende lijn gestopt is. Ook doordat de leeftijd voor de regionale opvang van schoolverlaters omhoog is gegaan naar 23, realiseren gemeenten zich dat het toch belangrijk is dat jongeren tenminste een startkwalificatie hebben. Het vooroordeel dat wij er vooral zijn voor de huisvrouw die een cursus Spaans komt doen, is inmiddels wat bijgesteld. Van onze kant hebben wij alle extra's zoals Latijn, Grieks en Spaans geschrapt."
Rome
Ligt het niet veel meer voor de hand dat deze jongeren naar het mbo gaan en een vak leren?
"Ik ben voorstander van het verstevigen van de beroepskolom, maar in mijn ogen moeten er twee wegen blijven die naar Rome leiden. Natuurlijk verwijzen wij nu veel meer leerlingen naar het mbo en we zorgen ook voor een schakelcursus, maar er zijn nu eenmaal jongeren die nog geen beroepskeuze hebben gemaakt of laatbloeiers zijn. Ik had vorige week een cursist, die was gestart op het gymnasium en tenslotte moest hij lbo doen. Hij kreeg weinig ondersteuning van huis uit en was ook wat dwarsig indertijd. Nu is hij twintig, heeft zijn havo en wil vwo-examen doen en dan gaan studeren. Ik vind dat hij die kans moet krijgen."
Er zijn allerlei particuliere scholen die dit soort leerlingen opleiden, zoals het Luzaccollege, kunnen ze daar niet terecht?
"Maar onze leerlingen behoren nu juist tot de minst draagkrachtigen. We hebben bijvoorbeeld een grote groep Marokkaanse en Turkse meisjes die het hier goed redden." Volgens De Bruin is het ook de specifieke aanpak van het vavo waarom leerlingen zich daar wel thuis voelen: "Hier worden ze als jonge volwassenen behandeld, ze zijn zelf verantwoordelijk, ze zijn niet langer kind. Helemaal nu met die profielen is het aantal uitvallers groter geworden. Natuurlijk is het zo dat ook het regulier onderwijs moet leren om maatwerk te leveren, maar ze kunnen daar nooit zover in gaan als wij."
Eigenlijk wil Toke de Bruin af van het eindeloze gehannes met al die gemeenten. "Utrecht zelf is heus wel overtuigd, maar ik word wel moedeloos als ik moet praten met ambtenaren uit kleinere gemeenten die er eigenlijk niets vanaf weten, of ik heb het net rond met een wethouder en hij wordt door de verkiezingen weer vervangen. Wij moeten ons geld halen bij de gemeenten, maar wij hebben een regionale functie."
De Bruin zou gewoon weer ouderwets haar geld uit Zoetermeer willen krijgen. Dat is ook het voorstel van de stuurgroep Evaluatie Web. "We zijn een basisvoorziening, een vangnet. Zie het als een ziekenhuis, die hoeven ook niet alle gemeenten af voor hun geld." Vanzelfsprekend moeten er goede afspraken liggen over wie er wel en wie niet wordt toegelaten, voor de toelating van zestien- en zeventienjarigen moet dispensatie gevraagd worden bij de leerplichtambtenaar. Landelijk maakt deze groep zo'n tien procent uit van het totaal aantal deelnemers.
Hoewel het nu wat beter lijkt te gaan is het bestaan van het vavo nooit vanzelfsprekend. "Er is altijd de dreiging van andere prioriteiten", zegt de adjunct-directeur. Daarbij moet het haar van het hart dat de Bve-raad, die hun belangen naar buiten toe moet verdedigen, niet zo hard heeft gelopen en van de AOb had ze ook wel wat meer ondersteuning kunnen gebruiken.
De stuurgroep Evaluatie Web zag ook het grote gebrek aan coördinatie van de gemeenten en vindt het efficiënter wanneer de roc's de inzet van het educatiebudget zelf coördineren. Ze worden dan verplicht om een regionale behoeftepeiling uit te voeren en in samenspraak met de gemeenten een meerjarig plan te maken. Zo neemt de onzekerheid van de instellingen af en kunnen ze weer een duurzamer onderwijs- en personeelsbeleid voeren. Plus, niet onbelangrijk, het bespaart onderhandelingstijd, niet alleen voor de roc's maar ook voor de gemeenten.
Peter van Essenvelth, werkzaam bij het Noorderpoortcollege in Groningen, weet nog waarom de gemeenten in 1994 het geld kregen voor de educatie. "Het was de bedoeling dat er een lokale controle zou komen over wie voor welke voorzieningen in aanmerking kwam. Vraaggestuurd onderwijs heet dat. In de praktijk bleek echter dat gemeenten daar helemaal geen zicht op hebben. Dan krijg je dus de kwestie wie bepaalt de behoefte, de gemeente of de cursisten die zich aanmelden?"
Laatste kans
Het Joke Smitcollege, behorend bij Roc Amsterdam, is met 1600 cursisten de grootste vavo-afdeling van Nederland en vormt een uitzondering op de regel. Volgens directeur Pieternel Roth worden zij juist erg gewaardeerd door de gemeente. "Tachtig procent van hen is allochtoon en heeft van alles meegemaakt, sommigen hebben tussendoor gewerkt. Er zijn natuurlijk afspraken gemaakt over instroom en rendement, maar aan de maatschappelijk relevantie van ons werk wordt volgens mij niet getwijfeld. Wij bieden een laatste kans voor 18-plussers om een startkwalificatie te halen en ik zeg altijd 'zolang er een Luzac is voor de beter gesitueerden, moet er ook een vavo zijn voor de minder bedeelden." Het team op het Joke Smitcollege, dat door Roth schertsend 'oude van dagenfabriek' wordt genoemd ("ik mag dat zeggen want ik ben de oudste") is langzaam meegegroeid met de volledig veranderde doelgroep. Roth: "Het is ongelooflijk hoe goed dat is gegaan. Het is tenslotte toch moeilijk om ze enerzijds als een volwassene aan te spreken, maar toch een stok achter de deur te houden dat ze blijven komen. De stok van de leerplicht hebben wij natuurlijk niet. Maar er zijn steeds weer nieuwe systemen bedacht om ze te blijven motiveren."
Roth ziet grote voordelen in het deel uitmaken van een roc. "Wij kunnen veel makkelijker dan vroeger leerlingen verwijzen naar het servicepunt, de doorstroom is verbeterd." Ze voelt zich weliswaar niet in haar positie bedreigd, maar is toch voorstander van een directe financiering: "Voor het vavo zou het prettig zijn wanneer dat geld dan geoormerkt is, dat zou ideaal zijn."
Opheffing
De sterke groei van het NT2-onderwijs en de weigering van een aantal gemeenten om nog geld uit te geven aan vavo, hebben nog niet geleid tot opheffing. Mieke de Haan, adviseur voor de Bve-raad heeft net een vergadering bijgewoond waar alle educatieafdelingen verzameld waren. "Het hangt weliswaar heel erg af van het beleid van de gemeente hoe de zaken ervoor staan, maar ik kreeg de indruk dat alles net iets positiever ligt op het moment. De Bve-raad is voorstander van een andere bekostigingswijze waarbij de instellingen gewoon een budget krijgen en vavo weer onder de Wet op het voortgezet Onderwijs valt.
Hans Puper, coördinator van het vavo-netwerk, werkzaam bij het CPS, denkt dat het vavo binnen de roc's toch altijd een beetje een vreemde eend in de bijt is gebleven. "Eigenlijk hoort het meer bij het voortgezet onderwijs dan bij het beroepsonderwijs thuis." Het vavo dateert volgens hem zelfs van vlak na de Tweede Wereldoorlog en was bedoeld voor alle mensen die toen niet aan het onderwijs konden deelnemen. "Vooral omdat levenslang leren zo wordt gepropageerd, ben ik niet zo somber over de toekomst van het tweedekans-onderwijs. Ik heb zelf als leraar Nederlands in het vavo gewerkt en was toen gedwongen om heel flexibel te zijn, ik moest echt maatwerk leveren aan al die verschillende soorten cursisten. Ik geef nu zelf trainingen aan leraren in het regulier onderwijs, omdat maatwerk daar nog weinig toegepast wordt. Tegelijkertijd verwacht ik dat er altijd leerlingen uit blijven vallen."
Voor educatie moet de gewongen winkelnering gehandhaafd blijven, zo vindt de stuurgroep Evaluatie Web. De Tweede Kamer heeft bepaald dat de gemeenten op termijn voor bepaalde onderdelen van de educatie ook met particuliere organisaties contracten mogen afsluiten. Uit de evaluatie blijkt dat dit de kwaliteit niet ten goede zal komen, aangezien de gemeente dan vooral zal kijken naar de goedkoopst biedende. De roc's blijven achter met de moeilijkste groepen en kunnen alleen nog seizoenscontracten afsluiten met personeel. Bij Roc Amsterdam dreigt dat al te gebeuren (zie ook HOb 10). Daar dreigen honderd fte's verloren te gaan omdat de gemeente contracten NT2 afsloot met anderen. De stuurgroep vreest dat met deze praktijken de legitimatie vervalt voor één van de belangrijkste doelstellingen van de wet, namelijk een breed en geïntegreerd aanbod van educatie en beroepsonderwijs, te verzorgen onder één dak.
Wat er gebeurt met de aanbevelingen van de stuurgroep is nog onduidelijk. De Vereniging Nederlandse Gemeenten wil de oude situatie handhaven, ook al blijkt men in de praktijk niet in staat gemeenten op een lijn te krijgen. Minister Hermans voelde niets voor een landelijke aanpak. Gezien de geheel nieuwe politieke situatie is het op dit moment vooral heel onzeker of er iets ten goede zal veranderen.