• blad nr 11
  • 1-6-2002
  • auteur T. Snel 
  • Redactioneel

Begeleiding vraagt totaal andere aanpak 

Voor iedere nieuwe docent een coach

Het Vader Rijncollege in Utrecht en het Minkemacollege in Woerden zijn opleidingsscholen, een nieuw verschijnsel. Ze hebben een taak in het opleiden van studenten van de lerarenopleidingen. Het Minkema heeft al 25 jaar een traditie van docentenbegeleiding, maar merkt dat het moet worden bijgesteld omdat de instroom op school steeds gevarieerder is. Bij de begeleiding van nieuwelingen op het Vader Rijncollege zijn twee enthousiaste docenten die het 'erbij' doen, de drijvende kracht. "Dat is niet meer haalbaar."

Het afgelopen schooljaar kreeg het Vader Rijncollege in Utrecht twintig nieuwelingen, variërend van eerstejaars studenten die als een soort klassenassistent meedraaien in de les tot een elektricien die als zij-instromer aan de slag gaat. Op het Vader Rijncollege krijgt iedere nieuwe docent een coach toegewezen en wordt gekoppeld aan iemand van de vakgroep. De coach is voor de pedagogisch-didactische begeleiding. De nieuwe docent kan te allen tijden een beroep doen op de coach. "Hij is er altijd voor ze", zegt Harry Kerver, coach van de onderbouw. "Al bellen ze 's avonds." Zijn collega Hans van Esschoten is coach voor de bovenbouw: "Op alle fronten kunnen ze bij me terecht. Ik zal altijd iemand helpen die in moeilijkheden is. Het is belangrijk dat als er een probleem rijst er een luisterende collega is. Die komt met een directe, even te gebruiken oplossing. We laten iemand niet een week wachten tot er tijd is voor een gesprek." Twee enthousiaste docenten die helemaal gaan voor de begeleiding van de nieuwelingen.
Van Esschoten vindt het vreselijk dat er het afgelopen schooljaar toch twee mensen die hij begeleidde zijn afgehaakt. "Dat ervaar ik als een nederlaag. Het is niet gelukt om deze mensen te behouden voor het onderwijs. Buitengewoon naar." Bij Kerver is er ook een door zijn handen geglipt, ondanks dat hij er heel veel energie in heeft gestoken. Kerver relativeert: "Je neemt meer risico's door de schaarste aan docenten. Je gaat eerder over tot tijdelijke benoemingen. Maar je hebt er dan toch erg de pest over in als iemand uit het onderwijs stapt waar je veel uren begeleiding in hebt gestopt."
Toch gaat het Vader Rijncollege bij de aanstelling van nieuwelingen niet over een nacht ijs. Voordat mensen benoemd worden, lopen ze een dag mee op school. Ze draaien lessen mee, bewegen zich in de aula tussen de leerlingen en praten met toekomstige collega's. Daarna vindt een gesprek plaats waarin het besluit valt al dan niet tot benoemen over te gaan.
"De begeleiding van nieuwe docenten is nu gebaseerd op het enthousiasme van twee docenten", zegt Kerver. "Maar dat moet veranderen." Van Esschoten: "Ik kan de mensen niet geven wat ze minimaal nodig hebben. Voorzorg en nazorg zijn heel belangrijk, maar dat red ik niet." Van Esschoten is weliswaar een aantal uren vrijgeroosterd voor de begeleiding van nieuwelingen, maar daarmee redt hij het bij lange na niet. "Ik ben anderhalve dag per week bezig geweest met het begeleiden van mensen. Dat bleek ontzettend nodig." Kerver, die geen extra uren heeft voor de begeleiding, heeft vier maanden lang wekelijks intervisie gedaan met twee lio'ers. "Nu gaan ze samen verder, zonder mij, want ik kan er niet zo veel uren in blijven steken. Ik heb overigens het idee dat ik het wel aan ze kan overlaten."
"We willen toe naar een systeem dat alle docenten ingezet worden als begeleider", zegt hij. "Maar dat is lastig te organiseren. De kwetsbaarheid nu is dat alle begeleiding in handen van twee 'deskundigen' ligt. Ook in formatie moeten we er absoluut op vooruit. Daar is het management van de school ook van overtuigd."

Noodzaak
"We proeven steeds meer de noodzaak om een begeleidingsplan op papier te zetten", zegt Kerver. "De grote verschillen in instroom maakt het noodzakelijk." Samen met Esschoten, die bezig is met de opleiding algemeen praktijkbegeleider, gaan ze de begeleiding nu ook daadwerkelijk vastleggen, uitgesplitst naar de diverse doelgroepen.
Zo is dit schooljaar is een 47-jarige elektricien aan de slag gegaan als leerkracht techniek. Hij geeft ook wat lessen handvaardigheid en is mentor van een groep. "Zo iemand moet je op een heel andere manier begeleiden dan docent die net van de lerarenopleiding afkomt", zegt Kerver. Het andere uiterste is dat het Vader Rijncollege lido'ers opleidt: leerkrachten in duale opleidingen. Zij zijn eerstejaars van de lerarenopleidingen en gaan als een soort klassenassistent meedraaien in de les. Voor hen is werkplekbegeleiding nodig. Omdat de school deze groep opleidt, is het Vader Rijncollege een opleidingsschool, gelieerd aan de Hogeschool van Utrecht. Daarnaast begeleidt Hans van Esschoten ook nog twee nieuwe mensen die de catering verzorgen. "Al die diverse mensen willen we tot Vader Rijndocenten maken", zegt hij. "Pedagogische gezien houdt dat in vriendelijk, duidelijk en gestructureerd. Didactisch gezien, actief en een duidelijke kop en staart aan de les."
Het Vader Rijncollege heeft als vmbo-school de mogelijkheid nieuwelingen twee lesuren te schenken. Kerver: "Dat doen we ook, maar het is veel te weinig. Het is een fooi die het ministerie hiervoor beschikbaar heeft gesteld. Nieuwe docenten zijn veel meer tijd kwijt aan lesvoorbereiding en het slokt waanzinnig veel energie op van mensen." De 21 lesuren voor een beginnende leerkracht die GroenLinks onlangs lanceerde, vindt hij zelfs nog te hoog. "Achttien uur is voldoende."
"Alle lerarenopleidingen zouden duaal moeten beginnen", zegt van Esschoten, "Dan is er in een vroeg stadium al een kennismaking met de school. Zien, voelen en beleven hoe het in de school toegaat." Ze signaleren dat de lerarenopleidingen daar steeds meer naar toe gaan. "Tussen de pabo en lerarenopleidingen zit een heel groot verschil. Bij de pabo is de opleiding rondom stages gebouwd, vanaf het eerste jaar. De lerarenopleiding is veel meer stofgericht. Iedereen voelt dat je heel veel moet investeren om de lerarenopleiding praktijkgerichter te krijgen."

Traditie
Het Minkemacollege in Woerden heeft al zo'n 25 jaar een traditie van docentenbegeleiding. "De docentenbegeleiding zoals wij dat doen kan niet van het ene op het andere jaar gerealiseerd zijn en goed zijn", zegt algemeen directeur Ruud van der Herberg. De school investeert structureel twee tot drie procent van de begroting in docentenbegeleiding. "En dat is het dik waard voor wat we er op de lange termijn uithalen."
Zij-instromer Tom de Keijzer, die sinds september docent wiskunde is op het Minkemacollege: "Toen ik hier begon dacht ik: al die begeleiding, moet dat nou? Maar als ik eerlijk ben had ik de kar niet getrokken zonder begeleiding." De Keijzer is in 1998 afgestudeerd, maar is de afgelopen jaren commercieel bezig geweest. Hij geeft les aan eerste- en tweedejaars vmbo en kampte vooral met ordeproblemen. "Er wordt direct op ingesprongen als er een probleem is. Op het moment dat er iets mis gaat stap je op een collega af en vraag je om hulp. Desnoods wordt er gefilmd in je les of komt er iemand bij je les zitten om concreet jouw probleem aan te pakken. Dat werkt heel goed. Het lesgeven is heel moeilijk voor me geweest in het begin, maar nu is het leuk."
Elke docent die nieuw binnenkomt op het Minkemacollege krijgt een andere docent als mentor toegewezen. Daarmee worden individuele gesprekken gevoerd. Voor de begeleiding zijn zowel de nieuwkomers als de mentoren voor een à twee uur per week vrijgeroosterd. Bovendien wordt geprobeerd nieuwe leerkrachten te ontlasten door ze geen zware taken te geven. Zo krijgen ze in het eerste jaar geen mentorgroep. Als vanzelfsprekend komen de nieuwe collega's, dat zijn er zo'n 25 per jaar, samen met de mentoren op de laatste vakantiedag voor het nieuwe schooljaar bij elkaar.
De ontmoeting met 'soortgenoten' blijkt belangrijk. Van der Herberg: "De mentor, die een nieuwkomer begeleidt, ontdekt weer een en ander over zijn eigen lesgeven." De nieuwkomers die tegelijk zijn binnen gekomen, hebben jaren later nog contact met elkaar. Daar komt bij dat de directeur er van overtuigd is dat er veel meer verloop op school zou zijn geweest als de docentenbegeleiding er niet was geweest.
"De manier waarop wij met docentenbegeleiding bezig zijn brengt de dialoog op gang", zegt mentor Ton Nas, die tevens algemeen praktijkbegeleider is. "Het lokt contact uit met andere collega's, het vraagt om een open klimaat op school. En opluchting bij de nieuwkomers: 'dit gebeurt niet alleen bij mij, maar ook bij de andere beginnelingen.'"

Clubje experts
De docentenbegeleiding op het Minkema was jarenlang gericht op bevoegde docenten, al dan niet vers van de lerarenopleiding. Centraal stond de introductie op school, het pedagogisch handelen en het algemeen didactisch handelen. Nas: "Wat nog aan vakdidactiek moest worden bijgebracht, werd aan de vaksectie over gelaten, maar dat voldoet nu niet meer." Met de komst van zij-instromers, lio'ers, herintreders en onbevoegden moet er bij de docentenbegeleiding meer aandacht worden besteed aan algemeen didactisch en vakdidactisch handelen. Momenteel wordt een clubje gevormd met experts in gamma-, bèta- en talenvakken die op een of andere manier bij zullen gaan dragen aan deze veranderingen. Hoe dat eruit gaat zien, is nog niet duidelijk.
Ook voor leerkrachten die jarenlang op havo en vwo hebben lesgegeven, is didactische begeleiding nodig als ze op het vmbo terechtkomen. Nas: "Hier heb je veel met leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs, (i)vbo-leerlingen, te maken. Als je van havo/vwo komt, heb je het verkeerde gereedschap. Je hebt een stijl van lesgeven ontwikkeld die heel vertrouwd is, maar die moet veranderen als het niet aanslaat bij deze leerlingen.
Het Minkemacollege is, net als het Vader Rijn, een opleidingsschool. Van der Herberg: "Een stukje van de lerarenopleidingen verhuist naar onze school. Lio'ers hebben een andere begeleidingsbehoefte dan een stagiair indertijd. Vanaf het begin moet je aan het beroepsbeeld werken en dat vergt veel van je attitude. Leerkracht is een leerbaar beroep. Maar dan moet je wel op een rijtje hebben welke aspecten aan het beroep zitten. Zoveel verschillende zintuigen en kennisbronnen worden aangeboord voor de klas."
De Keijzer: "Tijdens de opleiding krijg je theorie over kennisoverdracht, maar de kunst is om de stof voor de klas te laten leven. Wat ik op de opleiding leerde, had niets met levende kinderen te maken."
Volgens Van der Herberg is structurele docentenbegeleiding alleen mogelijk door het het beleid van de school te maken. "En het moet gedragen worden door de schoolleiding, anders komt het nog niet goed van de grond."

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.