- blad nr 11
- 1-6-2002
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Werksfeer houdt leraar overeind
Dat blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de jaren 1998 tot en met 2000. Ook voor het voortgezet onderwijs geldt dat meer dan 44 procent van de leraren op zijn tenen loopt. Vooral het niet zelf kunnen bepalen van het werktempo ervaren ze als problematisch. Volgens het CBS ligt de ervaren werkdruk in het onderwijs fors hoger dan het landelijk gemiddelde van 36 procent. Leraren in het voortgezet onderwijs hebben de minste ruimte om zelf te bepalen hoe ze het werk uitvoeren. Wel moet negen van de tien docenten zelf oplossingen bedenken om zaken voor elkaar te krijgen, in andere bedrijfstakken krijgen werknemers meer steun. Het werk in het onderwijs is wel afwisselend, in het basisonderwijs vindt bijna niemand het werk saai. Een minpunt is weer dat er nauwelijks promotiekansen zijn, in het basis- en voortgezet onderwijs is slechts zeven tot elf procent daarover te spreken. Elders op de arbeidsmarkt is eenderde van de werknemers wel tevreden over de promotiekansen. In het voortgezet onderwijs is de helft van de leraren niet tevreden over het salaris, landelijk gezien is twee van de drie werkenden tevreden over de beloning. Wat het personeel in het onderwijs overeind houdt is overduidelijk de werksfeer. Het meest tevreden over de werksfeer zijn de leraren in het basisonderwijs, meer dan negentig procent. In het voortgezet onderwijs is men iets minder positief.