- blad nr 11
- 1-6-2002
- auteur M. Zuidweg
- Redactioneel
De slag om de uren
uren in. De sfeer op school wordt er niet beter op. De natuurkundedocent vindt dat er bij
wiskunde nog uren te halen zijn. De aardrijkskundeleraar vraagt zich af of geschiedenis nog
wel een verplicht profielvak moet zijn. De vraag is wie hier de knopen moet doorhakken.
"Laat de staatssecretaris het maar oplossen", zegt de een. "Als je meer vrijheid wilt voor je
scholen, dan moet je ook niet bang zijn om zelf besluiten te nemen", meent de ander.
Leerlingen vinden de tweede fase te zwaar. Daarom kwam staatssecretaris Karin Adelmund
eerder dit jaar met voorstellen om de bovenbouw van havo en vwo te verlichten. Absoluut
niet nodig, vindt Jan Dekker, voorzitter van de sectie natuurkunde van de Nederlandse
Vereniging voor Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON) en docent op een
middelbare school in Spijkenisse. "Wij willen helemaal geen verlichting van het programma.
Er zijn bij de invoering van de tweede fase stukken uit ons vak gehaald, waardoor de leerling
de samenhang binnen natuurkunde niet altijd meer herkent. Dát maakt het vak moeilijk. Als er
nog meer zaken uit moeten, krijg je helemaal een rij van allemaal losse stukjes natuurkunde.
Dan wordt het er voor de leerlingen echt niet makkelijker op."
Maar het is al te laat voor argumenten tegen een verbouwing van het studiehuis. Adelmund
heeft haar notitie allang naar de Tweede Kamer gestuurd. En die heeft de staatssecretaris ook
al vragen gesteld. Over het algemeen zijn de voorstellen van Adelmund goed ontvangen.
Scholen en politieke partijen zijn blij dat de tweede fase wordt aangepast.
"Wij hebben zelf gevraagd om deze veranderingen", zegt woordvoerder Ineke Schakel van
actiecomité de Heelmeesters. De Heelmeesters trokken de afgelopen jaren regelmatig aan de
bel. Ze storen zich aan het feit dat Frans en Duits op het havo en vwo voor de meeste
leerlingen geen volwaardige vakken meer zijn. Volgens de Heelmeesters stellen de
deelvakken Frans en Duits weinig voor. Het gaat immers maar om een heel beperkte kennis
van de taal die in weinig tijd moet worden opgedaan. Het niveau van de leerlingen holt
volgens de actiegroep sinds de invoering van de tweede fase hard achteruit. De groep wil
daarom weer 'heelvakken' in plaats van deelvakken.
Adelmund is de Heelmeesters op dat punt tegemoetgekomen. De deeltalen mogen wat haar
betreft verdwijnen. In plaats van twee deeltalen wil ze vwo'ers straks verplichten een tweede
vreemde taal naast Engels te doen. Havisten kunnen in het vrije deel voor een tweede
vreemde taal kiezen.
Echt waanzin
Maar daarmee is geen einde gekomen aan de strijd van de Heelmeesters. "Ons verzet is nu
vooral gericht tegen standaardisatie van de studielasturen", zegt woordvoerder Schakel, zelf
lerares Frans op een middelbare school in Bilthoven. In de plannen voor de vernieuwing van
de tweede fase wil Adelmund af van de verschillen in studielasturen. Het aantal uren per vak
wordt straks standaard vierhonderd in het vwo en 320 in het havo. Met een uitzondering voor
Nederlands, wiskunde en klassieke talen. "Dit is echt de waanzin ten top", zegt Schakel. "Er
zit geen enkele didactische grondslag aan vast." Daarbij vindt ze vierhonderd uur simpelweg
te weinig. Op dit moment zitten Frans en Duits als volwaardig vak in het profiel Cultuur en
maatschappij op 480 uur in het vwo. "Dat is ook niet veel, maar we redden het daarmee.
Minder moet het echt niet worden. Dat zou een uitholling van ons vak betekenen. Met
vierhonderd studielasturen krijgen leerlingen gemiddeld twee lesuren per week. Dat is te
weinig. Om een taal goed te leren zijn minimaal drie lesuren per week nodig. En dat dienen
contacturen te zijn, geen zelfwerkzaamheidsuren."
De Heelmeesters trommelen zelfs ambassadeurs op om hun gelijk te halen. In een brief aan
Adelmund en de onderwijscommissie van de Tweede Kamer noemen de ambassadeurs van
Duitsland en Frankrijk de 'marginalisering van beide talen' een 'zorgwekkende
ontwikkeling'. Ze schrijven: 'Wij begrijpen en ondersteunen de opvatting van de meerderheid
van de Nederlandse talendocenten dat een hoger aantal lesuren per week nodig is om
leerlingen de vereiste communicatieve competentie in het Frans en Duits bij te brengen'.
De urenverdeling die Adelmund voorstelt, stoort meer docenten. Een vak als natuurkunde, dat
in het profiel Natuur en techniek 560 uren heeft, loopt kans straks 35 procent minder uren te
krijgen. De tweede fase is al zo slecht voor de positie van de bètavakken in het voorgezet
onderwijs, zegt Jan Dekker van de NVON. "Het aantal contacturen is sinds de invoering al
verminderd. Voor het vwo zelfs met drie uur per week. Terwijl de omvang van het vak niet
kleiner is geworden. We komen nu tijd te kort voor het aanleren van vaardigheden, zoals het
leren omgaan met meetinstrumenten. Daarbij is de werkdruk verzwaard. Doordat ik van elf
uur in de oude situatie naar acht uur ben gegaan, kreeg ik er nog een klas bij. Je hebt dan wel
dertig extra leerlingen waarvan je de les moet voorbereiden en het werk moet nakijken."
Dekker moet er niet aan denken dat natuurkunde het straks met vierhonderd uren moet doen.
"Dat wordt wéér een verarming van het vak."
Herbezinning
Het schoolvak Nederlands is er ook beroerd aan toe, vindt de Landelijke Vereniging van
Neerlandici (LVVN). De LVVN pleit voor een herbezinning op het vak. Ze wil dat een
commissie, vergelijkbaar met de commissie De Rooy bij geschiedenis, het vak Nederlands
inhoudelijk evalueert. De vereniging heeft inmiddels vijfhonderd handtekeningen verzameld
van docenten Nederlands verspreid over het land. "En we zijn nog lang niet klaar. Het
merendeel van de docenten moeten we nog benaderen." Volgens LVVN-bestuurslid Jan
Stroop is Nederlands op veel scholen niet meer dan een taalvaardigheidstraining. Literatuur en
taalkunde delven het onderspit. "Het meest verstandig zou zijn als wij meer uren kregen zodat
we naast de vaardigheden meer aandacht kunnen besteden aan de kenniscomponent."
Of neem het vak aardrijkskunde. Het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap
(KNAG) overhandigde de Tweede Kamer afgelopen april een kleine zeshonderd
handtekeningen van verontruste docenten aardrijkskunde. De docenten vrezen dat hun vak
straks niet langer verplicht is op havo en vwo. Nu is aardrijkskunde nog een van de vier
verplichte vakken in het profiel Economie en maatschappij, maar Adelmund vindt drie
verplichte profielvakken voortaan voldoende. "Het liefst zouden we zien dat we vier
verplichte vakken houden", zegt voorzitter Anton Kanneworff van de KNAG-afdeling
onderwijs. "Dat is destijds niet voor niets zo opgezet. De programma's van die vakken zijn op
elkaar afgestemd, tussen die vakken is samenhang." Maar in het overleg dat de KNAG heeft
gevoerd met politiek Den Haag werd duidelijk dat vier verplichte vakken per profiel geen
haalbare zaak is. "Nu willen we dat van de drie verplichte vakken aardrijkskunde er tenminste
één is. We hebben daar inhoudelijke gronden voor: ons vak heeft een mondiaal perspectief,
aandacht voor de milieuproblematiek, de wereldwijde migratiestromen. Wij zijn een vak met
zoveel kennis over de veranderende wereld en met zoveel mogelijkheden voor het aanleren
van vaardigheden, dat wij een vaste status willen hebben als verplicht vak."
Saamhorigheid
Zie daar het probleem: alle docenten pleiten voor een betere positie van het eigen vak. Wat
doorgaans neerkomt op meer uren. Iedereen heeft er nog goede gronden voor ook. Maar
Adelmund wil nu juist toe naar een verlichting van het programma. De grote vraag is dus
waar die uren vandaan moeten komen. Kanneworff van de KNAG, zelf aardrijkskundedocent
op een lyceum in Amsterdam, gelooft dat het gemeenschappelijk deel van het
onderwijsprogramma van de bovenbouw wel kan inkrimpen. "Je zou delen van anw of ckv
bijvoorbeeld kunnen verplaatsen naar de derde klas", oppert hij. Op dit moment is
geschiedenis een verplicht vak in het profiel Economie en maatschappij. Maar Kanneworff
gelooft niet dat geschiedenis onontbeerlijk is in dat profiel. "Aardrijkskunde behoort veel
meer dan geschiedenis hierin een vast onderdeel te zijn. Als leerlingen geschiedenis willen
doen, kunnen ze dat altijd nog in de vrije ruimte kiezen. Ze krijgen dat vak sowieso al in het
algemene deel."
Jan Stroop van de Landelijke Vereniging van Neerlandici vindt dat een vak als Engels best
wat meer vaardigheden op zich kan nemen. "Leren argumenteren kun je ook bij Engels.
Waarom moet zoiets ten koste gaan van het vak Nederlands?" En Jan Dekker van de NVON
gelooft dat wiskunde best met minder uren toe kan. "In bepaalde delen van de wiskunde
komen natuurkundige problemen naar voren. Dan zeg ik: laat die toegepaste wiskunde maar
aan ons over." Nee, met zijn wiskunde-collega's heeft hij het er niet over gehad. De sfeer op
zijn school is goed. Nog wel, voegt hij eraan toe. "We zijn geen van allen verheugd over de
veranderingen. Dat geeft een gevoel van saamhorigheid. Zodra iemand opstaat en zegt: ik wil
meer uren voor mijn vak, hebben we de poppen aan het dansen."
Op de scholen wordt volgens Schakel van de Heelmeesters druk gespeculeerd over de vraag
wie met minder uren toe kan. In de wandelgangen van haar eigen school hoort ze sommige
docenten wel mopperen dat een vak als anw of ckv wel erg veel tijd kost. En of het niet beter
is die vakken maar helemaal te schrappen. "Maar dat zeg je natuurlijk niet hardop. Dat is
enorm vervelend voor de collega's die die vakken geven. Die hebben zich speciaal hiervoor
laten bijscholen."
De staatssecretaris geeft scholen de vrijheid uren naar eigen inzicht in te delen. Ze stelt alleen
per vak het aantal studielasturen vast: de totale tijd die leerlingen kwijt zijn aan het vak, dus
inclusief de uren voor zelfwerkzaamheid en huiswerk. Hoeveel van die studielasturen wordt
besteed aan het geven van lessen mogen de scholen zelf bepalen. Die vrijheid bevordert
volgens Schakel dat vakken onderling gaan ruziën over de verdeling van uren. "Omdat
iedereen meer wil, gaat iedereen vechten voor z'n plekje. Het geeft ontzettend veel onrust op
de scholen. Vakken gaan keuze-uren claimen. Geschiedenis zegt bijvoorbeeld: ik heb een
extra lesuur nodig, anders halen de leerlingen hun eindexamen niet. Dan moet een ander vak
het doen met minder lesuren en met bijvoorbeeld meer uren voor zelfwerkzaamheid."
Volgens Schakel gaat ook de tijd die staat voor zelfstandig leren in het studiehuis steeds vaker
noodgedwongen op aan gewone lessen.
"Iedereen wil meer uren en dat kan natuurlijk niet. Als het ene vak meer uren krijgt, gaat dat
af van het andere. Er moet altijd iemand bloeden", stelt Stroop van de LVVN vast. Daarom
verwacht hij het meest van een inhoudelijke verandering van zijn vak: meer taalkunde en
literatuur, minder vaardigheden. Ook Dekker van de NVON is wel in voor een inhoudelijke
verandering in het programma van de bovenbouw. "Misschien dat we toe moeten naar één
profiel met natuurwetenschappelijke vakken. Dat dan wel goed wordt ingevuld: een flinke
omvang van de natuurwetenschappelijke vakken mét een goede onderlinge samenhang."
Schakel van de Heelmeesters is vooral geïrriteerd dat aan haar en collega-actievoerders steeds
wordt gevraagd om met oplossingen te komen. "De mensen in de onderwijscommissie van de
Kamer, vragen het ons ook met zoveel woorden: waar denken jullie dan dat die uren vandaan
moeten komen? Maar dat is niet aan de orde. Is het nou echt onze taak om een oplossing aan
te dragen? Ik denk het niet. Het is toch vreemd dat je als docent zelf maar moet gaan zeggen
waar die extra uren voor je vak gehaald moeten worden. Dit urenprobleem is gecreëerd door
de overheid met de invoering van de tweede fase. Toen zijn er zoveel examenvakken
gekomen dat iedereen nu tijd te kort komt. Laat de staatssecretaris het dan ook maar zelf
oplossen."
Maar Kanneworff van de KNAG vindt het te gemakkelijk om het probleem naar de overheid
door te schuiven. Hij vindt dat de scholen er zelf uit moeten komen. "Als je meer vrijheid wilt
voor je scholen, dan moet je ook niet bang zijn om zelf besluiten te nemen, zelf knopen door
te hakken. Als dat inhoudt dat we als vakdocenten met elkaar moeten concurreren, dan moet
dat maar. Het hoort erbij. We moeten meer ons best gaan doen om ons vak te verkopen. Aan
leerlingen, aan ouders en aan de schoolleiding."