• blad nr 4
  • 26-2-2000
  • auteur D. van 't Erve 
  • Dossier

 

Verwijtbaar

Als een rechter oordeelt dat een docent verwijtbaar werkloos is, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat het recht op een werkloosheidsuitkering geheel vervalt. Docent P. werkt sinds 1976 parttime in het hoger beroepsonderwijs. Als in 1995 klachten komen over hoe hij buiten schooltijd omgaat met studenten, spreekt de werkgever hem daar op aan. Op papier leggen ze vast dat de docent zich niet meer privé zal inlaten met studenten. Als na een paar dagen blijkt dat P. zich niet aan de afspraak houdt, waarschuwt de school hem nog een keer. Een jaar later komen er weer klachten binnen en P. wordt onmiddellijk geschorst. Op verzoek van de werkgever ontbindt de rechter in november 1996 de arbeidsovereenkomst. Rond deze tijd verliest P. tevens zijn tweede baan op het mbo, waar eenzelfde situatie speelde.
Als hij een uitkering op basis van zijn laatstverdiende loon aanvraagt, weigert uitkeringsinstelling Uszo dit, omdat de docent verwijtbaar werkloos is geworden. Als zijn bezwaar ongegrond wordt verklaard, stapt P. met behulp van de AOb naar de rechter. Volgens het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel (BWOO) is iemand verwijtbaar werkloos als hij zich zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit ontslag tot gevolg kan hebben. De docent meent dat hij zijn ontslag niet kon voorzien, omdat de school niet heeft gezegd welke gevolgen de overtreding kon hebben. Volgens hem waren ook andere maatregelen denkbaar, zoals een berisping of schorsing. Verder heeft Uszo er geen rekening mee gehouden dat de school machtsmisbruik in de contacten nooit heeft aangetoond. Daarbij waren de studenten meerderjarig en hadden hun ouders geen bezwaar.
Volgens Uszo was het heel duidelijk dat de school grote waarde hechtte aan het nakomen van de afspraken. De docent had dan ook moeten beseffen dat als hij zijn buitenschoolse contacten met studenten voortzette, hij kon rekenen op ontslag. Conclusie: P. is verwijtbaar werkloos. De rechter geeft Uszo hierin gelijk. Ook al waren andere sancties denkbaar, de docent had rekening moeten houden met ontslag.
Maar mag Uszo de uitkering geheel weigeren? Volgens het BWOO moet een werknemer voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt. Indien dat toch gebeurt, mag een uitvoeringsinstelling sancties opleggen. In een aanvulling op het besluit staat dat een werkloosheidsuitkering altijd geheel mag worden geweigerd als iemand verwijtbaar werkloos wordt. Een minder zware sanctie is volgens Uszo niet mogelijk. Dit vindt de rechter onjuist. In bijzondere gevallen kan en moet een uitvoeringsinstantie afwijken van dit beleid. De mate waarin iemand verwijtbaar werkloos is, moet hiervoor worden onderzocht. Uszo heeft dit niet gedaan. Bovendien had Uszo er rekening mee moeten houden dat P. dezelfde sanctie opgelegd had gekregen vanwege zijn ontslag uit de mbo-baan. Omdat de reden van beide ontslagen gelijk is, hadden ook de opgelegde sancties samen bekeken moeten worden. Uszo moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten betalen. (

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.