- blad nr 4
- 26-2-2000
- auteur T. van Haperen
- Column
Nog eens taal
Zo zijn er legio voorbeelden van allochtonen die ondanks moeilijke omstandigheden, op school toch goed presteren. In de ramprapportage van de laatste weken zijn deze signalen niet terug te vinden. Onderzoekers en opinion leaders focussen op het maatschappelijk lot van Turken en Marokkanen in armoedige wijken en veralgemeniseren dat tot de problematiek van allochtonen. De beoordeling van het beleid is streng. Extra geld, gestoken in criminaliteitspreventieprojecten en onderwijs, heeft geen enkel rendement. De aangesproken politici reageren geschrokken, bedenken razendsnel een oplossing en ventileren hijgend beleidsvoorstellen. Zo gaat het wel erg hard. De laatste twintig jaar is in de westerse samenleving, als gevolg van politieke keuzes, de situatie aan de onderkant van de samenleving relatief verslechterd.
Met arme autochtonen gaat het evenmin goed en ook daar is beleid niet succesvol. Menig project bedoeld om uitgekotst white trash weer aan het werk te krijgen onderscheidt zich in maatschappelijke opbrengsten niet van overheidsinspanningen ten bate van immigranten. In de eenvoudige analyse van beleidsmakers blijft het onderscheid in afkomst echter van wezenlijk belang: de ellende van arme buitenlanders komt voort uit taalachterstand. Het onderwijs moet deze kink in de kabel van vooruitgang en voorspoed verwijderen. Een stelling die politiek breed gedragen wordt. De liberaal Clemens C. schrijft voor de Brabant Pers een artikel en verengt structurele maatschappelijke ongelijkheid tot een taalkwestie. Voorgestelde maatregel: het onderwijs in Turks en Marokkaans afschaffen, zodat er meer energie aan het Nederlands kan worden besteed. De sociaal-democraat en burgemeester van Groningen, Jack W., babbelt op de radio met Elles de Bruin op eenzelfde toonhoogte. Alleen is Jack wat slimmer, hij wil geen ruzie met belangengroepen van minderheden en spaart de kool en de geit. Wel schakelt hij het onderwijs in. Zelfingenomen constateert hij dat hij daar tien jaar geleden als staatssecretaris reeds mee begonnen is. Begin jaren negentig zijn eindtermen en kerndoelen, onder toezicht van Jack, tot ver achter de komma uitgewerkt. Bovendien heeft hij opdracht gegeven om perfecte taalachterstandwegwerkmethoden te ontwikkelen, maar die worden helaas niet gebruikt. Leraren weigeren met Jack¹s boeken te werken. Het is een schande. Als de inspectie dit complot even zou willen uitgummen, zijn alle problemen opgelost.
En zo wordt er vrolijk op los gepapegaaid. De politiek correcte zorg over het maatschappelijk lot van allochtonen stijgt met de dag en iedereen wijst, al roepend Œtaal, taal en nog eens taal¹, naar de scholen. Maar zo makkelijk is het natuurlijk niet. Iedereen is voor goed taalonderwijs, ook leraren en zij weten perfect welke methode daarbij het beste helpt. Maar onderwijsgevenden kennen inmiddels ook hun beperkingen, tegen structurele maatschappelijke ongelijkheid is het moeilijk vechten. Er zijn nogal wat kinderen waar leergedrag ontmoedigd wordt. Yussuf haalt het wel omdat hij niet dom is en zich gesteund weet door thuis. Maurice Crul beweert in zijn proefschrift De sleutel tot succes dat onderwijsexpertise onder Marokkanen en Turken snel toeneemt een vreugdevol gegeven van een veel grotere importantie dan een publieke taalstrijd van scorende politici. De constatering van Crul en het stichten van islamitische scholen laten zien dat de betrokkenheid bij onderwijs onder allochtonen groeit. Het is alleen wel cynisch te constateren dat onze overbezorgde politici weinig vertrouwen hebben in de onderwijscapaciteiten van allochtone medeburgers. Het moment dat zij gebruik maken van het grondrecht vrijheid van onderwijs, blijkt de lumpsum het moeilijk te maken om een school op grond van geloofsovertuiging te starten. Mocht het dan toch lukken en zitten de kinderen netjes in de banken naar de meester te luisteren, is het weer niet goed. Een halfuurtje klassikale uitleg is voor de inspectie al voldoende om een negatief kwaliteitsvonnis te vellen. Het door de staat gepropageerde adaptief onderwijs legt de middenklassenorm zelfstandigheid nationaal op, ook aan mensen wie dit begrip niks zegt. En als daar bovenop in eigen tijd wordt onderwezen in de moedertaal, door leraren die het Nederlands slecht beheersen, is de boot helemaal aan en de veroordeling compleet. Dat integratie begint bij wederzijds respect is iets dat kennelijk nog niet tot de politieke elite is doorgedrongen.