• blad nr 4
  • 26-2-2000
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Minkemacollege biedt leraren begeleiding 

Docenten kijken meer naar leerlingen dan naar zichzelf

Hoe ga je als docent om met veranderingen in het studiehuis, hoe krijg je vastgelopen leraren weer aan de slag en hoe voorkom je dat beginners opbranden? Door aan leraren begeleiding te bieden, vinden ze op het Minkemacollege in Woerden. De ontwikkelaars van die begeleiding schreven er een boek over.

ŒBegeleiding? Wat mot dat?² Toen leraar Stefan Severin werd aangenomen bij het Minkemacollege in Woerden, stond hij niet te trappelen toen hij Œbegeleiding¹ kreeg aangeboden. Hij draaide immers als leraar Engels al een jaar of tien mee op verschillende scholen en had geen enkele behoefte meer aan ondersteuning. Dacht hij zelf. ³Maar achteraf ben ik er toch een paar essentiële dingen over mezelf door te weten gekomen.²
Op het Minkemacollege is de afgelopen twintig jaar een uitgebreid systeem van begeleiding van docenten ontworpen en ingevoerd. De ontwikkelaars, Frits Achterberg van het Minkema en Bob Koster van de Utrechtse universiteit, hebben er een boek over geschreven, Steunen, leren, stimuleren - Praktijkboek voor begeleiding van docenten, dat onlangs bij Wolters Noordhoff verscheen.
In het boek staan tal van voorbeelden van docenten van alle leeftijden die kleine of grote problemen hebben met klassen, collega¹s of zichzelf. Allemaal uit het leven gegrepen, zegt Achterberg. ³De werkelijkheid is divers genoeg, we hoefden niets te verzinnen.² De beide auteurs proberen in het boek aan te geven hoe leraren hun problemen met hulp van een speciale begeleider of van collega¹s - de zogenoemde collegiale consultatie - kunnen overwinnen.
De eerste groep docenten die voor begeleiding in aanmerking komt, zijn de beginners. Die krijgen op het Minkema een strak programma. Ze komen zeven keer per jaar bij elkaar en praten verder elke veertien dagen persoonlijk met hun begeleider. Dat is wel nodig ook, vindt Achterberg. ³Beginners krijgen op dit moment een dubbele tik. Ze moeten het lesgeven nog in de vingers krijgen en weten bovendien weinig van de nieuwe didactiek in het studiehuis. Want daar wordt op de lerarenopleidingen vaak nog onvoldoende aandacht aan besteed.²
Op de bijeenkomsten met collega-beginners zien de kersverse docenten dat ze niet alleen staan met hun problemen. ³We praten dan bijvoorbeeld over wat er niet goed ging in de les², vertelt Rob Immerzeel die op het Minkema training geeft. ³Zo nodig analyseren we een les van begin tot het eind. Want beginners beleven alles en moeten nog leren dat ze dingen als docent zelf in de hand hebben. Voor dat denkproces hebben ze in de klas de rust niet, daar moeten ze ad hoc besluiten nemen.²

Vastlopers
Een praktisch punt dat in de sessies aan de orde kan komen, is hoe je als docent een les start. Immerzeel: ³Sta je bij de deur, zodat je al contact kunt leggen als de leerlingen binnenkomen, of ben je nog druk bezig je tas uit te pakken en je spullen te ordenen? In dat laatste geval hol je misschien al achter de feiten aan. Hoewel er voor veel problemen niet één goede oplossing is, iedereen vindt vaak een andere oplossing voor hetzelfde probleem. Maar daar kun je dan op die bijeenkomsten in ieder geval over praten met collega¹s.²
De tweede categorie docenten die begeleiding behoeft, zijn de vastlopers: de docenten die het niet meer kunnen vinden met de leerlingen, de collega¹s of zichzelf. Bij begeleiding van deze leraren gaat het niet om geestelijke hulp. Achterberg: ³We zijn geen psychologen. Het gaat om praktische ondersteuning, om de mensen weer snel aan de gang te krijgen. Ze moeten liever niet thuis gaan zitten kniezen, want dat helpt niet.²
Vastgelopen leraren, zo weet begeleider Immerzeel, zijn vaak zeer ervaren docenten van wie de vaste patronen niet meer blijken te werken. Ook dat kan heel praktische oorzaken hebben. ³Zoals een docent die gewend was om diverse onderwerpen steeds centraal in de klas te behandelen: het invullen van het klassenboek de huiswerkcontrole, de instructie, enzovoort. Dan heb je soms wel vijf keer per les een centraal rustmoment nodig, en dat dan zeven lessen per dag. Zoiets vreet energie. Als je dat als begeleider met zo¹n docent doorneemt, zie je vaak het denkproces al op gang komen.²
Niet iedere docent is geschikt om als begeleider zijn collega¹s bij te staan. Een goede begeleider moet veel ervaring hebben in het onderwijs - dat spreekt voor zich - maar moet vooral ook naar zichzelf en zijn eigen onderwijs durven kijken. Auteur Bob Koster: ³Je moet als begeleider geen houding hebben van: bij mij is alles prima de luxe en hoeft er niets te veranderen.²

Gideonsbende
De derde groep docenten die, na beginners en vastlopers, baat kan hebben bij begeleiding, zijn de gewone ervaren leraren: leraren die al jaren prettig lesgeven en bij wie de leerlingen niet in de gordijnen hangen. Toch kan het voor deze docenten prettig zijn om in de vorm van collegiale consultatie met collega¹s van gedachten te wisselen.
Bijvoorbeeld over de tweede fase. ³De invoering van de vernieuwingen, zoals de nieuwe didactiek, brengt wezenlijke vragen met zich mee waar heel ervaren en goede mensen ook tegenaan lopen², zegt Koster. ³Omdat ze bijvoorbeeld zien dat hun gedrag niet meer die succeservaring is die het vijftien jaar lang was.² ³Docenten kijken meer naar leerlingen dan naar zichzelf², vult Achterberg aan. ³Maar bij veranderingen in het onderwijs moet je als docent ook zelf veranderen.²
De ervaren mensen die geen grote problemen hebben, zijn echter vaak moeilijk warm te krijgen voor begeleiding. Dat is te merken op de Goudse Waarden, een school in Gouda die twee jaar geleden ook met het begeleidingssysteem van het Minkema is gaan werken. ³Een voortrekkersgroep, die zich de Gideonsbende noemt, doet op onze locatie al aan collegiale consultatie², zegt Taco van Popta, docent en begeleider op de Goudse Waarden. ³Maar over die consultatie wordt door andere leraren vaak een beetje meesmuilend gedaan: veel mensen zitten niet te wachten op een collega achter in de klas.²
De Goudse Waarden is begonnen met de begeleiding van beginners en hoopt dat die begeleiding zich langzaam uitbreidt maar de collega¹s die al dertig jaar voor de klas staan. Maar als die laatsten geen begeleiding willen? Dan maar niet, vindt Van Popta. ³Directieven van boven helpen niet. Je kunt niet voorschrijven dat het hele team, twee aan twee, aan collegiale consultatie gaat doen. Je hebt mensen nodig die er het nut van inzien en die er open voor staan. Dat kun je niet afdwingen.²
Een school die begeleiding van docenten wil invoeren, moet wel bereid zijn te investeren. ³Nieuwe docenten volgen elk 25 klokuren per jaar begeleiding², rekent rector Ruud van der Herberg van het Minkema voor. En dan zijn er nog de uren die de mentoren en coördinatoren in begeleiding stoppen. Die mentoren en coördinatoren moeten bovendien ook nog worden opgeleid. Van der Herberg: ³Dat kost wat, maar als je het niet doet kost het óók wat. Dan werk je niet aan de professionele ontwikkeling van je school en je docenten. En tachtig procent van ons budget gaat naar je menselijk kapitaal. In dat licht bezien is zo¹n investering helemaal niet zo gek.²
Docent Severin is, na zijn eerste aarzelingen, enthousiast over de begeleiding. ³Ik heb toch een aantal essentiële dingen geleerd. Zoals dat ik aan het begin van een les met een moeilijke klas niet moet proberen de hele groep tegelijk aan te spreken. Ik kan beter even persoonlijk afgaan op personen en groepjes die brandhaarden vormen. Dat was echt een aha-erlebnis voor me. Het is niet zo dat elke les nu vlekkeloos verloopt, maar zo¹n tip helpt zeker.²

Op 21 maart wordt er een conferentie over het begeleiden van docenten georganiseerd. Reacties en informatie: Minkemacollege, onder vermelding van ŒConferentie¹, Antwoordnummer 2436, 3440 WB Woerden.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.