- blad nr 4
- 26-2-2000
- auteur . Overige
- Redactioneel
Cornielje
Bij de oorzaken van het lerarentekort wordt door velen gemakkelijk naar de politiek gewezen. Dit miskent de grote eigen verantwoordelijkheid en autonomie die de organisaties in het onderwijs hebben. Die eigen verantwoordelijkheid wordt door organisaties ook geclaimd om bemoeienis van de politiek af te wijzen. De vraag is vervolgens of die verantwoordelijkheid ook wordt waargemaakt. Is het antwoord positief als je nu al voor de tweede keer dat je onderhandelingen voert over de uitwerking van een cao die je zelf hebt ondertekend, de overheid om meer geld vraagt? Verantwoordelijkheid van een vakbond bestaat ook uit het kiezen voor de toekomst van het beroep. Vooral voor het oplossen van tekorten is dit van groot belang. Al jaren wordt door betrokkenen bij het onderwijs aangegeven dat een modernisering van het beroep broodnodig is. Keer op keer hebben kopstukken van de vakbond dit onderkend. Maar in de praktijk van de cao-onderhandelingen wordt angstvallig vastgehouden aan oude schijnzekerheden. Het principe van last in, first out bij de afvloeiing van personeel is een anachronisme dat rechtstreeks heeft bijgedragen aan de verstarring, immobiliteit en vergrijzing en daarmee aan de lerarentekorten en toenemende werkdruk. Net afgestudeerde, gemotiveerde leraren kwamen door deze lijsten nauwelijks aan de bak. Dan hoef je niet paf te staan dat de aantrekkelijkheid van het beroep voor jongeren afneemt.
Het citaat aan het begin is afkomstig van de commissie-Van Es uit 1993(!). Bij herlezing van het rapport blijkt hoe actueel en raak probleemanalyse en argumenten nog steeds zijn. Tegelijkertijd geeft dit aan hoe weinig wezenlijks er is gebeurd in de afgelopen zeven jaren. De discussie over ŒVan Es¹ leidde niet tot een heroverweging van de afvloeiingsvolgorde. In de jaren daarna kwamen de wachtgelden in het onderwijs prominent op de agenda na publicatie van het rapport De jaren tellen. Ook dit probleem bleek samen te hangen met de verstikkende regels in het onderwijs. Opnieuw werd aangedrongen op het schrappen van de lifo-afvloeiing. In 1997 sloot de overheid daarover een akkoord met werknemers en werkgevers.
We zijn nu weer drie jaar verder. Bij de vorige cao (1999) is de afspraak uit De jaren tellen opnieuw bevestigd. Vorige maand las ik in het regeringsantwoord op vragen van de VVD : De sociale partners op decentraal niveau hebben tot op dit moment nog geen uitwerking gegeven aan deze afspraak. Voor mij is dit aanleiding om hen thans op hun verantwoordelijkheden te wijzen en terzake aan te sporen.
De bonden tonen nog steeds nauwelijks bereidheid tot modernisering. Nu het ernaar uitziet dat er voor de volgende landelijke cao geld beschikbaar zal komen, zal de politiek niet aan de zijlijn blijven toekijken hoe het geld wordt verdeeld.