- blad nr 5
- 11-3-2000
- auteur . Overige
- Redactioneel
Thea Beckman
Spanning en een hoopvol einde
Dat zou toch te arrogant zijn!2 Thea Beckman (76) heeft een indrukwekkende lijst boeken op haar naam staan. Veel daarvan werden bekroond door de Kinderjury of met een Griffel, zoals RKruistocht in spijkerbroek1, dat na 27 jaar nog steeds erg populair is.
Kinderen willen graag dat een boek spannend is. Ook moeten ze zich kunnen identificeren met een persoon in het boek, het maakt niet uit welk2, noemt Thea Beckman als dingen waar ze op let bij het schrijven. 3En er moet natuurlijk een happy end aan het verhaal zitten2, vervolgt ze. 3Nou ja, ze hoeven elkaar niet in de armen te vallen, maar een hoopvol einde moet er toch wel zijn. Verder moet het boek een strakke compositie hebben. Kinderen hebben minder voorkennis dan wij, daarom kun je je als schrijver geen experimenten veroorloven. Het is van belang dat het verhaal goed leesbaar is zodat een kind de draad kan vasthouden.2
Eigenlijk heet ze Beckmann, maar de uitgever vond dat destijds te Duits klinken. 3Ik begon net met schrijven en was niet in de positie om daar iets aan te doen. Beckman met één Rn1 is dus mijn pseudoniem2, schatert ze.
Beckman schrijft over thema1s die zij zelf interessant vindt. 3Ik hoor een verhaal van iemand of lees iets over een bepaalde tijd en als me dat boeit, dan ga ik daarover schrijven.2 Veel van haar boeken vertellen een verhaal in een historische context. Kinderen van Moeder Aarde speelt zich af in de toekomst: door een kernoorlog is de wereld totaal veranderd, bij een overlevend volk zijn alleen vrouwen aan de macht. Onderwerpen waarover beroering is ontstaan, zoals ongehuwde moeders, gaat zij niet uit de weg. Zijn er thema1s die zij schuwt? 3Nee. Wel vind ik dat er niet te veel gruwelen in het verhaal mogen zitten. Geweld is er door alle eeuwen heen geweest, maar van afgehakte handen en uitpuilende darmen houd ik niet.2 Ineens vol vuur: 3Over seks schrijf ik ook niet. Ik vind het stomvervelend om erover te lezen en nog vervelender om erover te schrijven. Niet dat ik zo preuts ben, maar ik ben ook getrouwd geweest en weet zelf wel hoe dat gaat.2
Gewone mensen
Thea Beckman doet veel voorstudie, zij leest bijvoorbeeld historische boeken over de tijd waarin het verhaal zich zal afspelen. 3Je moet weten over de staatskunde in die tijd en ook hoe het landschap er uitzag.2 Voor haar boek Vrijgevochten, dat gaat over blanke slaven in Noord-Afrika, reisde Beckman af naar Tunesië. 3Mooi hoor! Natuurlijk is er veel veranderd, maar je vindt er nog een heleboel waardoor je een idee krijgt over de tijd van vroeger. Ik heb grotwoningen gezien en oude plantages. Als de figuren in het boek van de ene stad naar de andere worden gestuurd, moet je toch weten hoe het er onderweg uitziet.2
Beckman schrijft het liefst over Rvrouwen en gewone mensen1. 3In de kronieken kom je die niet tegen. En wat je al over hen leest staat vaak vol met vooroordelen. Iemand van adel was mooi en een boer lelijk. Er wordt gedacht dat de mensen in de Middeleeuwen niet van hun kinderen hielden, maar je ziet op oude familieschilderijen soms witte gestalten op de achtergrond. Dat zijn de overleden kinderen, die hoorden er nog steeds bij. Natuurlijk keken ze op een andere manier naar kinderen, ze moesten gauw aan het werk, maar daarom hielden ze nog wel van ze. Door over de gewone mens van toen te schrijven wil ik dat soort onzin bestrijden.2
Beckman barst tijdens het gesprek regelmatig in lachen uit, maar sommige vragen maken haar ongeduldig, lijkt het. Deelt ze de bezorgdheid dat jongeren niet aan het lezen te krijgen zijn? Ze haalt haar schouders op. 3Het kind leest niet meer? Dat is een van die algemeenheden. Bovendien bestaat Het Kind niet. Het ene kind voetbalt graag en het andere leest, nou en? En dan houdt de een van boeken met veel dialoog en kan het een ander kind niet schelen dat het allemaal prietpraat is. Je moet een kind niet dwingen om te lezen, maar je kunt wel proberen om het aantrekkelijk te maken. Bijvoorbeeld met prentenboeken. Die prenten zijn kostelijk om te zien, zo krijg je vanzelf zin om de tekst erbij te lezen.2
Of lezen belangrijk is voor kinderen? Het is in ieder geval wel in mijn belang dat ze dat doen!2, zegt Beckman met een komisch gezicht. 3Maar ook is het belangrijk om goed begrijpend te leren lezen, dat heb je je hele leven nodig. Daarbij kun je niet overal verstand van hebben en overal naar toe gaan. Dan is het toch prettig dat je over zoveel kunt lezen.2
Jongensboeken
Zelf was Beckman van jongs af een grage lezer. 3Meisjesboeken las ik nooit, dat gekibbel tussen vriendinnen interesseerde me niet. Liever las ik jongensboeken, daar zat avontuur in!2 Veel verschil tussen boeken van vroeger en nu ziet ze niet. 3Boeken van nu hebben minder uitweidingen en pittiger dialogen, maar een oud boek kan ook heel modern aandoen.2 Kent ze een schrijver van deze jaren? 3Ik houd erg van Paul Biegels boeken. Nee, dat is niet een nieuwe schrijver2, schatert ze. 3Ach, ik lees niet zoveel jeugdboeken omdat ik aan historische boeken de voorkeur geef.2 Of een boek dik of dun is, maakt volgens Beckman niet uit. 3Als een kind geïnteresseerd is, leest het toch verder.2 En dat is wederom in het belang van de schrijfster, want veel boeken van haar hand tellen meer dan driehonderd pagina1s. 3Het verhaal bepaalt hoe dik het boek wordt, dat weet ik vooraf niet. Ik begin met schrijven en dan vertelt het verhaal zichzelf. Ik weet niet eens wie de hoofdpersoon zal zijn.2
Een computer is in Beckmans huis niet te vinden. 3Zesenzeventig ben ik, daar hoef ik toch niet meer aan te beginnen? Ik schrijf gewoon op een schrijfmachine.2 Ze vertelt hoe dat bij haar gaat. 3Eerst maak ik een kladje, daar deugt nog niet veel van. Dan doe ik het over. Ten slotte geef ik het aan de uitgever die commentaar levert. Voordat een boek af is, heb ik het drie, soms vier keer opnieuw geschreven.2
Op haar schrijfmachine is de laatste letter nog niet getypt. Ook na 28 jeugdboeken is Beckman nog lang niet uitgeschreven. 3Aan ideeën geen gebrek. Ik ben met een nieuw boek bezig, maar dat is nog lang niet klaar. Omdat het nog kan mislukken of totaal een andere kant op kan gaan, zeg ik nooit van tevoren waar het over gaat. Tot nu toe had ik, terwijl ik met een boek bezig was, altijd al twee ideeën voor een volgend werk in mijn hoofd en dat is nog steeds zo.2