- blad nr 5
- 11-3-2000
- auteur D. van 't Erve
- Dossier
Procedurefouten
In het geval van D. zijn in de procedure vele fouten gemaakt. Hij werkt sinds 1994 op een middelbare school als contactfunctionaris anderstalige leerlingen. In 1998 krijgt hij een brief van de rector dat zijn functie over een jaar wordt opgeheven en dat hij in het zogenoemde risicodragende deel van de formatie (rddf) wordt geplaatst. Daarmee opent het bestuur de mogelijkheid om D. een jaar later te kunnen ontslaan. Als D. hiertegen bezwaar aantekent, heeft intussen de bestuursvoorzitter al laten weten bij het besluit te blijven om zijn functie op te heffen. De rector schrijft twee dagen later dat ook het besluit om D. in het rddf te plaatsen wordt gehandhaafd. Tegen beide brieven maakt D. op 5 oktober 1998 opnieuw bezwaar. Hij licht dit later nog toe in een aanvullend bezwaarschrift.
Het gegoochel met de bezwaarschriften gaat nog even door. Als het schoolbestuur in februari 1999 laat weten niet van zijn standpunt af te wijken, gaat D. met behulp van de AOb in beroep bij de rechtbank. Vervolgens laat het bestuur op 26 april 1999 weten de dienstbetrekking met D. per 1 augustus te beëindigen, waartegen hij uiteraard opnieuw bezwaar maakt. Als het bestuur dit bezwaar op 8 juli ongegrond verklaart, gaat D. ook hiertegen in beroep bij de rechtbank. In de Algemene wet bestuursrecht (AWB) staat dat op een besluit na een bezwaarschrift alleen de gang naar de rechter kan volgen. Het tweede bezwaar, dat D. op 5 oktober 1998 had ingediend, had het schoolbestuur daarom moeten doorsturen naar de rechtbank. Dit is niet gebeurd en dus heeft het bestuur daarna onbevoegd een besluit genomen.
Om dubbelwerk te voorkomen behandelt de rechter het bezwaar van 5 oktober als een beroep. Meteen komt de volgende fout in de procedure aan het licht als D. zegt nooit te zijn gehoord door het bestuur. In de AWB staat dat een bestuursorgaan voordat het een besluit neemt, daartoe verplicht is. Hiervan kan een bestuur afzien, mits het een goede reden geeft. Vervolgens wijst de rechter er op dat een besluit een duidelijke en volledige motivering moet bevatten, waarin ook op de aangevoerde bezwaren moet worden ingegaan. Ook dit heeft het bestuur nagelaten. Het bestuur moet nieuwe besluiten nemen over D.1s bezwaren tegen het opheffen van de functie, de plaatsing in het rddf en het ontslag. Maar eerst zal het bestuur D. moeten horen. Alle proceskosten zijn voor rekening van het bestuur. (