• blad nr 5
  • 11-3-2000
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Voorzitter landelijke boerenorganisatie Jan Cees Vogelaar: 

Het hele lager agrarisch onderwijs kan weg¹

³Het agrarisch onderwijs loopt achter², vindt Jan Cees Vogelaar. Hij is voorzitter van de landelijke boerenorganisatie LTO veehouderij. ³Agrarische leerlingen moeten breder worden opgeleid en kunnen daarom beter vanuit een andere opleiding in het agrarisch onderwijs instromen. Bovendien moet het agrarisch onderwijs beter worden georganiseerd zodat het meer kwaliteit krijgt.²

ŒDe technische vaardigheden die je in een boerenbedrijf nodig hebt, kun je in drie tot vier jaar leren. Daarvoor hoef je echt niet het hele traject lager, middelbaar en hoger agrarisch onderwijs te doorlopen², meent LTO-voorzitter veehouderij Jan Cees Vogelaar. ³Boeren denken teveel in hullie en zullie: ŒHet is ons land en wij beslissen wat we daarmee doen¹. Ze hebben zestig procent van de grond in Nederland in beheer, maar luisteren niet naar de rest van de maatschappij, de klant. Om die attitude te veranderen moet je agrarische jongeren breed opleiden zodat ze meer contact krijgen met anderen in de maatschappij. Daarom kunnen ze beter eerst een andere beroepsopleiding volgen en dan met zestien, zeventien jaar het agrarisch onderwijs instromen.²
Het lager agrarisch onderwijs (waarin 27.000 leerlingen) kan dus afgeschaft. Bovendien zou Vogelaar graag de agrarische onderwijscentra (aoc¹s) veranderd zien. ³Vaak denken bestuurders van aoc¹s alleen aan leerlingenaantallen en hun eigen voortbestaan, niet aan de kwaliteit van het onderwijs. Uit lijfsbehoud verbreden ze de aoc¹s met groen-opleidingen. Cavia¹s aaien en bloemschikken zijn leuke takken van sport, maar hebben niets met agrarisch onderwijs te maken. Een boer kan niet alleen wat op zijn boerderij werken, maar moet een miljoenenbedrijf managen en vooruit kunnen denken. Dat moet hij leren op school, daar moeten de aoc¹s zich op richten. De andere onderdelen kunnen allemaal naar roc¹s worden overgebracht.²

Bezopen
Over het aoc in Leeuwarden laat Vogelaar zich lovend uit. ³Zij hebben een duidelijke keuze gemaakt om de opleiding op veeteelt te richten en beseffen dat je voor vier leerlingen boomteelt niet de benodigde docenten in huis kunt halen. Daarom sturen zij die door naar het aoc Emmen, dat de kennis wel in huis heeft. Aoc¹s moeten meer Œkritische massa¹ organiseren per opleiding, dan kunnen zij zich specialiseren in de nieuwste technieken en kennis. Want de vernieuwingen gaan erg snel. Bovendien leiden aoc¹s agrarische jongeren op voor een beroep dat ze op z¹n snelst over tien jaar gaan uitvoeren als ze een boerderij overnemen. En de technieken op een aantal aoc¹s lopen twee jaar achter! Dit verschilt overigens wel per instelling. Niet dat het onderwijs alle ellende in de agrarische sector kan oplossen, maar op school wordt een stuk van de basis gelegd. Je mag toch verwachten dat de school een bijdrage levert aan de attitude tegenover vernieuwingen. Als alle aoc¹s meer zouden samenwerken, zou de kwaliteit erg toenemen.²
Volgens Vogelaar ligt het aan de besturen dat dit te weinig gebeurt. ³De meeste docenten op aoc¹s werken zich de pestpokken. Zij willen meer met de opleiding, maar het breekt hen bij de handen af. Drie of vier centrale locaties voor agrarisch onderwijs in Nederland zijn genoeg. De praktische vaardigheden moeten ondergebracht worden bij de roc¹s: landbouwtechniek is echt niet zoveel anders dan andere technische opleidingen. Het is bezopen dat al die techniek bij het ministerie van LNV (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) zit. De vervoersopleiding valt toch ook niet onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat?²
Wat Vogelaar betreft zijn ook de aoc-besturen aan innovatie toe. ³Daar zitten vaak mensen al 25 jaar op dezelfde plek. De meeste bestuurders hebben een louter agrarische achtergrond, waardoor ze een rem zetten op vernieuwingen. Ik hoor het van de boeren die ik spreek: je hebt de kennisdove en de kennishongerige boeren. De doven gaan ten onder en de hongerige boeren weten ondanks deze moeilijke tijd steeds weer iets te bedenken waardoor ze de kop boven water kunnen houden. Er is de afgelopen jaren wel vernieuwd op aoc¹s, maar het mbo gaat veel meer met de tijd mee.² Een oplossing voor de Œvastgeroeste besturen¹ zou instroom van buitenaf zijn, denkt Vogelaar. ³In het bestuur van het roc Flevoland, waar ik deel van uitmaak, zit onder andere iemand van Autolease Nederland en iemand van een ingenieursbureau. Dat geeft dynamiek.²

Kerel met visie
Vogelaar laat zich eerst diplomatiek uit over de opvatting van het ministerie van LNV tegenover zijn plannen voor het agrarisch onderwijs. ³Er zullen voor- en tegenstanders zijn.² Maar alras laat hij zijn diplomatie varen: ³Die hele ambtenarij wil helemaal geen discussie. Want dan kun je niet alles beheersen en daar kan verlies van vermogen en bevoegdheden van komen. Dus dan maar liever geen discussie. Hoewel onderwijs zo¹n dertig procent uitmaakt van de begroting van LNV, houdt ook minister Brinkhorst zich er niet mee bezig. De afgelopen drie jaar heb ik van het ministerie geen visie gezien op het agrarisch onderwijs, terwijl het prioriteit zou moeten hebben.²
Toch spreekt Vogelaar ook positief over de minister en noemt hem een Œkerel met visie, een wereldburger¹. ³Ik denk dat als ik eens met de voeten op tafel met Brinkhorst over het agrarisch onderwijs praat, we het aardig eens zullen zijn. Hij heeft het druk, maar ik zou het appreciëren als hij zich wat meer bezighoudt met het onderwijs.² Verder vindt Vogelaar dat het ministerie randvoorwaarden en kaders voor een minimumniveau op aoc¹s moet vaststellen. ³De kwaliteit is zo opleidingsafhankelijk. Leeuwarden is erg goed, maar zowel de stagiair als de stagebegeleiding die ik uit Alkmaar op mijn eigen boerenbedrijf kreeg, waren een drama.²

Korte spanningsboog
³Als aoc¹s alleen voor het boerenbedrijf zouden opleiden, hadden we er aan een wel genoeg², smaalt Dirk Salis. ³Maar we leiden voor veel meer beroepen op.² Salis is AOb-hoofdbestuurder namens het agrarisch onderwijs. Hij vindt de uitingen van Vogelaar erg merkwaardig. ²De aoc¹s lopen achter? We zijn juist de voorlopers geweest bij de verbreding van de opleidingen. Waar wij in 1991 mee zijn begonnen, daar zijn de roc¹s pas sinds 1997 mee bezig. We hebben een brede uitstroom, dus Vogelaar zit er ook naast als hij zegt dat aoc¹s te eenzijdig opleiden. In het lager agrarisch onderwijs (lao) kunnen leerlingen aan alle vakken op agrarisch gebied snuffelen. Bloemschikken is het verwerken van een agrarisch product, waarom zou dat niet op een aoc thuishoren?²
De kwalificatie cavia aaien, die Vogelaar aan de groenrichtingen op de aoc¹s geeft, schiet Salis ook in het verkeerde keelgat. ³Doordat de leerlingen zelf de dieren moeten verzorgen, krijgen ze verantwoordelijkheidsgevoel en sociale vaardigheden. In het lao heb je te maken met leerlingen met een korte spanningsboog. ŒCavia aaien¹ is voor hen een opstapje naar het volgende moment dat ze zich weer moeten concentreren op leerstof.²
Salis uit zijn weerwoord overigens op persoonlijke titel aangezien de sectie nog niet op een lijn zit. ³Vogelaar zegt dat aoc¹s niet met de tijd meegaan, maar hij loopt zelf achter. Hij wordt het wel eens met de minister, denkt hij. Ja, met de minister kom je er altijd wel uit want die weet niets. Maar belangrijker is dat tegenwoordig de innovaties in het agrarisch onderwijs voortkomen uit het Lobas (Landelijk orgaan voor het beroepsonderwijs in agrarische sectoren). Daar zitten alle partijen in, werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen. Zij formuleren de eindtermen voor het agrarisch onderwijs. Daar is de LTO, waarvan de heer Vogelaar voorzitter is, ook in vertegenwoordigd. Dus als hij bezwaar heeft tegen de eindtermen moet hij zijn eigen mensen bijsturen.²

Onbeheersbaar
Salis geeft Vogelaar wel Œdriehonderd procent gelijk¹ als het gaat om de noodzaak van innovatie. ³Terwijl de consument schreeuwt om gespecialiseerde producten, willen de boeren niet om en blijven bulkproducten verbouwen die veel goedkoper uit landen als Polen komen. Ik denk dat de economische wereld het tij zal keren. Als Albert Heijn zich op milieuvriendelijke producten stort, moeten de boeren wel mee. Maar dan kan het al te laat zijn. Daarom moeten we kennis over nieuwe producten en productiemethoden in de kwalificatiestructuren van het agrarisch onderwijs opnemen. Vertaalslagen maken in die structuren, dat doet wederom het Lobas.² Salis is het ook met Vogelaar eens dat aoc¹s meer moeten samenwerken. ³Daar dring ik ook op aan. Maar enkel drie of vier aoc¹s in Nederland vind ik ongezond. Bij zo¹n schaalvergroting wordt het besturen onbeheersbaar.²

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.