• blad nr 5
  • 11-3-2000
  • auteur O. Bosma 
  • Commentaar

 

Miljarden

De onderwijsorganisaties hebben zich in de slag om de miljardenmeevallers gemengd met een verlanglijst ter waarde van zeven miljard gulden. Via een speciale website (www.meevaller.nl) kunnen bezoekers zich tot politici wenden om hun voorkeur uit te spreken. Het ziet er naar uit dat hier huiden verdeeld worden voor de beer geschoten is. PvdA-fractievoorzitter Melkert laat in dit nummer van Het Onderwijsblad niet zoveel over van de hoop dat er nog deze regeerperiode extra geld ter beschikking komt en zelfs voor de volgende rit staat er nog niets vast. Melkert kondigt een brainstormbijeenkomst aan, waarop zijn partij de onderwijsagenda tot 2010 wil vaststellen. Hij maant de onderwijsorganisaties om zich ook het hoofd te breken over de vraag welke maatregelen het meeste effect hebben en niet alleen groslijsten met wensen te produceren.
De eerste reactie op zijn benadering ligt voor de hand. Alweer zo¹n conferentie waar nagedacht wordt over dingen die iedereen al weet. Zou het gezamenlijke onderwijsveld er echt zover naast zitten met de opvatting dat leraren minder lesuren voor minder kinderen moeten geven, dat de gebouwen beter onderhouden moeten worden, de afschrijvingstermijnen voor leermiddelen korter, de scholingsmogelijkheden ruimer, de salarissen hoger? Nee, dat is niet waarschijnlijk. En ook Melkert erkent dat de Oeso-norm niet alleen een indicatie is voor de hoeveelheid geld die erbij moet, maar dat ook over de aard van de bestedingen het wiel niet meer hoeft te worden uitgevonden.
Toch is de kous daarmee niet af. Het wegzetten van enkele miljarden is niet zo eenvoudig als het lijkt en er moeten wel degelijk keuzes worden gemaakt. Door het snel groeiende tekort aan bevoegd personeel is het onmogelijk in één klap vergaande maatregelen te treffen waarvoor een beroep op de arbeidsmarkt moet worden gedaan. Er is geen overeenstemming tussen de overheid en werkgevers en werknemers over beloningsdiffentiatie als onderdeel van integraal personeelsbeleid. En over de vraag hoe het rendement van het onderwijs verbeterd kan worden, verschillen de meningen ook. Het blijkt bijna onbegonnen werk om zelfs maar over de stand van zaken onaanvechtbare uitspraken te doen. Na enkele weken met overwegend negatief nieuws waren er de laatste tijd weer optimistischer berichten. Volgens het Cito gaat het toch weer niet zo heel slecht met de allochtone leerlingen. En Regioplan heeft uitgezocht dat er een eind is gekomen aan de uittocht van leraren uit zwarte scholen: de mensen die er nu nog werken zijn gemotiveerd en willen niet weg.

De werkelijkheid heeft veel gezichten. Het is in elk geval nodig dat de beleidsmakers zich dat realiseren en hun neiging tot centraal te nemen ad-hocmaatregelen bedwingen. Elk bericht lokt tegenwoordig een reactie uit over hoe het zou moeten. Een voorbeeld is het PvdA-Kamerlid Lucie Kortram die onlangs het idee van de gedwongen spreiding van leerlingen van stal haalde. Terwijl VVD¹er Clemens Cornielje in het vorige Onderwijsblad meer overheidsinvloed bepleitte op de afspraken tussen werkgevers en werknemers over de arbeidsvoorwaarden, volhardde minister Hermans in de opvatting dat scholen moeten worden beoordeeld op grond van specifieke opvattingen over wat een goede pedagogisch-didactische aanpak is.
Politici bepleiten met de mond decentralisatie, maar in de praktijk kunnen ze moeilijk afscheid nemen van de rol van regisseur. Deze paternalistische opstelling belemmert de emancipatie van scholen tot zelfstandige instellingen die professioneel inspelen op hun specifieke omstandigheden. Centrale regie werkt niet meer, daarvoor is de werkelijkheid te ingewikkeld geworden. Deze week werd bekend dat in Friesland ouders er voor kiezen de overheid zo ver mogelijk buitenspel te zetten door het onderwijs geheel zelf te financieren. Een oplossing die natuurlijk alleen is weggelegd voor redelijk bemiddelde mensen en die een nieuwe escalatie inluidt in de ontwikkeling naar sociale segregatie in het onderwijs. Helemaal te voorkomen is die ontwikkeling niet, maar door het gesubsidieerde onderwijs te bevrijden van de ergste financiële beperkingen en het harnas van de centrale regie kan het voldoende kwaliteit houden om voor het overgrote deel van de bevolking het vanzelfsprekende alternatief te blijven.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.