• blad nr 5
  • 11-3-2000
  • auteur O. Bosma 
  • Redactioneel

PvdA-fractievoorzitter vindt minister Hermans een tikkeltje vrijblijvend 

De vijf miljard van Melkert zijn er nog niet

Het is zeer de vraag of er nog tijdens deze regeerperiode extra geld komt voor het onderwijs. PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert vindt dat ³de ambitie voor een verdere sprong niet gestild is, wanneer in het regeerakkoord geplande uitgaven naar voren worden gehaald². Maar uit een gesprek met Het Onderwijsblad blijkt dat de uitkomst van het politieke gevecht met de VVD over de besteding van de meevallers nog lang niet is beslist.

Toen Ad Melkert 24 januari tijdens een debat in Amsterdam vier à vijf miljard extra voor het onderwijs opeiste in de loop van de komende jaren, wekte hij daarmee verwachtingen. Als de fractievoorzitter van de grootste regeringspartij dat publiekelijk verklaart, moet het wel om meer dan luchtkastelen gaan. Meteen dus gebeld naar het Binnenhof met de vraag om te praten over de te nemen maatregelen en het tempo dat de PvdA-voorman voor ogen heeft, onder het motto boter bij de vis en smeden als het ijzer heet is. Maar dat bleek al te haastig. De fractie wilde eerst nog onderling beraad voor het hongerige veld te woord kon worden gestaan.
In de weken daarna kwam tussen de regeringspartijen het debat over de besteding van de meevallers goed op gang. De rolverdeling was vertrouwd. De VVD beschermt het regeerakkoord en de Zalmnorm, wat wil zeggen dat de ruimte gebruikt moet worden voor vermindering van de overheidsschuld en verhoging van de particuliere bestedingen. De PvdA-fractie wil daarnaast ruimte voor overheidsinvesteringen die (nog) niet in het regeerakkoord zijn overeengekomen. Melkert moet daarvoor niet alleen opboksen tegen de VVD, maar ook het kabinet lijkt nog niet overtuigd van de noodzaak om voor onderwijs structureel meer geld uit te geven.
Eind februari leek er een compromis op komst: gemaakte afspraken zouden versneld worden uitgevoerd. Voorzover mogelijk, want aan het naar voren halen van bijvoorbeeld de klassenverkleining in het basisonderwijs zitten de nodige haken en ogen, gezien de krapte op de arbeidsmarkt. Als Het Onderwijsblad Ad Melkert op 29 februari ten slotte interviewt, is het compromis nog niet officieel bevestigd. De fractievoorzitter moet op sommige vragen dan ook volstaan met het veelbetekenende glimlachje dat zijn handelsmerk is: ³Het is een beetje te vroeg om precies te zijn over de verwerking van de nieuwe inzichten en onze wensen in de lopende begroting, laat staan in die voor het jaar 2001. Het kabinet praat de komende weken over de hoofdlijnen, de Kamer is pas in het najaar in beeld. Maar we kijken natuurlijk als fractie wel mee.²

Oeso-norm
Over de nieuwe inzichten en wensen is Melkert wel duidelijk. Hij gelooft niet in de nieuwe economie waarin geen recessies meer voorkomen, maar de huidige fase van hoogconjunctuur duurt wel opmerkelijk lang en daarvan moet de regering gebruikmaken. In augustus vroeg hij de fractie tijdens de jaarlijkse strategische zomerbespiegeling om bewust na te gaan denken over de mogelijkheden van een trendbreuk of een versnelling van het beleid in het licht van de voorspoedige ontwikkeling van de economie en de overheidsfinanciën. ³Toen is vastgesteld dat we op een aantal terreinen, waaronder onderwijs en onderzoek, moeten proberen een agenda op te stellen om Nederland in de pas te krijgen met de andere geïndustrialiseerde landen. Er zijn langzamerhand heel wat Oeso-normen ontwikkeld en die voor de onderwijsuitgaven wordt algemeen als een van de belangrijkste gezien. Ik heb, ook als minister van Sociale Zaken, enkele Oeso-conferenties voorgezeten waar onderwijs werd gezien als een sleutel, niet alleen voor de ontwikkeling van sociaal beleid, maar ook voor de economie. En het valt niet te ontkennen dat we in alle jaren van bezuinigingen die ontwikkeling hebben moeten veronachtzamen.²
Melkert streeft nu naar een inhaaloperatie, maar hij waarschuwt voor overhaasting. Hij wil de tijd nemen om na te denken welke maatregelen het meest effectief zijn en hoe daarbij de knelpunten kunnen worden omzeild. Daarvan zijn er drie, somt hij op. In de eerste plaats de arbeidsmarkt. Melkert denkt dan niet alleen aan het lerarentekort, maar ook aan onderwerpen als kinderopvang en de mogelijkheid van onderwijspersoneel om zich te ontplooien. Hij wil in de tweede plaats helderheid over de taakverdeling tussen overheid en bedrijfsleven, vooral bij de invoering van informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs. ³De overheid dicht zichzelf te vanzelfsprekend de rol van organisator toe.² En ten slotte de gebouwen en apparatuur.

Nieuwe onderwijsagenda
Melkert kondigt aan dat de PvdA op 13 mei een bijeenkomst organiseert waar een nieuwe onderwijsagenda uit moet rollen.
Zucht. Eindeloze rijen van conferenties en studiecommissies doemen op in het Hollandse laagland. De onderwijsbonden en de schoolbesturen weten toch al lang waar de schoen wringt? Iedereen kent toch de Oeso-gemiddelden over aantallen lessen en leerlingen per docent? Straks, als de PvdA is uitgestudeerd, is de economie weer op z¹n retour.
Melkert produceert zijn lachje. Hij heeft van nature veel respect meegekregen voor de bonden, maar er zijn meer spelers in het veld. Er moet in de samenleving draagvlak worden ontwikkeld, het is lang niet vanzelfsprekend dat aan onderwijs en zorg een sleutelpositie wordt toegekend in een maatschappij die ruimte eist voor de hardware en de particuliere consumptie.
Heeft deugdelijk onderzoek dan niet aangetoond dat de gemiddelde Nederlandse burger zelfs een belastingverhoging overheeft voor overheidsinvesteringen in het onderwijs?

Nederland in 2010
De fractievoorzitter kent dat onderzoek, maar hij is in de loop van de jaren gelouterd: ³Mensen zijn tegenover enquêteurs gemoedelijker dan op het moment dat ze echt moeten betalen. En mij mag je wakker maken voor financiële ruimte voor het onderwijs, maar niet voor het opvoeren van de lasten. Dan loop je het risico dat je aan de kant van werkgelegenheid en economische ontwikkeling verliest, wat je aan de onderwijskant wint. Maar ik geef toe - en het is een gelukkige omstandigheid - dat publieke uitgaven niet langer worden gezien als een last voor de publieke sector. Investeringen in de overheidsvoorzieningen zijn erkend als een productieve factor. Het thatcherisme heeft het pleit echt verloren.²
Hij verdedigt met klem de nadere studie op te treffen maatregelen: ³We moeten de tijd nemen om een beeld te krijgen van het Nederland dat we in 2010 willen in termen van kwaliteit en innovatie op sleutelgebieden als onderwijs, zorg en de veiligheid van burgers. Wat moet de kwaliteit zijn van leraren? Wat voor eisen stellen we aan gediplomeerde leerlingen? Aan de gebouwen? Hoe bereiden we ons voor op een leven met afwisseling tussen werken, zorgen en leren? Daarover moet je beleidskeuzes maken en maatregelen bedenken vóór je de portemonnee opentrekt. We moeten inderdaad niet doen alsof het wiel nog helemaal moet worden uitgevonden. Zeker op het terrein van het onderwijs hebben we veel aan de Oeso-rapporten en andere studies. Maar ik ben doodsbenauwd dat er door lukraak geld te pompen een soort omgekeerd kaasschaafeffect ontstaat, dat we de plakjes die er de afgelopen decennia zijn afgevallen weer opplakken. Ook de bond moet keuzes maken: hoe krijg je maximaal rendement uit elke ingezette gulden? Alleen dan is een kritische dialoog met de politiek mogelijk.²

Ambities
Leidt al het gestudeer van de politiek er niet toe dat er voor de sector weinig te beslissen overblijft omdat de besteding van extra geld tot in detail wordt geregeld?
De vraag lokt enigszins verrassend kritiek uit op VVD-minister Hermans, die Melkert een tikkeltje te vrijblijvend noemt bij het vaststellen van zijn ambities: ³Het gaat om geld van de gemeenschap en je moet als volksvertegenwoordiger altijd kunnen uitleggen hoe je dat besteedt en waarom op die manier. De decentralisatie ontslaat de politiek niet van het vastleggen van ambities. Mensen op de werkplek moeten ruimte hebben om in te spelen op hun specifieke situatie, de wijk, de kwaliteiten van docenten, alles wat je kunt verzinnen. Maar de minister moet vooraf duidelijk maken wat hij wil. Ik vond zijn beleidsbrief van vorig jaar te globaal, teveel een procesmatig stuk. Decentralisatie brengt een gevaar met zich mee. De overheid heeft een onuitroeibare neiging om zich bij eenmaal gedecentraliseerd beleid niet meer verantwoordelijk te voelen voor de effecten. Dat kan alleen als de overheid zelf duidelijke doelstellingen neerzet. Ik wil minister Hermans dus niet ontmoedigen op de ingeslagen weg voort te gaan, maar hem aansporen om zijn doelstellingen scherper te formuleren.²

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.