• blad nr 10
  • 18-5-2002
  • auteur . Overige 
  • Dossier

 

Korting

Leerkracht Z. besluit in 1999 gebruik te maken van de bapo-regeling. Ze is dan ouder dan 55 jaar en kiest voor een lager salaris tegen minder uren werk op de basisschool. In het begin van het jaar 2000 wordt ze echter ziek. Ruim een jaar later kent Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (Uszo) haar een wao-uitkering toe. Als Z. ziet hoe hoog die uitkering volgens het instituut moet zijn, is ze het hier niet mee eens. Want bij de berekening van haar dagloon en dus haar uitkering is een korting geheven omdat ze deelneemt aan bapo-regeling en dit is niet terecht, vindt Z.
Samen met een juridisch medewerker van de AOb tekent ze bezwaar aan bij UWV. Met ingang van 1 januari 2002 zijn alle uitvoeringsinstellingen zoals Uszo en Gak opgegaan in Uitvoering Werknemersverzekeringen (UWV).
De uitkeringsinstantie slaat de wao-reglementen er nog eens nauwkeurig op na en stuit op een artikel over het dagloon en de wao. Hierin staat samengevat het volgende. Als een werknemer kan aantonen dat zijn salaris werd verlaagd toen hij 55 jaar of ouder werd, kan hij zich beroepen op het zogenoemde voorafgaande dagloon. En dit is het loon dat voor de werknemer zou hebben gegolden als hij ziek was geworden de dag vóórdat zijn loon werd verlaagd en als hij daarna onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Dit geheel gaat trouwens alleen op als de werknemer zowel toen hij ziek werd, als toen hij vijftig werd, bij dezelfde werkgever in dienst was. Ook moet hij gedurende deze tijd een vast loon hebben ontvangen.
Naar aanleiding van deze reglementen oordeelt het UWV dan ook dat ook het 'voorafgaande dagloon' ook voor leerkracht Z. geldt. Daarom wordt er door de instelling een fictieve dag vastgesteld van Z's eerste dag van arbeidsongeschiktheid. En dus wordt die datum precies één dag geprikt voor de dag dat haar salaris door de bapo-regeling werd verlaagd. Na een wederom fictieve wachttijd van 52 weken, wordt dus ook een nieuwe, fictieve ingangsdatum voor de wao-uitkering voor Z. vastgesteld.
Kortom, Z.'s bezwaar is gegrond, oordeelt het UWV en door de nieuwe berekening van haar wao-uitkering krijgt ze er ongeveer vijfenzeventig euro per maand bij. (MA)

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.