• blad nr 10
  • 18-5-2002
  • auteur T. Snel 
  • Redactioneel

 

Minder lesuren voor beginners

GroenLinks pleit voor minder lesuren voor beginnende leerkrachten. Beginners zouden 21 lesuren moeten geven in plaats van 26. Daarmee krijgen ze tijd om zich in te werken. Als nieuwkomers wat rustiger kunnen beginnen, verlaten ze het onderwijs wellicht niet zo snel.

Jonge leerkrachten die overbelast raken is niet goed voor de wervingskracht van het beroep, het veroorzaakt ziekteverzuim en het leidt tot een snel vertrek uit het onderwijs van jonge leerkrachten. Het idee is dat de beginnende leerkracht start met 21 lesuren en dat daar elk jaar een uur bij komt tot een maximum van 26 uur. In de cao zouden daar afspraken over moeten worden gemaakt. Op de langere termijn (niet nu, want dat leidt tot verergering van het lerarentekort) zou voor alle leerkrachten verlaging van de lestaak redelijk zijn. Dit staat in de nota De tekorten meester van GroenLinks.
Betere arbeidsomstandigheden zijn nog belangrijker dan betere arbeidsvoorwaarden. Meer tijd om je werk goed te doen en betere schoolgebouwen zijn belangrijker dan salarissen, hebben leerkrachten zelf ook al eerder aangegeven. Er zou jaarlijks twee miljard euro voor uitgetrokken moeten worden om het werken in het onderwijs weer leuk te maken. 'De extra onderwijsuitgaven van Paars II waren welkom, maar onvoldoende. Bovendien komen ze te laat, zijn ze vaak incidenteel en maken ze vooral de te krappe budgetten uit het regeerakkoord ongedaan.'
Meer ondersteuning voor leerkrachten in de vorm van administratief personeel, conciërges en onderwijsassistenten kan veel bijdragen aan een lagere werkdruk. Ondersteunend personeel kan de leerkrachten veel taken uit handen nemen. Meer handen in de klas blijkt effectiever dan een generieke verlaging van de lestaak, schrijft GroenLinks in de nota. Ook de Onderwijsinspectie constateert dat de instructie en verwerking van de leerstof beter is afgestemd op de leerlingen wanneer de leerkrachten ondersteund worden door onderwijsassistenten. 'Dit succesvolle beleid moet dus met kracht worden voortgezet en uitgebreid.'
Goede samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is voor veel vrouwen in het onderwijs van belang om prettig te kunnen werken. Ook een beter Arbo-beleid binnen scholen moet zorgen voor een betere arbeidsomgeving. En de kwaliteit van het management is een belangrijke factor.
Het ontbreekt leerkrachten steeds meer aan tijd en mogelijkheden om hun werk professioneel in te vullen. Leerlingen krijgen te weinig (professionele) aandacht van de leerkracht. In het onderwijs moet meer onderzoekstijd en onderzoeksmiddelen komen voor leerkrachten. Het is goed voor de status en aantrekkelijkheid van het vak en goed voor de kwaliteit als leerkrachten zelf onderzoek doen in plaats van wetenschappers. Scholen moeten ook de ruimte hebben om zelf vernieuwingen te bedenken en te testen. Dat past ook bij de rol van de professionele leerkracht. Daar kan veel arbeidsvreugde mee kunnen terug gewonnen.
Verder wil GroenLinks het geld steken in de bestrijding van onderwijsachterstanden, versterking van de bve-sector, betere werkplekken op school, wervingsacties en de garantie dat het loon de komende vier jaar gegarandeerd wordt verhoogd met het inflatiepercentage.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.