- blad nr 10
- 18-5-2002
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
De kloof
Nederland was paarsmoe - omdat alles wat niet goed liep achter goede bedoelingen werd weggestopt, maar niet werd aangepakt. Fortuyn had dat feilloos in de gaten en verwoordde dat op onnavolgbare wijze. Hij wist in het debat de juiste toon aan te slaan om grote groepen te bereiken, groepen die zich soms allang hadden afgekeerd van de politiek. 'Fortuyn spreekt taal, Melkert nota', noteerde columnist Jan Mulder ergens de afgelopen maanden trefzeker.
Fortuyn spreekt niet meer. Het is moeilijk te bedenken - dit commentaar is geschreven vóór de verkiezingen - welke gevolgen zijn dood zal hebben voor de toch al onvoorspelbare verkiezingsrace. Een waanzinnige moord maakte een einde aan het democratisch debat. Dat had nooit mogen gebeuren, het debat had juist na 15 mei moeten voortgaan mét Fortuyn, iets wat onmogelijk is gemaakt door deze aanslag op het vrije woord, een aanslag op de vrijheid van meningsuiting.
Nu gaat hij haast als een messias de geschiedenis in, als 'degene die het eindelijk hardop durfde te zeggen'. De toestroom van immigranten, de vertroeteling van allochtonen, 'onze verlichting' en 'hun achterlijke cultuur', zijn uitspraken 'dat Nederland een beetje té vol is'. Maar Fortuyn was zeker niet de eerste die deze thema's op tafel durfde te leggen.
Paul Scheffer beschreef nog niet zo lang geleden 'het multiculturele drama' in NRC-Handelsblad, Frits Bolkestein zette de in zijn ogen ongebreidelde immigratie op de politieke agenda, David Pinto had het al jaren geleden over het doodknuffelen van allochtonen.
Alleen bereikte die highbrow aanpak van essay en politiek discours de massa niet. Fortuyn wel. Hij wist het verhaal over de groeiende spanning tussen de twee Nederlanden, zwart en wit, beter, harder en polariserender te vertellen. Trok daarmee het uiterst rechtse deel van de kiezers naar zich toe. Het was een thema waar veel politici de afgelopen jaren voor wegliepen. Het keihard signaleren van die spanning is een verdienste van Fortuyn, hij heeft de kloof zichtbaar gemaakt. Wat niet wil zeggen dat zijn polariserende toon en soms simplistische oplossingen mij bevielen. Allerminst.
Ons uiterst welvarende land en ons welvarend Europa zal - ook al roep je 'grenzen dicht' - als een magneet blijven werken op mensen uit Azië, Oost-Europa en Afrika die verwachten dat zij hier hun positie kunnen verbeteren. De tegenstelling tussen arm en rijk in de wereld leidt al meer dan tien jaar tot een nieuwe grote volksverhuizing, waar Europa zich nog steeds geen raad mee weet en die leidt tot spanningen tussen bevolkingsgroepen. Sectoren als onderwijs, zorg en jeugdwerk betalen vervolgens de rekening voor de problemen waar de politiek niet uitkomt.
In het onderwijs wisten we allang dat die tweedeling binnen Nederland toeneemt. Het aantal zwarte scholen groeit gestaag en zeker niet alleen meer in de randstad. De demografie laat zien dat het aantal allochtone kinderen zal toenemen en de kans is dus groot dat het aantal zwarte scholen de komende jaren sneller toeneemt. Gemakkelijke gedachten over spreiding zijn daarom zinloos als het huisvestingsbeleid er niet bij wordt betrokken.
Wie in het onderwijs werkt, ervaart de clash tussen de culturen dagelijks aan den lijve. Ziet witte ouders wegtrekken naar andere wijken en scholen. Besluit soms na jaren keihard ploeteren zelf ook om op een andere school te gaan werken. De segregatie dendert in een enorm tempo voort. Een nieuw kabinet zal na de verkiezingen als eerste prioriteit samen met het onderwijs een antwoord moeten zoeken om de kloof te dichten. Want een toekomst van twee Nederlanden is voor het onderwijs en de maatschappij onwerkbaar en onwenselijk.