• blad nr 9
  • 4-5-2002
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Het laatste bolwerk van de verzuiling

Het is onbegrijpelijk dat de AOb afwijzend reageert op de voorstellen van minister Van Boxtel om de subsidiëring van het bijzonder onderwijs te staken. Dat zegt August Hans den Boef in onderstaand opiniestuk. Het gros van de bijzondere scholen gedraagt zich immers als openbare, maar voelt niet de noodzaak om ook alle achterstandsleerlingen op te vangen. En scholen van kleine richtingen zouden - als zij hun religieuze opvattingen binnen het onderwijs willen verkondigen - daarvoor zelf maar moeten betalen.

Als tweederde van de Nederlandse onderwijsinstellingen bijzonder is, zal de vakbond daar ook leden hebben en derhalve terecht een genuanceerd standpunt innemen als het gaat om de verzuiling. Maar een genuanceerd standpunt betekent niet dat de AOb pal zou moeten staan voor het bijzonder onderwijs.
Minister Van Boxtel is de enige politicus die uit het debat de juiste conclusie trekt: beëindig de structurele subsidie van confessioneel onderwijs. Die regeling is immers volkomen achterhaald met het eind van de verzuiling. Doch met een comfortabele dekking van tweederde van de Nederlandse onderwijsmarkt is het bijzonder onderwijs het laatste bolwerk uit de dagen dat christenen het maatschappelijk middenveld beheersten.
Want de afgelopen decennia heeft het zijn bevoorrechte positie ten opzichte van het openbaar onderwijs letterlijk met kunst en vliegwerk weten te handhaven. Hoeveel kwijnende openbare basisscholen die onder de norm van het minimumaantal leerlingen kwamen, zijn niet gesloten ten bate van de evenzeer kwijnende christelijke of katholieke school om de hoek? Die kon het met hulp van bevriende instanties net zo lang uitzingen tot het gemeentebestuur het vonnis velde over de openbare concurrent en het volgende schooljaar de aanmeldingen weer binnenstroomden. Wie herinnert zich niet de moeite die ouders in steden als Maastricht moesten doen om er een paar openbare scholen bij te krijgen? Openbaar onderwijs hoorde niet bij de Maastrichtse cultuur, meenden katholieke bestuurders.
De tijd is rijp om Van Boxtels voorstel te honoreren, want zoals we allen weten, zijn de meeste bijzondere scholen op protestantse of katholieke grondslag de facto openbare scholen. Zowel het personeel als de leerlingen komen uit verschillende achtergronden, net als bij de openbare instellingen.

:Onverdraagzaamheid
Bij bijzondere scholen werken ook collega's die noch de specifieke denominatie, noch het christendom, noch enig geloof zijn toegedaan. Daarin lijken christelijke scholen op islamitische. Het cruciale verschil is dat islamitische scholen op dit moment nog bij gebrek aan beter non-islamitisch personeel en zelfs bestuursleden aannemen. Die collega's ruimen echter onmiddellijk het veld als er voldoende leerkrachten uit de eigen kringen voorhanden zijn. Zo was het bijzonder onderwijs ooit bedoeld.
De consequenties van de schoolstrijd van een eeuw geleden zijn dat een school leerlingen kan weigeren wier ouders andere beginselen zijn toegedaan, geen leerkrachten hoeft aan te nemen met andere beginselen, dan wel homoseksueel zijn of ongetrouwd, en geen vrouwelijke directeuren hoeft aan te stellen. De consequentie hiervan is eveneens dat in het onderwijs geharnaste passages uit sacrale teksten en de interpretatie daarvan een rol spelen, die kunnen aanzetten tot onverdraagzaamheid en haat, de integratie blokkeren en kinderen minder succesvol in de samenleving plaatsen.
Die bovengenoemde en maatschappelijk ongewenste mogelijkheden vormen als gezegd wel de essentie van bijzonder onderwijs op religieuze grondslag. Maar de bestuurders die op religieuze gronden van deze mogelijkheden gebruik maken, benadrukken dat ze als fossiel van een zuilensamenleving niet meer sporen met de eisen van de tijd waarin godsdienst louter tot het privé-domein behoort. Grof gezegd gaat dat om reformatorische, evangelische en islamitische scholen. Het behoort tot de vrijheid van deze burgers dat zij hun kinderen kunnen laten onderwijzen in een ideologie die haaks staat op die van andere burgers. Maar het ligt toch voor de hand dat die burgers dit onderwijs niet door andere burgers laten financieren? Ouders kiezen voor bijzonder onderwijs steeds vaker op heel andere dan religieuze gronden. Omdat een school een goede naam heeft, omdat die in een bepaalde buurt staat en vooral omdat die - relatief - wit is.
Daarom wil dit type bijzonder onderwijs ook niet openbaar worden, want dan verliest het zijn unique selling proposition. Bestuurder Strietman van de Besturenraad in Buitenhof en later CDA-voorman Balkenende goochelen met cijfers. Absoluut gezien nemen de confessionelen weliswaar heel wat allochtone leerlingen op. Maar het bijzonder onderwijs dekt 70 procent van het onderwijs in Nederland! Relatief nemen de confessionele instelling de minste (allochtone) probleemleerlingen op. Zelden zal een school hoeven over te gaan tot openlijke quotering. Door op het juiste moment de christelijke grondslag op te voeren, kan het schoolbestuur islamitische kinderen weren dan wel hun ouders afschrikken. Uit achterstandmilieus wel te verstaan, want de kinderen van drs. Özal en ir. Parabirsigh zijn meestal van harte welkom. Bovendien is dit type ouders assertief genoeg om niet af te haken wanneer er subtiel op de andere religieuze achtergrond van de bijzondere school wordt gewezen. De allochtone middleclass wil begrijpelijkerwijze zijn kinderen liever niet op een zwarte school. De afhakers zijn de arme, laaggeschoolde islamieten met grote gezinnen die zich nog veel gelegen laten aan de imam.
Kinderen uit Antilliaanse achterstandmilieus zijn weliswaar christelijk, maar die kun je altijd nog weren vanwege hun geringe beheersing van de Nederlandse taal, weten schoolleidingen.
Deze praktijken zijn niet alleen bij onze AOb-collega's overbekend, maar er rust kennelijk een zwaar taboe op om er consequenties aan te verbinden.


Geen ramp
Het afschaffen van de status van bijzonder onderwijs hoeft geen ramp te zijn. Richt een stichting op, gebruik de naam van de school als brand, zoals kranten, omroepen en uitgeverijen dat al decennia doen. Waarom zou een lokale traditie van onderwijskwaliteit geen gezonde commerciële aantrekkingskracht kunnen hebben?
Als ouders willen dat hun kinderen over hun religie worden onderricht, dan kan dat mooi in de vrije tijd, op zondagscholen, koranscholen en bijbelstudieclubs. Fundamentalisten of orthodoxen die wel een school willen die van maandag tot vrijdag doordrenkt is met de ware religie en van vreemde smetten vrij, betalen die zelf. Dat offer zullen zij graag willen brengen.
Al met al fungeren zowel de moderne Strietmans als de fundamentalisten en orthodoxen derhalve als getuigen à charge bij een pleidooi om te stoppen met een structurele subsidie van confessioneel onderwijs.
Onbegrijpelijk daarom dat Walter Dresscher, vice-voorzitter van de AOb, zo afwijzend reageert op Van Boxtels voorstel: 'Bijzondere scholen zijn juist een uitstekend middel om mensen van verschillende religieuze afkomst te laten integreren.' Ik geloof daar niets van. Er kan heel veel in het bijzonder onderwijs - ik ben zelf ooit door mijn ouders in het bijzonder onderwijs geplaatst en heb over de kwaliteit daarvan, bijvoorbeeld als voorbereiding op een academisch vervolg, absoluut niet te klagen. Maar als het gaat om kinderen op een enigszins objectieve manier te helpen hun weg te vinden in een multiculturele samenleving met tientallen godsdiensten en vooral veel heidenen? Ik neem aan dat Dresscher het niet heeft over reformatorische, evangelische en islamitische scholen, maar over die bijzondere scholen zonder veel kleur. Biedt dan juist een openbare school niet bij uitstek en dus veel beter dan een bijzondere het ideale kader? Wellicht kan een instelling als de SLO een algemeen vak 'levensbeschouwing' ontwikkelen dat vervolgens ook door het Cito kan worden getoetst. En is een vakbond niet een organisatie die juist een debat over de positie van het bijzonder onderwijs moet stimuleren in plaats van afkappen?

August Hans den Boef,
teamleider Instituut voor media en informatiemanagement, Hogeschool van Amsterdam

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.