- blad nr 9
- 4-5-2002
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Puber ziet nuance vrijspraak imam niet
'Een vijftienjarige puber ziet al die nuances niet in een gerechtelijke uitspraak. Die denkt gewoon: El Moumni is vrijgesproken, dus wat hij zegt, mag ik ook zeggen. Vrij is vrij." De rechter heeft in al zijn wijsheid het onderwijs opgezadeld met een nauwelijks uit te leggen vonnis, zo maken Erwin Kunnen en Grada Schadee van de homogroep van de AOb duidelijk. Want het vonnis lijkt glashelder, maar dat is het buiten de rechtszaal eigenlijk allerminst.
De imam El Moumni noemde in Nova homoseksualiteit 'een besmettelijke ziekte' en bovendien 'schadelijk voor de samenleving'. Op zich zijn dat verboden, discriminatoire en strafbare uitlatingen, zo zei de rechter. Maar als voorganger mag El Moumni dat zeggen om uitleg te geven aan de letterlijke tekst van de koran. Hij dus wel, en anderen niet.
Bovendien heeft hij, anders dan de aanklacht luidde, niet opgeroepen tot haat of geweld tegen homo's. De imam was daar juist tegen, zo bleek uit het hele interview, maar Nova heeft alleen de sappige passages gebruikt en niet de nuanceringen die hij uitsprak. Het openbaar ministerie gaat in beroep om een principiële uitspraak van hogere rechtsmacht te ontlokken. "Wij willen duidelijkheid over waar het discriminatieverbod ophoudt en waar de vrijheid van godsdienst begint", zo zei de officier van justitie.
Een goed streven, want de juridische redelijkheid van de rechter past helemaal niet bij de dagelijkse praktijk van homo's met veel islamitische jongeren in hun klas. Vrij is vrij, denken de pubers, dus ik kan met El Moumni's woorden homoseksuele leraren rustig jennen.
"En dat is een misvatting", verzekert Erwin Kunnen. "Ik heb met het openbaar ministerie gebeld om mij deze ingewikkelde uitspraak te laten duiden. Het citeren van El Moumni, dezelfde kwetsende uitlatingen gebruiken, is gewoon strafbaar. Alleen in zijn specifieke rol als imam en in de context - een interview waarin geknipt is - volgt vrijspraak. Dat betekent dat als homoleraren op deze manier aangesproken worden, leerlingen strafbaar zijn.
Gekwetst
Docenten die zich gekwetst voelen, moeten dat ogenblikkelijk melden bij hun school. En de school móet ingrijpen. Als mensen sinds de uitspraak problemen hebben gekregen, raad ik ze ook aan om met de homogroep te bellen, zodat we zicht krijgen op de omvang van het verschijnsel."
Veel homoseksuele leerkrachten hebben namelijk de neiging om niet naar buiten te komen met hun verhaal. "Wij horen vaak dat mensen geen officiële stappen willen nemen omdat het allemaal al zo zwaar is", zeggen Schadee en Kunnen. "En dat is het ook. Vaak draaien conflicten over homoseksualiteit uit op een juridische kwestie. De leraar vertrekt met een gouden handdruk; de rechtspositionele problemen zijn opgelost. Dat lost alleen niets op. Ons advies is toch steeds dat je met je probleem naar buiten moet. Speak out!"
"Wij beseffen ook wel dat dat zwaar is en hebben er ook vrede mee als mensen alleen hun verhaal bij ons doen voor steun. Maar alles stilhouden verergert de situatie. Je hebt rechten. Maar wij laten iedereen de keuze voor zichzelf maken om ermee naar buiten te komen. Als het maar een eigen keuze is en geen door de directie opgelegde. In de sfeer van: onze leerlingen hebben problemen met homoseksualiteit en dat houden wij maar stil."
Homoseksualiteit in het onderwijs heeft nog nooit zo sterk in de belangstelling gestaan als het afgelopen jaar. Een heel verschil met pakweg twintig jaar geleden toen problemen ontstonden rond homo's in het christelijk onderwijs. De nieuwe culturele clash tussen islamitische jongeren en de relatieve openheid waarmee homoseksualiteit in de Nederlandse samenleving wordt omgeven, kwam de laatste maanden steeds heftiger tot uiting in het onderwijs. De conferenties van de homogroep worden daarom het laatste jaar drukker bezocht dan gebruikelijk.
Winst? Nou, de verhalen van homoleraren over de neerbuigende houding van moslimleerlingen, de teksten van imams over homoseksualiteit, het heeft er eerder alle schijn van dat we even een stap terug doen in de tijd. Zo negatief zijn Grada Schadee en Erwin Kunnen zeker niet. Ieder nadeel heeft zijn voordeel. Onder druk van de anti-homohouding van jongeren, werd staatssecretaris Adelmund opeens op het matje geroepen in de Tweede Kamer bij de behandeling van de nota Paars over roze. Onderwijs deed eigenlijk veel te weinig aan homobeleid, vonden de Kamerleden. De rol van de school - als plaats van opvoeding en plek waar veel mensen werken - was eigenlijk schromelijk onderbelicht in de plannen van Paars.
Adelmund moest beterschap beloven en zei dat zij de onderwijsinspectie scherper laat controleren of scholen wel aandacht besteden aan 'homobeleid'. Dat klinkt goed, maar als we naar het emancipatiebeleid kijken, levert die aandacht nog niet echt verbetering op.
Niet somber
Scholen moeten een emancipatiebeleid ontwikkelen, bijvoorbeeld meer vrouwen in leidinggevende posities. Als de cijfertjes worden opgemaakt blijkt dat er in de praktijk toch weinig terechtkomt van al die goede bedoelingen. Zal dat niet ook het lot zijn van specifieke aandacht voor homo's op scholen? Schadee en Kunnen zijn daar niet zo somber over.
"Wij verwachten er niet veel, maar wel iets van. Scholen zijn zich er tegenwoordig wel van bewust dat ze iets moeten doen aan het stimuleren van vrouwen in leidinggevende functies. Scholen hoeven nu níets te doen aan homobeleid. Als de inspecteur ze ernaar vraagt, hoeven ze geen antwoord te geven. Dat moet straks wel. Langzamerhand beseffen scholen dat ze erop afgerekend worden door de inspectie. Wij denken dat dat effect kan hebben. Nu zijn er maar twee scholen waarvan wij weten dat zij expliciet iets aan homobeleid doen. Alleen scholen waar 'wat aan de hand is' zetten iets op papier. Dat worden er ongetwijfeld meer als de inspectie er serieus naar gaat kijken."
Zover is het nu in elk geval nog niet. Adelmund kondigde wel ferm aan dat de inspecteurs scherper zullen controleren of scholen een homobeleid voeren, maar bij de inspectie zelf is men nog druk bezig met het ontwikkelen van richtlijnen hoe ze dat zullen toetsen. Veel verder dan een conceptnota is dat nog niet gevorderd. "Ja, dat klinkt allemaal heel mager", beseffen Schadee en Kunnen, die de uitwerking op de voet volgen, "maar het is wel voor het eerst in de 25 jaar dat de homogroep bestaat, dat er serieus beleid wordt gevoerd op dit onderwerp. Van niets naar dit, dan is alles vooruitgang."
Tegelijkertijd wordt door de AOb-homogroep samen met APS en COC gewerkt aan een serie pilots op scholen waar voorlichting en schoolbeleid op elkaar worden afgestemd. De bedoeling is dat daar een aanpak uit voortkomt die op meer scholen bruikbaar is. Want de problematiek van homoseksualiteit en onderwijs is breder dan alleen maar de conflicten tussen homoleraren op scholen met veel allochtone jongeren. "Het gaat ook om homo- en lesbische leraren die moeite hebben om ervoor uit te komen. Het begint met hoe vertel ik het mijn collega's. Hoe ga ik om met de klas of klassen. Op elke school."
Homoseksuele leerkrachten die naar aanleiding van de uitspraak over de zaak El Moumni of om andere redenen steun nodig hebben, kunnen contact zoeken met de homogroep van de AOb. Zij kunnen daarvoor bellen met de afdeling AOb-ledenservice, telefoon (030)2989850.