- blad nr 9
- 4-5-2002
- auteur I. Westbroek
- Vakwerk
De kracht van moeders
"Dit wil ik niet zien!" Toen haar dikke moeder zich tijdens de workshop Kaapverdiaanse dans uit haar stoel verhief om mee te dansen, werd het één van de leerlingen van het Lodewijk Rogiercollege te machtig. Zij vluchtte het lokaal uit. Dat jongeren zich niet voortdurend schamen voor hun moeder, maar vaak heel trots op haar zijn, blijkt uit gedichten die tijdens de uitvoering van Wereldmoeders in de lessen zijn gemaakt: 'Mijn moeder is als een vrouw, als een vrouw die niet ompleurt, ze staat altijd overeind, ze valt nooit om' en: 'mijn moeder is als een muur ondoorbreekbaar, mijn moeder voelt dingen aan die mannen te boven gaan'.
Moeders en kinderen vonden elkaar tijdens lessen in muziek, dans en EHBO en bij het maken van een zes meter lang schilderij.
Wereldmoeders draaide vorig jaar met financiering van Rotterdam 2001 Culturele Hoofdstad en de Dienst Stedelijk Onderwijs. De Stichting Buitenlandse Werknemers Rijnmond (SBWR), die bevordering van integratie van allochtonen nastreeft en hiertoe voor het onderwijs methodieken ontwikkelt, tekent voor de organisatie en de afwikkeling van het project. De school werkt al geruime tijd samen met de stichting, onder andere met taallessen voor ouders. Het Centrum voor internationale ontwikkelingssamenwerking COS Rijnmond Midden Holland ontwikkelde samen met de SBWR de lessen over de rol van moeders in verschillende culturen. De lessen, ontwikkeld voor verschillende vakken in onder- en bovenbouw, werden verspreid over een aantal maanden gegeven. Tijdens de Nederlandse les schreven leerlingen brieven en gedichten, in de tekenles beschilderden zij paraplu's en bij maatschappijvakken kregen zij lessen over de rol van moeders in verschillende culturen. Samen met hun kinderen konden moeders deelnemen aan cursussen EHBO en reanimatie en workshops in dans en gospel. Daarnaast waren er computerlessen, kooklessen, een cursus 'opvoeding en puberteit' en een cursus boeken versieren. De laatste twee cursussen werden door moeders gegeven. Om hun kwaliteiten zichtbaar te maken, kregen zij gelegenheid om zelf les te geven in dingen waar zij goed in zijn of waarmee zij beroepshalve bezig zijn. Het SBWR en het COS hebben het project overdraagbaar gemaakt voor andere scholen. De lessen zijn afgestemd op het vmbo, maar kunnen worden aangepast aan het havo-niveau. Een aantal scholen gaat ermee aan de slag.
Geen koffieleut
Docenten van het Rotterdamse Lodewijk Rogiercollege geloven dat Wereldmoeders in grote lijnen is geslaagd in de opzet om de afstand tussen ouders en school te verkleinen. Een groep moeders en docenten maakt zelfs al plannen voor een moederraad, als vervanging van de ouderraad die in fusies ten onder is gegaan.
Sylvia van Alphen, moeder van zoon Niekie (vierdejaars, richting bouw), heeft geen tijd voor zo'n raad. Wel stelt zij zich beschikbaar voor hand- en spandiensten op school. Wereldmoeders was voor Van Alphen een mogelijkheid om op school actief te worden. Op de basisschool zat zij in de ouderraad en de MR en was zij actief als overblijfmoeder, maar sinds haar zoon het voortgezet onderwijs bezoekt, mist zij het contact met school. "Op een middelbare school werken een MR en een ouderraad professioneler en formeler", vindt zij, "als doorsnee huisvrouw voel ik mij daar niet in thuis. Op een basisschool gaat het om praktische hulp in de klas, in het voortgezet onderwijs moet je vergaderen met leerkrachten."
De kans om andere moeders iets te leren over haar hobby boeken versieren, greep Van Alphen met beide handen aan. Zij is blij met de resultaten; boekomslagen met kunstige letters en weelderige bloemvormen. "Het was ook gewoon gezellig", vertelt zij, "lekker kletsen. Ik ben niet echt een juf, ik praat gewoon over mijn kinderen. Ik ben geen koffieleut en dit is toch leuk, om ook eens gezellig als huismoeder te praten en iets creatiefs te doen."
Haar deelname aan de computercursus leverde Van Alphen betaald werk op. Zij ontpopte zich als rechterhand van de docent toen zij veel meer bleek te kunnen dan de andere deelneemsters. Na afloop van de cursus bood de docent haar een baan in een buurthuis aan, om computerlessen aan kinderen te geven. "Hartstikke leuk", vindt zij, "ik ben altijd al met kinderen bezig geweest en nu kan ik dat doen in een witte baan."
Wijze raad
Op het Lodewijk Rogiercollege werd al geruime tijd nagedacht over methodes om het contact met de overwegend allochtone ouders te versterken. Geïnspireerd door de kreet 'je moeder!', die zo nu en dan over het schoolplein schalt, besloot docent Nederlands Lilian van Toorn om moeders als uitgangspunt te gebruiken bij een plan voor ouderparticipatie. "Veel leerlingen komen uit eenoudergezinnen met de moeder als spil, maar die moeders treden niet op de voorgrond. Ze hebben een enorme invloed op hun kinderen, maar je zag ze nooit op school", schetst Van Toorn. "Het contact tussen ouders en leerkrachten is vaak eenrichtingsverkeer. Docenten praten vanuit een positie van deskundigheid over leerlingen. Vaak wordt vergeten hoe deskundig moeders kunnen zijn. Zij spreken niet altijd goed Nederlands, hebben niet altijd diploma's, maar je kan veel van hen leren. Moeders organiseren, houden families bij elkaar, geven wijze raad. Er zijn moeders bij die prachtige traditionele kostuums kunnen maken en geweldig kunnen koken. Wij willen die kwaliteiten zichtbaar maken, zodat kinderen trots kunnen zijn op hun ouders."
Van de tweehonderd moeders namen zestig deel aan het project, met een opvallend grote belangstelling voor vormende activiteiten, zoals computeren, opvoeding en EHBO. Voor ontspannende activiteiten zoals fotografie, zang en dans bestond beduidend minder animo. Kooklessen bleken veel moeders voor zichzelf niet nodig te vinden.
"Die moeders willen hun kansen verbreden, dus kiezen ze activiteiten waar zij iets aan hebben", concludeert Van Toorn. Uit de hoge opkomst bij de computercursus leidt zij af dat moeders de bezigheden van hun kinderen willen volgen en hen daarin willen bijhouden: "Vaak hebben ze geen computer thuis. Na de cursus geven ze aan er een te willen."
Veel moeders willen doorgaan met de activiteiten. De school oriënteert zich op mogelijkheden om hieraan tegemoet te komen. Van Toorn: "Computerlessen zijn niet moeilijk te realiseren, daar hebben we lokalen voor. Dat is gewoon een kwestie van een docent vinden. Voor duurdere activiteiten onderzoeken we de financieringsmogelijkheden."
Het merendeel van de deelneemsters is te vinden onder moeders van Surinaamse, Antilliaanse en Kaapverdiaanse afkomst. Daarnaast deed een klein aantal Nederlandse moeders mee en een voor de school teleurstellend laag aantal Turkse en Marokkaanse. Het bleek moeilijk om deze moeders te bereiken, hoewel op verschillende manieren rekening is gehouden met hun wensen. Omdat zij niet gewend zijn om 's avonds de deur uit te gaan werd een aantal activiteiten overdag georganiseerd. Veel heeft het niet geholpen, merkt Claudia Marinelli van SBWR: "Het bereiken van deze groepen kost veel tijd. Vooral een persoonlijke benadering is nodig. Want als deze moeders eenmaal binnen zijn en de contacten met andere moeders ervaren, blijven ze wel. Waarschijnlijk moeten activiteiten anders worden aangeboden. We denken erover na hoe we dit in het vervolg zullen aanpakken. Bijvoorbeeld door meer cursussen aan te bieden in eigen taal, zoals over puberteit."
Het doel om kinderen trots te maken op hun moeder, is volgens Van Toorn waarschijnlijk wel gehaald, al is het niet meetbaar. "De meeste kinderen zijn best trots op hun moeder, ook al schamen ze zich soms. Maar dat hoort bij de puberteit."
Schamen doet Niekie van Alphen zich niet voor zijn moeder Sylvia. Trots was hij altijd al, daarvoor was geen project nodig. "Ze heeft alles voor me over, ze brengt me overal heen, ook als ze daarvoor vrij moet nemen van haar werk. Bij problemen met leraren komt ze op school praten en dan komt het altijd goed."
Meer informatie over Wereldmoeders: Mesut Maras, Stichting Buitenlandse Werknemers Rijnmond, (010)4331911, m.maras@sbwr.nl