- blad nr 9
- 4-5-2002
- auteur M. Vermeulen
- Column
Leraren liegen er niet om
Het aantal onbenullige spelletjes op de Nederlandse televisie neemt bijna ongekende vormen aan. Voor het meedoen eraan is meestal elementaire leerwegondersteuning voldoende. Drie keer foutloos je oor aanraken, de naam van de moeder van prins Willem Alexander weten of met een omgekeerde zak frites op je hoofd door een winkelstraat lopen: winst is voor iedereen weggelegd. De intellectuele elite kon natuurlijk niet achterblijven en verlekkert zich aan het Nationaal Dictee of de Nationale Geschiedenisquiz. Van onverdachte huize, want uit de Vara/NPS/Volkskrant-stal. En als het uit die hoek komt, hoeft het niet te verbazen dat de onderwijssector dik vertegenwoordigd is. Samen met andere intellectuelen scheppen ze een reservaat van met uitsterven bedreigde kennis en laven zich aan herinneringen van toen iedereen nog foutloos Przewalskipaardje spelde of wist dat in 1581 het Plakkaat van Verlatinghe de definitieve breuk met de Spanjool inluidde.
Bij de laatste geschiedenisquiz eindigden een leraar geschiedenis, een politicus en een pijpfitter hoog in de top vijf. Ze blonken uit in het kunnen reproduceren van tamelijk onzinnige geschiedenisfeitjes en werden alom bewierookt. Wat ik daar nu zo ontroerend mooi aan vond, was dat ze allemaal een hobby van het onthouden van deze feitjes gemaakt hadden omdat ze zo'n goede geschiedenisleraar hadden gehad. Met naam en toenaam genoemd, minstens twintig jaar na dato. Kijk dames en heren, daar gaat het wat mij betreft nu om. Dat over twintig jaar één van die puistige galbakken die nu omgekeerd voor u in de bank hangen, zich ineens herinnert dat 'ie zo'n goeie leraar had. Dat juf Jansen of mees Pieterse de vlam ontstoken heeft en een interesse voor het leven gewekt heeft. En ook al mag het dan gaan om de Latijnse namen van alle tropische vlinders in de wereld of de hoeveelheid suiker in Bossche Bollen: u wordt herinnerd en op een goede manier nog wel.
Leraren als rolmodellen, zelfs als het gaat om het onthouden van in wezen wezenloze feitjes, daar gaat het om in het onderwijs. Alle gejammer over het verlies aan inhoud in de tweede fase ten spijt, het gezeur over de oppervlakkige en zappende jeugd daargelaten: wordt u over twintig jaar nog genoemd in een quiz. En waarom dan en wat doet u daar nu voor?
Uit onderzoek weten we twee belangrijke dingen. Ten eerste dat voor de keuze van jonge mensen voor het onderwijs de huidige rolmodellen tekortschieten. Jongeren in vier havo of vijf vwo gaven aan dat ze niet voor het onderwijs kozen omdat ze elke dag zien waar dat toe leidt: hard werken in een slecht geoutilleerd lokaal, zonder flitsende pc of andere hippe attributen, spreekt niet echt tot de verbeelding. Tegelijkertijd weten we dat jonge leraren een soort mentaal model hanteren waarin hun favoriete leraar een belangrijke rol speelt. Toen ik voor de klas stond vroeg ik me in stilte regelmatig af 'hoe zou Van de Werf dit aangepakt hebben, wat zou 'ie ervan zeggen als hij me hier nu bezig zag', mijn geschiedenisleraar van de middelbare school. Teaching Class Heroes zijn het, de dames en heren van lang geleden die we ons nu nog dagelijks herinneren. Die leraren van toen logen er niet om, en ik ben ervan overtuigd dat veel leraren van nu er ook niet om liegen. Het is alleen jammer dat de echte waardering pas over twintig jaar in een televisiequiz blijkt.