• blad nr 9
  • 4-5-2002
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

CDA wil geen vrije schoolkeuze voor ouders  

Dat is voor ons net een brugje te ver

Op de Vrije Universiteit in Amsterdam kozen veel studenten van christelijke huize voor het socialisme. De rasechte Zeeuw Jan Peter Balkenende twijfelde echter niet, hij had op jonge leeftijd zijn belijdenis gedaan en dat was zijn richtsnoer. Dat D66 artikel 23 ter discussie stelt om ouders een vrije schoolkeuze te geven, is hem een doorn in het oog. Het CDA wil wel veel vrijheid voor ouders, maar dit gaat de lijsttrekker 'een brugje te ver'.

Door de verkiezingscampagne was hij er enige tijd niet geweest en nu is zijn werkkamer zoek. Navraag levert niets op, niemand weet waar hij nu zit. Toch moet Jan Peter Balkenende kind aan huis zijn op de Vrije Universiteit, een betonnen kolos in Amsterdam Buitenveldert. Hij volgde er acht jaar lang twee studies, promoveerde er en is sinds 1993 bijzonder hoogleraar christelijk sociaal denken. Een medewerkster van de financiële administratie biedt ons blozend een kamertje om te praten. Na afloop vraagt ze hem om zijn handtekening.
Wat is uw eerste herinnering aan school?
Dat is het beeld van hollende en ravottende kinderen, ik struikelde en brak mijn elleboog. Dat is me altijd bijgebleven. Het was de kleuterschool in Biezelinge, die bestond uit twee klasjes. De lagere school was de Christelijke Nationale School in Kapelle. Een oud langgerekt schoolgebouw, de meesters en juffen waren altijd heel degelijk en precies, maar ook aardig. Op een reünie van de lagere school waar ik laatst was, zag ik juffrouw Kwakkelaar weer, die had ik in klas 2. De sfeer was goed op die school, je kon ook bijles Frans krijgen als voorbereiding op de middelbare school. Daar moest je trouwens nog toelatingsexamen voor doen en een psychologische test. Het Christelijk Lyceum was in Goes, zeven kilometer fietsen al die jaren, ik heb nooit een brommer gehad. In 1968 was ook het eerste jaar van de Mammoetwet, het was allemaal heel chaotisch, want er was nog geen nieuw lesmateriaal. Onze directeur Klaas de Jong, die later nog staatssecretaris is geworden, deed heel veel aan cultuur. Dan gingen we naar een toneelstuk of een concert. Ik vond dat wel leuk, maar dat gold niet voor alle leerlingen, want één keer moest de dirigent stoppen omdat hij niet over de herrie heen kwam."

Den Uyl
Welk vak was bij u favoriet?
"Nadrukkelijk economie, daar was ik erg in geïnteresseerd. Maar toch ook wel maatschappijleer en geschiedenis, bij ons thuis werd veel over politieke en maatschappelijke zaken gesproken. Daardoor was ik al vroeg geïnteresseerd in dat soort zaken. In de zeventiger jaren was er natuurlijk ook een heel gepolariseerd politiek klimaat. Als er dan weer zo'n debat was geweest tussen Den Uyl en Wiegel dan was dat het gesprek van de dag op school."
Hij omschrijft zichzelf als een gewone, geïnteresseerde leerling die altijd redelijk goede cijfers haalde. "Soms deed ik meer dan noodzakelijk was. Zo maakte ik bij geschiedenis een extra scriptie over Karl Marx, dan kreeg ik een goed cijfer."
Met sommige docenten had hij wel iets speciaals. "Die vonden het echt belangrijk dat je een eigen mening had over bepaalde zaken. De leraar geschiedenis volgde altijd alle nieuwe ontwikkelingen op de voet of het nou over verkiezingen ging, de kerncentrale in Borssele of over ruilverkaveling. We gingen met hem ook bedrijven bezoeken. Zulke mensen die net iets extra's doen, zijn belangrijk voor je vorming. Met 13, 14, 15 jaar kun je ook tegen van alles aan gaan schoppen."
Tijdens uw studietijd aan de VU, vanaf 1974, was u actief in het verenigingsleven en in de politiek, u sloot zich aan bij het CDA. In diezelfde tijd kozen veel studenten van de VU voor het socialisme of voor de CPN. Heeft u die verleiding nooit gehad?
"Nee, absoluut niet. Ik was wel geïnteresseerd in het neo-marxisme. Er was ook een linkse hoogleraar hedendaagse geschiedenis die daar heel erg mee bezig was en waar ik wel eens langs ging. Er waren altijd verhitte discussies over de grondslag van de VU en de doelstelling van de CPN. Daar werden ook brochures aan gewijd, hele debatten. We hadden twee studentenverenigingen, de studentenraad VU was links en gericht op bezettingen en ik zat bij de gematigde club. Bij geschiedenis zaten studenten die al van tevoren wisten dat de handboeken niet deugden, want dat was burgerlijke geschiedenis en bevestigde de maatschappelijke rolpatronen. Ik heb zelf nooit wat gevoeld voor dat soort schematische opvattingen zoals neo-marxisme, bovenbouw, onderbouw."
U twijfelde niet?
"Nee, mijn visie op mens en maatschappij was totaal anders door mijn christelijke overtuiging. Ik heb tijdens mijn studie belijdenis gedaan en had daardoor een soort toetsingskader. Ik nam wel kennis van andere opvattingen. Ik heb zelfs nog wel eens een boek van het Socialistische Onderwijsfront besteld, die boeken waren trouwens heel goedkoop."

Discriminatie
D66 vindt dat het bijzonder onderwijs discrimineert omdat het niet alle ouders toelaat. U zegt dat dat wel meevalt. Wat vindt u dan van de quoteringsregeling in Ede waarbij de helft van de allochtone leerlingen naar het openbaar onderwijs gaat en vijftien procent naar het bijzonder onderwijs?"
"Ik vind zo'n quoteringsregeling juist een goed voorbeeld van samenwerken, vooral omdat het in Ede bedoeld was om het aantal allochtonen op de bijzondere scholen te verhogen."
Maar het is toch een wanverhouding?
"Toch vind ik het onvoldoende reden om artikel 23 ter discussie te stellen. Dat doet D66 voortdurend, Van Boxtel gaat verder dan De Graaf, maar het gaat erom dat zij een andere verhouding willen tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Onder meer omdat islamitische scholen slecht zijn voor de integratie, maar dat gaat maar om vijf procent van de allochtone leerlingen dus dat is een kleine groep. Verder zijn er maar weinig bijzondere scholen die leerlingen weigeren. Alleen bepaalde reformatorische en joodse scholen doen dat op grond van de geloofsovertuiging. Van alle zwarte scholen is 45 procent een bijzondere school."
Als het dan zo weinig voorkomt kunt u er net zo goed mee instemmen dat ouders de school kunnen kiezen van hun voorkeur als ze maar de identiteit onderschrijven?
"Nee, dat is voor ons net een brugje te ver. Ik blijf dat zien als een aanval op artikel 23, terwijl wij die vrijheid van onderwijs nu juist willen gebruiken om een nieuw perspectief te geven aan mensen om scholen te starten (CDA wil verlaging van de stichtingsnormen, red.) die bij hen passen, of dat nu uit religieus motief is of uit onderwijskundig."
In het CDA-verkiezingsprogram staat dat u de vrijheid in het onderwijs wilt herstellen, maar minister Hermans had dat de afgelopen vier jaar toch ook hoog op zijn agenda staan?
"Ja, maar het moet meer handen en voeten krijgen. Het gaat erom of het wel de taak van de overheid is om vernieuwingen als het studiehuis aan te dragen. Voor ons is het genoeg als de overheid alleen de eindtermen aanreikt en voldoende financiële middelen verschaft. Momenteel zijn er nog veel te veel regels waar de scholen zich aan moeten houden, dat is een van de kritiekpunten van de scholen zelf. Dan gaat het bijvoorbeeld over de voorgeschreven profielen. Scholen moeten zelf met onderwijsvernieuwing komen, ik ken een school in Harderberg die zich profileert als huiswerkvrije school."
Maar alle partijen zijn toch voorstander van zulke initiatieven, dat is toch niet specifiek voor het CDA?
"Ik denk het wel, want het CDA vond altijd dat de school van de ouders is en van het bestuur en dat de overheid op een afstand moet blijven, terwijl de sociaal-democratie veel meer wilde regelen. De VVD heeft meer de neiging de ideeën rondom marktwerking aan te zetten. Het fundamentele verschil tussen ons is dat zij meer denken vanuit het individu en de werking van de markt, terwijl wij meer denken vanuit mensen in relatie tot andere mensen die samen verantwoordelijkheid dragen. Een onderwijsinstelling is een maatschappelijke onderneming, zonder winstmotief. De VVD vindt het geen punt om daar het bedrijfsleven bij te betrekken, vooral bij de universiteiten."
Toch blijkt dat als de overheid zich terugtrekt, er een nieuwe bureaucratie ontstaat; de regeltjes komen alleen van een andere toezichthouder, zoals grote besturen.
"Daar ben ik het mee eens, dat proces is te veel doorgeschoten. Het is de verstatelijking van het middenveld. Hetzelfde doet zich voor in de gezondheidszorg, waar wij ook zeggen dat je de handen weer aan het bed moet krijgen. Ik was op een basisschool in Den Haag, die directeur moest zoveel nota's schrijven, waarom kan hij dat niet allemaal kwijt in één schoolwerkplan?"
Het CDA wil 1,8 miljard euro extra investeren in het onderwijs. Basisscholen mogen niet groter zijn dan 360 leerlingen, is dat niet een heel kostbaar plan terwijl u ook nog heel veel andere wensen heeft? En wat gebeurt er wanneer de 361ste leerling zich aanmeldt?
"Het maximum is natuurlijk maar een richtlijn en met de extra kosten is in ons financieel plan rekening gehouden. Wij willen terug naar de menselijke maat en vinden dat de leerlingen geen nummer mogen zijn."
Het CDA trekt 112 miljoen euro uit voor de schaalverkleining, terwijl D66 het al over 500 miljoen euro heeft die naar de gemeentekas moet worden overgeheveld. Aan de menselijke maat hangt bij iedere partij kennelijk weer een ander prijskaartje.

Jan Peter Balkenende werd op 7 mei 1956 geboren in het Zeeuwse Kapelle. Na het Christelijk Lyceum in Goes studeerde hij van 1974 tot 1982 geschiedenis en rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1982 werd hij beleidsmedewerker juridische zaken bij de Academische Raad, in 1984 stapte hij over naar het wetenschappelijk instituut voor het CDA. Zijn politieke loopbaan begon in 1982 als gemeenteraadslid in Amstelveen, in 1998 vertrok hij naar de Kamer. Daar volgde hij enkele maanden geleden Jaap de Hoop Scheffer op als fractievoorzitter en lijsttrekker. Hij is nog steeds bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.