• blad nr 9
  • 4-5-2002
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

De rekening

Het rapport Voortgezet onderwijs in de jaren negentig van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) laat zien dat basisvorming, tweede fase en vmbo kansenongelijkheid versterken. Diploma-uitreikingen bevestigen dit. Een volle aula met trotse vwo-ouders oogt, ruikt en voelt anders dan de snel afgeraffelde plechtigheid op het mavo. En de verschillen worden alleen maar groter. De doorstroming van mavo naar havo, havo naar vwo bestaat alleen nog andersom, als beweging naar beneden met als bodem het vmbo. Daar worstelt zestig procent van de leerlingenpopulatie. Over deze ramp wordt amper geschreven, terwijl volgens SCP het vmbo restonderwijs verzorgt en onderwijsvernieuwing daar geen einde aan maakt. De brede scholengemeenschap waar leerlingen zich ontwikkelen naar hun mogelijkheden bestaat niet. Oorzaken van falen lopen door alle schooltypen heen en zijn inmiddels genoegzaam bekend. Van elk maatschappelijk probleem is een apart vak gemaakt. Culturele verheffing van de massa gaat middels ckv, emancipatie van de vrouw via verzorging, erkenning van beroepsonderwijs resulteert in techniek. Helaas is meer vakken strijdig met het gepropageerde vaardighedenonderwijs, waardoor de onderwijsinhoud versnippert en vervaagt. Kinderen hobbelen van les naar les, maar weten amper waarmee ze bezig zijn. De één valt terug op thuis aangeleerde vaardigheden, de ander heeft pech. Een chronisch tekort aan goede leraren en een diffuse schoolcultuur blazen deze ballon van onrechtvaardigheid verder op. Kinderen waar het slecht mee gaat, zijn onzichtbaar en voelen zich miskend. De gevolgen zijn desastreus. Vroeger was roken van hasj iets voor de bovenbouw van het vwo. Het gebruik was verbonden met zoeken naar nieuwe ervaringen, verruiming van de geest en strijd tegen de heersende maatschappelijke orde. Nu heet het wiet en wordt het gerookt door vmbo'ers in de onderbouw. Ze gebruiken het als heroïne, ijskoud, om zich af te sluiten voor dagen gevuld met tussenuren en onbegrijpelijke lessen. School is omdat het moet. Sommige leraren vechten hier tegen, maar ze voelen zich klein en machteloos in een uitdijende organisatie. Ook dit is eenvoudig verklaarbaar. Twintig jaar geleden waren de overheidsfinanciën onbeheersbaar. De oplossing was een andere rol van de overheid; verschaffen van middelen. Besturen zijn als beleidsmaker tussen school en staat gekropen. Zij ontvangen de miljoenen euro's, verdelen die en dwingen scholen tot schaalvergroting. Sterke instellingen en een wegkijkende overheid is het devies. Hbo-fraude, gesjoemel met ESF-gelden, beleggende besturen en groei van privé-scholen, het kan allemaal. Uiteraard betalen de zwakken de prijs voor deze politieke onverschilligheid. Kleine scholen voor mavo en beroepsonderwijs zijn weggesaneerd. Anonimiteit is juist daar dodelijk. De mavo-leraar was iemand. Schaalvergroting confronteert hem met havo/vwo-arrogantie, met exploitatie van een minderwaardigheidscomplex als uitvloeisel. Vervelend, want met name vmbo's kunnen geen geschikt personeel meer krijgen.
Ritzen, Wallage, Deetman en Netelenbos hebben deze treurnis op hun geweten. Hermans en Adelmund weigerden met hun voorgangers te breken, wisten waarschijnlijk niet eens hoe dat moet en zijn dus medeschuldig. Hermans was overigens wel vlot van uitgeven, onderwijs lijkt weer die bodemloze put van twintig jaar geleden. De claims staan wekelijks in de krant en de miljarden vliegen ouderwets het ministerie uit... met nul rendement. Het lerarentekort stijgt sneller dan ooit. Logisch, want nieuwkomers worden gelokt met een vals beeld. Elders afgebrand denken ze carrière te gaan maken op school. Eerst even zinvol met kinderen werken en vervolgens doorgroeien in het management. Maar het is een moeilijk beroep. Iedereen die slecht tegen druk kan, niet wil investeren en geen echte liefde voor jeugd kent, is na zes weken gesloopt.
Naderende verkiezingen vragen om de rekening. Decentralisatie vergroot de tegenstelling tussen zwakke en sterke scholen, managementcultuur verziekt het werkplezier en vernieuwing maakt kansarmen kansloos. Rapportage van de inspectie leert dat het Nederlands onderwijs jaarlijks 70.000 kinderen aan de onderkant in de kou laat staan. Dat is anderhalf Feyenoordstadion vol met potentiële hooligans! En het einde is niet in zicht, want in plaats van de noodtoestand uit te roepen -Zet het leger in! Doe iets! - gaat de minister door met krachteloos zeitgeist-geneuzel over functiedifferentiatie, leraar is een baan voor even en werknemers in het bedrijfsleven geven een ochtend les aan vier mavo. Voor ambachtelijke docenten is deze klets beledigend. Voor hen is het politieke spectrum versmald tot de klassieke links-rechts dichotomie. Ze kunnen kiezen tussen Fortuyn en Marijnissen. Een stem op de rest is masochisme... automutilatie... zelfdestructie.




Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.