• blad nr 7
  • 6-4-2002
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Lambrechts

Ik bel naar huis. Na een keer overgaan krijg ik mijn dochter al aan de lijn. Die telefoon is dus in haar buurt, flitst het door mij heen. Dat verklaart in elk geval de exorbitant hoge telefoonrekening. Ik laat de kwestie echter voor deze ene keer rusten en roep meteen vertwijfeld: "Heb je het al gehoord, 29 zetels voor Fortuyn!". Ze begrijpt de boodschap en weet wat er van haar verwacht wordt, "Nee toch zeker!", roept ze oprecht verafschuwd. "En D66?" "Zes zetels!", antwoord ik, nog steeds bedroefd maar toch ook een beetje dankbaar voor de verontwaardiging van haar kant. Als het erop aan komt, kan ik op het thuisfront rekenen, zelfs op mijn recalcitrante dochters. "Nou zeg, wat stom!" En bezorgd erachteraan: "Je komt er toch nog wel in hè?" Net achttien en dan je moeder weer hele dagen over de vloer is kennelijk geen aantrekkelijk perspectief. "Dat is niet zeker!" "Hoe kan dat nou, vorige week wilden ze nog dat je minister van Onderwijs zou worden?" Ik schiet in de lach: "Ja, maar mensen vergeten blijkbaar dat ze daarvoor ook nog op mijn partij moeten stemmen." "Dat is dan echt goed stom", antwoordt ze vol overtuiging. En meteen erachteraan: "Maak je geen zorgen mam, het komt goed."
"Denk je?" "Ja, natuurlijk! Je denk toch niet dat ze echt op Fortuyn gaan stemmen?" "Nou, ik weet het nog niet zo zeker, als ik naar Rotterdam kijk." "Ik weet het wel, dat doen ze niet. Ze willen jullie alleen maar een beetje pesten. Dat vinden ze leuk. Vooral als jullie zo geschrokken reageren!" "Op wie ga jij dan stemmen?" "In elk geval niet op Pim Fortuyn." "Stem je op mij?" "Natuurlijk stem ik op jou! Op wie anders? Zeg, ik heb een mooie spijkerbroek gezien en mijn kleedgeld is bijna op. Denk je dat je mij ook een beetje kunt helpen?"
"Maar heb jij vorige maand ook al niet extra geld voor een spijkerbroek gehad?" "Huh? Oh ja, maar die broek draag ik dag en nacht. Die is al bijna versleten. Bovendien heb jij hem helemaal verwassen. Hij is gekrompen als een gek. Eigenlijk kan ik hem met goed fatsoen nu al niet meer aan."
"Ik heb hem niet gewassen."
"Oh nee? Daar lijkt het anders wel op. Jij kunt niet wassen. Dat weet je zelf ook goed. Al onze mooie nieuwe kleren zijn gekrompen. Trouwens, je kunt ook niet koken. Zeg nou zelf wie presteert het om twee van de drie tosti's te verbranden? Wie waagt het om zijn kinderen de helft van de week kant-en-klaarmaaltijden voor te zetten? Wie durft het om bij de restjes van de vorige dag een blik bonen te kwakken zodat er binnen vijf minuten weer een maaltijd op tafel staat en dan ook nog te roepen 'lekker hè?'"
"Bonen zijn heel gezond."
"Ja, ja, ontken maar dat het jouw schuld is. Je kunt goed kletsen. Eigenlijk is dat het enige wat je goed kunt. Weet je wat? Geef mij nou maar die broek en blijf jij maar in de politiek. Dat is voor iedereen het beste. Jij hoeft hier in elk geval niet te komen koken. Die Fortuyn heeft makkelijk praten. Hij hoeft het niet te eten."

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.