• blad nr 1
  • 1-2-2025
  • auteur A. Aynan 
  • Column

 

De werkvloer kent geen geheugen en wacht op niemand

Ik ben bijna geen leraar meer. Het is een vaststelling waarvan ik weet dat die waarheid zal worden, maar die ik nog moeilijk kan bevatten. Als deze column van de pers rolt en jou onder ogen komt, is het een feit. Toen ik mijn vriendin acht jaar geleden in een café ontmoette bestond de samenvatting van mijn persoon er deels uit dat ik ‘leraar en schrijver ben, maar vooral leraar’. Op feestjes stel ik mij nooit voor als schrijver, want dan komt de vraag waar je nu aan schrijft en spreken over een boek in wording is praten op de tast. Als ik zeg dat ik lesgeef, is het volgende onderwerp snel in aantocht, iets wat ik fijn vind.
Afgelopen vakantie las ik in een filosofisch geschrift dat wat volgt altijd te maken heeft met wat voorafging. En zo is het. Wat ging er vooraf om na negentien jaar leraarschap mijn identiteit radicaal aan te passen?
Op deze plek vertelde ik eerder dat er op onze opleiding een forse onderwijsverandering werd opgetuigd. Ik was destijds nog populair, dus dacht ik in denktanks mee. Maar wat eerst positieve feedback was, werd vervolgens als negatief commentaar ervaren. Ik ging ondertussen twee keer met verlof om er voor mijn vriendin en kindjes te zijn. De cao voorziet rijkelijk in verlofmogelijkheden, maar het is funest voor je carrièremogelijkheden. Hoe goed je ook bent in je vak: de werkvloer kent geen geheugen en wacht op niemand. Dus toen ik terugkwam van mijn verloven waren er dusdanig grote veranderingen ingezet dat ik het eigenlijk niet bij kon benen en er waren door die aanpassingen inmiddels veel collega’s vertrokken dat een beginnend collega dacht dat ik een nieuweling was.
Door mijn kritische houding en verlof kwam ik op een zijpad terecht en kon ik niet meer de stap maken naar een hogere schaal. Toen ik de leiding consulteerde wat ik zou moeten doen om naar de volgende schaal te klimmen, omdat ik al jaren in aan de max van de huidige zit, hoorde ik dat er voor mij geen mogelijkheden waren.
Ik moest de teleurstelling verbijten, maar ik kon mij herpakken, totdat ik voor de wolven werd gegooid. Een aantal collega’s had studenten aangezet om een klacht tegen mij in te dienen. Ik kwam daar tegen in verweer en de collega’s ontkenden vervolgens de studenten daartoe aangemoedigd te hebben. Tegen een van hen diende ik een klacht in omdat ze zich grensoverschrijdend had gedragen. In een gesprek met twee teamleiders bood ze haar excuses aan, maar ze kon niet beloven in de toekomst niet nogmaals een grens te overschrijden. Er gebeurde niets met die opmerking. Het gesprek vond twee dagen voor de zomervakantie plaats. Ik wist wat mij te doen stond. Als deze column van de pers rolt en jou onder ogen komt, is het een feit: ik ben geen leraar meer.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.