- blad nr 6
- 25-3-2000
- auteur . Lachesis
- Column
Erosie van tijd
In het huidige tijdsgewricht staat het vertellen van dit soort verhalen gelijk aan vloeken in de kerk. Er moet een zekere gêne voor overwonnen worden. Tijd is niet meer gewoon tijd, maar voert tegenwoordig het predikaat Œkwaliteit¹ in het vaandel. Tijd vermorsen is dan ook een misdaad. Tijd is iets wat je kunt plannen, wat je kunt Œschrijven¹, waar je paden van kunt aanleggen. Je kunt het verdiepen en verrijken. Een jaarprogramma is niet meer genoeg. Je dient ook week- en dagprogramma¹s te hebben. En leerlijnen, doorgaande lijnen, ontwikkelingslijnen. Een klas is een bedrijf. Een bedrijf met een management. Een manager hangt niet in de vensterbank met een kopje koffie, een manager beschikt over een Œpositieve attitude¹ en geeft om de haverklap extra zorg gericht op Œpersoonlijke ontwikkelingsbehoeften¹. Een manager gaat niet naar buiten met zijn klas teneinde gezellig de laatste roddels door te nemen met zijn collega¹s maar besteedt deze tijd adequaat aan Œhet signaleren van ontwikkelingsremmende of -bedreigende factoren in observatie van gedrag of uitingen van kinderen¹. De leerkracht-nieuwe-stijl heeft namelijk een taakprofiel. Hij observeert, instrueert, begeleidt, daagt uit en integreert zestig minuten in het uur. Ook dient hij maatregelen te treffen, begrip en respect op te wekken, en over veel kennis en inzicht te beschikken. Bovenal kan hij in een kind altijd het positieve zien en zijn eigen pedagogisch en didactisch concept vertalen in professioneel dagelijks handelen. De leerkracht van vandaag Œis¹ niet maar Œgroeit¹. Wie niet genoeg zijn best doet, krijgt een voortgangsgesprek met de directeur, de inspecteur, het bestuur of de medezeggenschapsraad. Wie wel zijn best doet trouwens ook. Er zijn immers altijd Œverbeterpunten¹ en nieuwe wanen van de dag.
Blauwdrukken hebben een drogerend effect. Even lijkt alles maakbaar. Het is kennelijk prettiger om je tot in detail bezig te houden met hoe-het-zou-moeten-zijn dan je tandenknarsend te realiseren hoe-het-is. Hoe verder men van de werkvloer afstaat, hoe verslaafder men lijkt aan de waan van de efficiëntie. De grenzen van de hoogmoed en het zelfbedrog zijn echter nog niet in zicht. Een bovenschools manager vertelde mij onlangs dat hem een nieuw speerpunt in het beleid van de inspectie onder ogen was gekomen. De inspectie ging in de toekomst op zoek naar Œerosie van tijd¹. Zij wilde de tijd die onder andere verloren ging met het heen en weer lopen naar de gymzaal alsmede de tijd die ouders nodig hebben om in de onderbouw afscheid van hun kinderen te nemen, in kaart brengen en daar waar mogelijk terugdringen.
Soms heb ik heimwee. Dan verlang ik terug naar een verloren tijd. Een tijd dat er nog steentjes tegen mijn raam gegooid werden. Een tijd waarin we in de vensterbank hingen en de pleinwacht geboden nog een extra ommetje te maken. Het zou leuk zijn als het weer heel gewoon werd om iedereen uitgebreid te wijzen op het bestaan van leuke televisieprogramma¹s of zelf te horen wat je beslist van iemand anders moet zien. Ik zou over boeken willen praten, over muziek, over wat niet al.
Ik zou weer willen roddelen, lummelen en gezellig achterover hangen en tegen ieder kind dat niet speelt maar komt klagen willen zeggen: ²Nu even niet.
Ik praat.²
Maar het kan niet. Zulke gesprekken kosten tijd. En die is er niet. Er is veel te veel te doen. Jachtend en jagend, met de kringen onder de ogen snellen we door de school op weg naar leerlingbesprekingen, kerngroepvergaderingen, collegiale consultaties, commissievergaderingen, cursussen, intervisiegesprekken. Op weg naarŠ Naar wat eigenlijk? De strijd tegen de erosie van tijd is ten koste van de gezelligheid gegaan. Gezelligheid kent namelijk geen tijd.