• blad nr 1
  • 1-2-2025
  • auteur M. Dubbelman 
  • Column

 

Ik was mij bewust van het feit dat mijn antwoord een pleonasme was

De afgelopen periode begeleidde ik tijdelijk op woensdag de leerlingen op onze school, die wat extra uitdaging nodig hebben. In sessies van drie kwartier zat ik met groepjes kinderen uit groep 8, 7, 6 en 5.
Meestal zetten we onze tanden in de opdrachten, waar ze tijdens de zelfstandige verwerking in vast liepen. Het ‘levelwerk’ vraagt soms om vaardigheden waar ze nog niet over beschikken. Het is lastig oppervlakte berekeningen maken voor een fictieve stad, als het concept oppervlakte bij rekenen nog niet aan bod is geweest. Met een korte uitleg konden ze weer prima verder.
Soms was er ruimte voor een kortstondige associatieve sessie. ‘Want hoe ver staat de maan eigenlijk van ons vandaan? 384.400 kilometer. Bizar eigenlijk als je bedenkt dat astronauten daar al in de jaren zestig landden en ook nog eens levend terug kwamen. Maar op welke afstand zweeft dan dat ruimtestation ISS van ons vandaan? Huh, maar 400 kilometer. Maar dat is nog dichterbij dan Parijs. Hé, er zaten toch twee astronauten vast daar. Whaha, ze zouden maar acht dagen blijven, maar het worden dus tien maanden, lees ik hier. Dat is toch gek, je bent maar 400 kilometer van huis en toch kun je niet terug? Zouden ze nog wel eten krijgen? En wat als je elkaar dan helemaal zat bent? Juf, wat is eigenlijk een wormgat? Bestaan die echt? Hoeveel zonnen passen er eigenlijk in een zwart gat? Het schijnt dat Elon Musk een Tesla de ruimte in heeft geschoten en dat die daar voor eeuwig zweeft.’ Enzovoorts, enzovoorts.
Wat heb ik genoten van deze ontzettend gezellige en leerzame woensdagen. Kinderen stellen de heerlijkste vragen, waar ik al lang niet meer op kom. Ook fijn: samen lastige vraagstukken oplossen en dan samen tevreden zijn dat het is gelukt. Nu begreep ik eindelijk ook die zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan vanuit de praktijk.
Het levelwerk was ook een mooie manier om alvast wat van mijn toekomstige pappenheimers te leren kennen. Zij verkent graag alle standen die een hoge kruk kan aannemen. ‘Ja, dat is nou wat we de zwaartekracht noemen schat.’ Hij is vooral geïntrigeerd door het kattenskelet bovenop het keukenkastje en heeft echt geen idee waar we mee bezig zijn. ‘Dat is toch een kat geweest juf?’ Ik: ‘Huh, hoe zie jij dat?’ En dat ik dan ook weer wat leerde.
En dan was er nog die ene vraag, waar ik een paar tellen bedenktijd voor nam: ‘Juf, zeg eens gyat.’ Hoewel ik mij bewust was van het feit dat mijn antwoord een pleonasme was, gokte ik erop dat dát begrip nog onbekend was en ik wel weg zou komen met mijn antwoord. Namelijk: ‘Het is correct dat ik over een vrij omvangrijke gyat beschik.’

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.