• blad nr 1
  • 1-2-2025
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Salaris, reiskosten- en stagevergoeding omhoog in vo

Een loonsverhoging van 4,9 procent, 2 cent per kilometer meer reiskostenvergoeding, een stagevergoeding tot 800 euro en een strakke agenda om het taakbeleid te verbeteren. Dat zijn de belangrijkste afspraken in de nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs.

“Een goed resultaat, dat dicht bij onze inzet voor de cao-onderhandelingen ligt”, zegt Jelmer Evers, die vlak voor zijn afscheid bij de AOb deze nieuwe cao afsloot Evers is deze maand begonnen als directeur bij de European Trade Union Committee for Education.
De loonsverhoging van 4,9 procent is gelijk aan de loonsverhoging in het primair onderwijs: de vakbonden en werkgevers willen geen nieuwe loonkloof tussen deze twee sectoren laten ontstaan. De cao’s van zowel het primair als het voortgezet onderwijs lopen van 1 oktober 2024 tot 1 november 2025. Maar de cao voor het voortgezet onderwijs gaat drie maanden later in dan de cao primair onderwijs. Daardoor zouden werknemers in het voortgezet onderwijs drie maanden salarisverhoging mislopen. Om dat te compenseren kregen alle werknemers in het vo in januari een eenmalige uitkering van 1,23 procent. “Mensen verliezen er dus geen geld op”, zegt Evers. “Beide cao’s blijven in de pas lopen.”
De vakbonden wilden de loonsverhoging voor het voortgezet onderwijs ook graag snel gaan binnenslepen. “We weten niet welke verrassingen het kabinet in petto heeft”, zegt Evers. “Stel dat ze alle ambtenaren, het onderwijs en de zorg op de nullijn willen gaan zetten. Dat accepteren wij als vakbond uiteraard nooit, maar dan hebben we in elk geval de loonsverhoging al binnen tot eind 2025.”

Landelijke stagevergoedingen
Een tweede belangrijk resultaat van de onderhandelingen is dat er per 1 augustus 2025 landelijke stagevergoedingen gaan gelden voor stagiairs van mbo, hbo en de universitaire lerarenopleidingen. De vergoedingen zijn afhankelijk van het leerjaar van de student en worden naar rato van het aantal stagedagen per week toegekend. Bij een stage van vier dagen per week krijgen tweedejaarsstudenten € 200 per maand, derdejaarsstudenten € 500 per maand en vierdejaarsstudenten € 800 per maand. Eerstejaarsstudenten krijgen geen vergoeding, omdat het hier meestal gaat om snuffel- en oriëntatiestages.
“Het is belangrijk om onze aankomende collega’s te waarderen zodat ze een mooie start in ons beroep kunnen maken”, zegt Evers. “Voor de invoering van een landelijke stagevergoeding hebben we als AOb campagne gevoerd en ik ben trots dat we hiervoor nu afspraken hebben vastgelegd in de cao.”

Hogere reiskosten
Verhoging van de reiskostenvergoeding is de derde belangrijke afspraak. De huidige vergoeding voor woon-werkverkeer van 17 cent wordt vanaf 1 januari 2025 verhoogd naar 19 cent per kilometer. Evers: “De kosten voor brandstof blijven hoog, dus het is terecht dat hiervoor een hogere vergoeding komt voor het onderwijspersoneel.”
Het vierde belangrijke punt in de nieuwe cao is de aanpak van de werkdruk. “De werkgevers weigerden lange tijd om over onze voorstellen in gesprek te gaan”, zegt Evers. “Dat was ook de reden dat de vakbonden in september de cao-onderhandelingen staakten en we een petitie tegen de hoge werkdruk zijn gestart.”
In november riepen de werkgevers de vakbonden op om terug te keren naar de onderhandelingstafel, omdat er nu wel te praten zou zijn over alle onderdelen rond het taakbeleid en de werkdruk. “We hebben het punt inderdaad duidelijk op de agenda gekregen, hiervoor was het gewoon niet bespreekbaar”, zegt Evers. “De werkgevers hebben nu aangegeven dat alles op tafel ligt in de onderhandelingen. Dus ook landelijke kaders van het taakbeleid die we willen afspreken.” Hier wordt de komende maanden verder over gesproken door de sociale partners. Evers: “Ook op schoolniveau is het belangrijk om aan de slag te gaan met het taakbeleid.”

Afspraken over klassengrootte
Er is afgesproken dat het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion nu een landelijk onderzoek gaat uitvoeren naar de afspraken over taakbeleid op alle vo-scholen in Nederland. Evers: “We willen landelijke afspraken maken over de klassengrootte, het aantal lessen en de tijd die je kunt besteden aan voor- en nawerk. Maar niemand had een beeld hoe het er nou echt landelijk voor staat. Dat we dit voor alle scholen in kaart gaan brengen, is echt een hele belangrijke stap.”
De resultaten van het onderzoek moeten voor 1 april 2025 bekend zijn. Daarna wordt er gesproken over het opstellen van landelijke afspraken voor het taakbeleid. Evers: “We nemen dit meteen mee in de onderhandelingen voor de nieuwe cao 2025-2026. Daarin willen we dan harde afspraken maken over beheersing van de werkdruk. En we weten dan precies hoeveel lessen er worden gegeven, met welke opslagfactor, wat er onder die opslagfactor valt, de klassengrootte, enzovoort.”

Actievoeren loont
Tot slot is afgesproken om het loongebouw in de cao-vo te vereenvoudigen en te verbeteren. Zo worden de schalen 1 tot en met 8 evenwichtiger opgebouwd. Evers: “Alle werknemers blijven in dezelfde schaal en iedereen gaat er bij de nieuwe indeling in meer of minder mate op vooruit.”
Ook worden de huidige extra eindejaarsuitkering voor ondersteuners en directie, de uitkering ondersteunend personeel en de diverse bindingstoelagen, vervangen door een toeslag van 1640 euro die in oktober wordt uitgekeerd, naar rato van het dienstverband.
Evers is tevreden over het behaalde resultaat. “Dit bewijst weer dat actievoeren zin heeft. Het afbreken van de onderhandelingen en onze petitie tegen de hoge werkdruk die zo’n 18 duizend keer is ondertekend hebben resultaat gehad.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.