• blad nr 10
  • 1-12-2024
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Gezinszorg op school helpt beschadigde leerlingen

Leerlingen met grote problemen thuis lopen vaak vast in de jeugdhulp en op school. De Haagse Liduina Basisschool helpt hen uit de put met een nieuwe, gezinsgerichte aanpak. “Deze problematiek kan een school ontwrichten.”

In groep 6 van de Haagse basisschool Liduina zit een jongen met zijn vinger omhoog. Hij is groot en stoer met zijn zwarte haar achterover. Minutenlang wacht hij kalm totdat juf Tessa Adriaansz bij hem langskomt om hem verder te helpen met een woordraadsel in zijn werkboek. Het lijkt een normale situatie in een gewone klas, maar niets is minder waar. Toen deze jongen twee jaar geleden binnenkwam bij Liduina zat hij met zichzelf in de knoop en zette hij leraren voor het blok. Deze school tussen de kantoortorens in het centrum van Den Haag heeft sindsdien alles uit de kast gehaald om hem uit de put te helpen.
“Als hij even niet verder kon of een uitleg niet begreep, kroop hij in groep 4 huilend onder zijn tafeltje”, vertelt intern begeleider Michiel Asselman. “Daar bleef hij drie kwartier zitten en het lukte niemand om hem eronder vandaan te krijgen.”
De stoere jongen maakte in 2022 de overstap naar Liduina vanaf een andere basisschool. “Hij is een lieve jongen met een goed hart”, vertelt zijn moeder. “Maar hij was ook een boos en onzeker jongetje. Hij heeft nog steeds niet altijd zin om naar school te gaan, maar hij vindt wel zijn juffen en meesters leuk. En hij ziet graag zijn vrienden op school. Hij kan met iedereen opschieten en hij is minder onzeker. Rekenen, daar is hij nog steeds niet goed in, maar hij geeft nu minder snel op. Hij blijft doorzetten.”
De moeder van de stoere jongen doet haar verhaal, omdat ze andere gezinnen in een vergelijkbare situatie daarmee verder hoopt te helpen. Wat is er veranderd voor deze jongen in de afgelopen twee jaar? En wat kunnen andere ouders, leraren en hulpverleners daarvan leren?

Laagdrempelige toegangspoort
Liduina werkt sinds vijf jaar op een bijzondere manier samen met psychologenpraktijk AGO. Deze ggz-instelling houdt een dag per week praktijk op deze basisschool, als laagdrempelige toegangspoort naar specialistische hulp. De voordelen van zo’n behandelaar binnen de muren van de school zijn groot, volgens Asselman. “Leerlingen en ouders hebben snel toegang tot zorg, zonder de bureaucratie die de jeugdhulp doorgaans plaagt. Bijzonder is aan de jeugdhulp op Liduina ook dat we uitdrukkelijk aandacht hebben voor de gezinssituatie en dat ook ouders zelf in traumatherapie gaan als dat nodig is.”

Verwaarlozing
Asselman stond van 2006 tot 2009 zelf voor de klas. Hij denkt met enige wroeging terug aan die tijd. “Had ik toen maar geweten wat ik nu weet”, zegt hij. “Ik heb kinderen in de klas gehad die het enorm zwaar hadden, met zichzelf en met hun omgeving. Ik heb naar beste vermogen geprobeerd ze te helpen, maar dat is niet altijd gelukt.”
Als voorbeeld noemt de oud-leraar een meisje van 9 dat jaren geleden bij hem in de klas zat. “Ze was somber, werd doorverwezen en kreeg het label depressie. Maar daar lag het probleem niet. Ik kende het gezin. Dat was gebroken, met een afwezige vader. De moeder had zelf een slechte band met haar partner en haar eigen moeder. Ze hield van haar dochter maar was zelf seksueel misbruikt en kon haar weinig warmte bieden. Er was sprake van verwaarlozing.”
Asselman meldde het meisje aan voor jeugd-ggz buiten de school, maar hulpverleners kregen geen vat op haar problemen: “Zij focusten te veel op het kind en te weinig op haar omgeving.” Met de boodschap ‘we kunnen haar niet helpen’ kwamen de problemen terug op het bord van de school. “Het was anderhalf jaar verder. Het meisje had allerlei specialisten gezien, maar ze was geen stap verder gekomen.”

Ineffectieve hulp
Dit soort verspilling van tijd en geld zit volgens Asselman verweven in het systeem van de Nederlandse jeugdhulp. Het is een piramide met aan de basis de lichte hulp, waarna er indien nodig langzaam wordt opgeschaald. “Als leerkracht en school probeer je het kind eerst zelf te helpen. Daarna worden de ouders betrokken. Die gaan vaak langs schoolmaatschappelijk werk en vervolgens langs tal van instanties op zoek naar passende hulp. Terwijl op school vaak al heel veel bekend is over wat er nodig is.”
Als promovendus aan de Universiteit van Amsterdam heeft Asselman onderzoek gedaan naar deze trajecten (zie kader ‘Ingrijpende ervaringen thuis verklaren vaak ernstige gedragsproblemen’). “Een kind van 11 heeft soms al elf trajecten doorlopen”, zegt hij. “Te vaak wordt er daarbij vanuit gegaan dat de leerling een probleem heeft en plakken we er een label op, terwijl de context over het hoofd wordt gezien.”

Goed Onderwijs
Het is 11.15 uur. De rekeninstructie van juf Tessa is achter de rug. Nu zijn de kinderen bezig met hun weektaak. “Ze zijn lekker aan het knallen”, zegt zij. De stoere jongen heeft zijn taak al klaar. De belangstelling van de verslaggever aan zijn tafeltje maakt hem argwanend. “Waarom schrijf je alles op over mij?”
De basis voor hulp aan kinderen met gedragsproblemen ligt in goed onderwijs, vertelt intern begeleider en adjunct-directeur Liselotte Schoenmakers. “Leraren zien kinderen elke dag en hebben als geen ander zicht op hun leven. Zij zien het als eerste als een kind geen vriendjes heeft of als het niet goed gaat.”
Toen de stoere jongen twee jaar geleden binnenkwam op school voerde Asselman een kennismakingsgesprek met zijn moeder. “Ze zat helemaal te trillen”, herinnert hij zich. “Ze zei dat zijn vader hem niet van school mocht komen afhalen. Op zijn oude school wisten ze eigenlijk niet zo goed wat er aan de hand was. Toen we zijn moeder ernaar vroegen kwam er een complexe thuissituatie aan het licht. Er was al op jonge leeftijd sprake geweest van huiselijk geweld, zowel psychisch als fysiek.”
De jongen kreeg ondersteuning en jeugdhulp op zijn oude school, maar dat waren dan vaak korte trajecten. “Stappenplannetjes om ervoor te zorgen dat je niet boos wordt bijvoorbeeld of oefeningen om te werken aan zijn zelfvertrouwen”, aldus Asselman. “Maar thuis speelden veel grotere zaken.”

Korte lijntjes
Het kennismakingsgesprek en de tijd die Asselman nam om zich te verdiepen in het leven van deze jongen zijn onderdeel van de zorgstructuur op Liduina, vertelt Schoenmakers: “We werken met vier intern begeleiders. Drie van hen zijn orthopedagoog. Ze kennen de thuissituatie van kinderen en hun kennis daarover gaat niet verloren bij de overgang van een leerling naar een nieuwe klas.”
Ook op Liduina gaan kinderen en ouders met maatschappelijk werk aan de slag. “Maar we doen onze best om de lijntjes kort te houden”, zegt Schoenmakers. “De wachtlijsten in de ggz zijn hier net zo lang als elders, maar ago-psychologen hebben soms net een gaatje in de agenda zodat we in elk geval een begin kunnen maken.”
De gezinsgerichte benadering heeft de stoere jongen een uitweg geboden. “Als mijn zoon op zijn oude school een uitbarsting voelde opkomen, dan moest hij een kaart omhoog houden om te laten zien in welke emotie hij zat”, vertelt zijn moeder. “Dat helpt misschien voor andere kinderen, maar niet voor hem. Hij kon uit zijn plaat gaan, maar het ging niet alleen om hem. Je moet ook naar de thuissituatie kijken. Iedereen draagt zijn eigen rugzakje met zich mee. Ik kom zelf ook uit een gebroken gezin.”
Deze dappere moeder is bang geweest en heeft moeten leren om sterker in haar schoenen te staan. “Ik heb lang geprobeerd om gezamenlijk met zijn vader naar een oplossing te zoeken. Maar uiteindelijk heb ik de stap durven zetten om naar de rechter te gaan. De verplichte omgangsregeling is stopgezet. Ik heb nu het volledig gezag over mijn zoon en het is thuis veel veiliger en rustiger.”
Moeder en zoon zijn geholpen met de verwerking van hun trauma’s. “Op het begin gingen we samen naar de therapiesessies”, vertelt de moeder van de stoere jongen. “We hadden al een hele sterke band en die is hierdoor nog verder versterkt.”
Binnenkort zal het duo in hun gezamenlijke behandeling een volgende stap zetten. “Dat gebeurt volgens de emdr-storytelling methode”, vertelt behandelaar Annerieke Zwaan van ago, die als orthopedagoog een vaste dag per week op school aanwezig is. emdr, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een therapie die erop is gericht om de intensiteit van pijnlijke herinneringen door oogbewegingen te verminderen. Storytelling betekent dat de moeder van de stoere jongen in een brief in kindertaal gaat opschrijven wat er met hen is gebeurd.

Machteloos en uitgeput
Basisschool Liduina telt zo’n 450 leerlingen. Asselman schat in dat er jaarlijks zo’n 15 tot 20 van hen intensief behandeld worden. “Er zijn niet heel veel kinderen en gezinnen die deze vorm van hulp nodig hebben, maar als die nodig is en niet geboden wordt, dan heeft dat enorme consequenties. Het kan leiden tot burn-out bij leerkrachten en grote conflicten met ouders. Dat kan niet alleen een gezin maar ook een school ontwrichten.”
Naast de stoere jongen heeft juf Tessa nog een leerling in de klas die regelmatig bij Zwaan op bezoek gaat, samen met een ouder. Ook deze moeder laat een verslaggever toe in deze intieme setting, omdat ze hoopt de weg te bereiden voor andere ouders. Het meisje heeft sluike zwarte haren, een wit Pokémon-shirt en roze veters.
“Wat voor dingen leer je van mij”, wil Zwaan van haar weten. “Niet rekenen of taal, maar iets anders. Je leert hier dat je een leuk mens bent en daar doet mama ook in mee. Papa en mama, en zelfs je broer een keer, komen bij mij om ook over gedachten en hun gevoelens te praten, maar vandaag gaan we een spelletje doen.”
Het meisje kiest voor een spel waarin zijzelf, haar moeder en de behandelaar elkaar een balletje toewerpen. Bij elke worp in de gang van de school benoemen de deelnemers positieve eigenschappen. “Ik kan goed snel bewegen”, oppert het meisje, wapperend met haar handen. “Je bent energiek”, complimenteert haar moeder. “Energiek? Ik wist niet dat dat een compliment was”, zegt het meisje.
Eenmaal terug in de kamer van haar schoolpraktijk legt Zwaan een tekening op tafel van een hart met daaromheen in kleurrijke stift de krachtige eigenschappen van het meisje. Er staan er al bijna vijftien en zij mag ze aanvullen met ‘energiek’ en ‘sociaal’. “Achter boosheid van kinderen gaat vaak een negatief zelfbeeld en een hoop verdriet schuil”, vertelt Zwaan later over de intentie van het spel. Deze kinderen voelen zich niet altijd geliefd en daarom focussen wij op hun positieve eigenschappen.”

Bijzondere plek
Ook de stoere jongen heeft veel geleerd op deze praktijk binnen de schoolmuren, zo vertelt zijn moeder. “Als hij boos is, kan hij in gedachten naar zijn eigen bijzondere plek gaan. Hij kan ademhalingsoefeningen doen. Maar hij kan ook een rondje door de school gaan lopen of naar zijn time-outplek gaan.”
Die laatste uitwegen zijn op dit moment zelfs niet nodig. De stoere jongen heeft zijn emoties beter onder controle. ‘De lava in je buik’, of het gevoel voor je ‘interne thermometer’ zoals Zwaan dat noemt. Zo lukt het om met een vinger omhoog rustig op hulp te wachten als je vastloopt in je weektaak.
Het laat zien dat de stoere jongen niet alleen op school, maar ook thuis in rustiger vaarwater is gekomen. “De thermometer van zijn moeder is net zo goed van belang als de thermometer van de jongen zelf”, vertelt Asselman. “Als ouders thuis rustig zijn en hun leven emotioneel op de rit hebben, dan maakt dat voor het gedrag van kinderen op school een wereld van verschil.”

{kader}

Ingrijpende ervaringen thuis verklaren vaak ernstige gedragsproblemen

Scheiding, huiselijk geweld, fysieke of emotionele mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik, armoede, een ouder met psychische problemen, pesten. Het is een akelige lijst en bijna alle kinderen in het speciaal onderwijs die kampen met ernstige gedragsproblemen en sociaal-emotionele problematiek hebben er ten minste eens in hun leven mee te maken gehad.
Dat blijkt uit een studie van Evelyne Offerman, Michiel Asselman en collega’s die in 2022 is verschenen in het International Journal of Environmental Research and Public Health. Voor kinderen in het cluster 4-onderwijs gaan deze potentieel traumatiserende ervaringen samen met agressief gedrag (92 procent), een laag zelfbeeld (72 procent), woede-uitbarstingen (56 procent), slaapproblemen (49 procent) en angst en depressieve klachten. Bijna 30 procent van de onderzochte kinderen kampt met post traumatische stressklachten zoals herbeleving van het trauma.
Asselman vermoedt dat deze situatie vergelijkbaar is voor kinderen met ernstige gedragsproblemen en sociaal-emotionele problematiek op reguliere basisscholen. “Uit onderzoek blijkt dat in een gewone klas ruim de helft van de leerlingen een mogelijk traumatiserende ervaring heeft doorstaan. Ook in het regulier onderwijs is het daarom heel belangrijk om ernaar te vragen wanneer zich problemen voordoen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.