- blad nr 6
- 25-3-2000
- auteur O. Bosma
- Redactioneel
Na personeelsbeleid beloningsdifferentiatie
Alle beschikbare informatie wijst erop dat het er met het personeelsbeleid in de scholen beroerd voorstaat, zo concludeert het AOb-bestuur in een stuk over integraal personeelsbeleid, dat deze week behandeld zou worden door de algemene vergadering. Veel besturen van basisscholen zijn te klein om daarvoor de kwaliteit in huis te halen, maar ook in het voortgezet onderwijs faalt het management op dit punt. Niet alleen worden cao¹s verkeerd toegepast en worden er veel administratieve fouten gemaakt; het onbreekt vaak ook aan zorg voor nieuwkomers, zieken en mensen met problemen. De lijst met gebreken kan gemakkelijk worden aangevuld: geen loopbaanbegeleiding, geen professionele functioneringsgesprekken, geen standaard voor de beoordeling van mensen, matig ontwikkelde medezeggenschap.
In de lopende onderwijs-cao is afgesproken dat op al deze terreinen vooruitgang moet zijn geboekt, voordat in scholen beloningsdifferentiatie wordt ingevoerd. In het regeerakkoord is hiervoor geld gereserveerd, oplopend tot 210 miljoen gulden structureel in 2005. Vanaf 1 augustus wordt door OC en W een bedrag van 30 miljoen gulden over de scholen verdeeld. Volgens de cao moet het geld voorlopig gebruikt worden om schoolleidingen te bekwamen in het voeren van personeelsbeleid. Op het ministerie wordt gewerkt aan een regeling voor de verdeling van het geld, maar er bestaat daar weinig animo om het te oormerken. Scholen zouden het dus naar eigen inzicht kunnen besteden. Het AOb-bestuur acht het risico groot dat door de beschikbaarheid van geld de invoering van beloningsdifferentiatie zijn eigen dynamiek krijgt en er niets terecht komt van handhaving van de randvoorwaarden. De AOb wil dit voorkomen door bindende afspraken met de schoolbesturen (werkgevers) over invoering van integraal personeelsbeleid. Er is een checklist ontwikkeld, waarmee onderhandelaars van de bonden en medezeggenschapsraden kunnen beoordelen of een school het keurmerk personeelsbeleid waard is. Alleen in dat geval zou mogen worden overgegaan tot invoering van beloningsdifferentiatie. De AOb verwerpt hiervoor het Berenschotmodel van de competentiebeloning. Leraren worden volgens de bond in dat model deels beoordeeld op competenties die niet direct noodzakelijk zijn voor het vervullen van de functie en ze worden ten opzichte van elkaar in een rangorde geplaatst. Deze merit rating veroorzaakt per definitie spanningen en onrechtvaardigheden. Het alternatief is ontwikkelingsbeloning, waarbij mensen alleen worden beoordeeld op de mate waarin hun kennis en vaardigheden in de functievervulling zich ontwikkelen. Er zou geen vergelijking met anderen plaatsvinden. Op grond van de beoordeling zouden personeelsleden extra periodieke salarisverhoging kunnen krijgen of versneld door de salarisschaal gaan.
De AOb-afdelingen voor openbaar (Avmo) en algemeen bijzonder onderwijs (Abo) en de NABS (besturen algemeen bijzonder onderwijs) houden 12 april ¹s middags in Utrecht een themacongres over integraal personeelsbeleid. Hier worden ook de resultaten bekend gemaakt van een onderzoek dat de AOb deed naar de kwaliteit van de begeleiding van beginnend personeel. ³Deze resultaten zijn illustratief voor het ontbreken van personeelsbeleid op de scholen², aldus Marten Kircz, hoofdbestuurslid van de AOb en dagvoorzitter op 12 april. In het vorige nummer van Het Onderwijsblad zat een opgavebon voor het congres.