• blad nr 6
  • 25-3-2000
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Geen tekst

Wat is het verband tussen weten en hoe je op school hebt leren omgaan met een tekst? Eerst twee scènes over weten. Vrijdagavond zit er bij Barend en Van Dorp een bijzonder charmante jongedame, actrice in ŒRent a friend¹, een nieuwe Nederlandse film. Ze tracht de heren te overtuigen van het belang van authentiek kunnen zijn, en aan hun gezichten af te lezen lukt dat aardig. Ze is er zelf het levende bewijs van. In haar verhaal zegt ze, zoekend naar een referentie om haar argument te ondersteunen: ¹Ja, ik weet het ook niet, ik onthoud het niet, ik lees en ik vergeet...¹ Iets verontrust mij, maar ik zap verder.
Zondag hoor ik op Radio 4 in ŒKlassiek en zo¹ jongeren praten. Een vast punt in dat programma is dat de uitgenodigde jongeren vertellen wat hun meest geliefde stuk muziek is en waarom. Een van de meisjes brengt een lied van Gershwin in. Gezongen door Ella Fitzgerald en Louis Armstrong, maar dat moet de programmaleider haar uitleggen; wist ze niet meer. Hoe ze aan dit lied kwam? Nou, er was een muziekleraar op school en die had vragen gesteld die ze ook niet meer wist, maar ze vond het wel mooi. Weer voel ik me ongemakkelijk.
Dan begint het te dagen. Het is de geëtaleerde onwetendheid die me dwarszit. Ho, ho, breng ik tegen mezelf in, wist jij zelf dan zoveel toen je achttien was? Nee, natuurlijk niet. Maar het gaat om iets anders: om de achteloosheid, de onbeschaamdheid, waarmee weten wordt weggewuifd. Weten hoeft niet meer. Je kunt gewoon op je gevoel voortdrijven, van de ene gedachtestroom naar de andere hoppen, bij een nieuw netwerk aansluiten, en de oude kennis vergeten. Alleen enkele indringende beelden blijven hangen. Dat is de postmoderne houding tegenover weten. Bij mij werkt het anders. Ik ben nog gesocialiseerd als Œmoderne mens¹ en heb geleerd Œkennis¹ op te roepen die mij helpt te begrijpen wat hieraan nu precies verontrustend is. Zo denk ik nu bijvoorbeeld aan Lea Dasberg. In haar nog steeds zeer leesbare boek ŒGrootbrengen door kleinhouden¹ (1975) analyseerde ze wat er van komt als opvoeders en onderwijzers teveel een laissez-faire-houding hebben als het gaat om het bijbrengen van kennis en normen en waarden. Ze beschreef toen hoe onder invloed van Rousseau de pedagogen zijn verschoven van: Œdie eis wil je niet stellen aan kinderen¹, naar: Œdie eis mag je niet stellen aan kinderen¹. Daarbij zijn kinderen zich naar die verwachtingspatronen gaan gedragen. Van: Œdat hoef ik niet te leren¹ naar: Œdat kan ik niet meer¹. Dus: we hoeven niet meer te weten want we leven in een informatiemaatschappij, en vervolgens kunnen we het ook niet meer. We redden ons wel met onze vaardigheden en emotionele intelligentie.
Nu over het omgaan met een tekst. Vroeger, vóór de uitvinding van de boekdrukkunst, kon je alleen maar weten en begrijpen door verhalen en handgeschreven teksten uit je hoofd te leren. Met de komst van de gedrukte tekst is dat veranderd. We zijn teksten analyserend gaan lezen, om ons de inhoud eigen te maken. De tekst is zo eeuwenlang de spil van alle onderwijsactiviteiten geweest: de uitleg van de leraar, de opening van een nieuwe wereld, nieuw Œweten¹, en de ervaring van schoonheid en leesplezier. De centrale rol van de tekst als cultuurhistorische en pedagogische bron is aan het verdwijnen. Tegenwoordig haal je eruit wat je nodig hebt en dan vergeet je de rest. Je spant je niet meer in om je door de tekst te laten vormen. Bij het lezen van literaire teksten lijkt het nog anders te gaan, zeg maar op de oude manier. Hoe lang nog? Zullen niet de nieuwe leesgewoonten langzaam generaliseren naar het lezen van literaire teksten?
Met een buitenlandse onderzoeker, die zijn kinderen op een Nederlandse basisschool heeft, praat ik over begrijpend lezen. We bekijken de werkboekjes van de kinderen. Een werkboekje Œstuderend/begrijpend lezen¹ bevat korte, vrij stompzinnige tekstjes, waarover vervolgens vragen worden gesteld. Die peilen of de leerling de informatie eruit pikt en de bedoeling van de auteur van de tekst begrijpt. ŒDat is wel belangrijk¹, geeft hij toe. ŒMaar wordt kinderen dan niet eerbied voor de tekst bijgebracht?¹, vraagt hij verbaasd. ŒLeren ze niet zich voor een tekst in te spannen en zo hun eigen standpunt in een kwestie te ontwikkelen? Zo geef je toch kinderen die van huis uit veel boeken lezen een enorme voorsprong?¹ Ik knik en denk aan de niet-kansarme jongedames.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.