• blad nr 6
  • 1-6-2024
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Tips voor een ontspannen wisselmoment

Tekst: Astrid van Unen.

Van het ene vak naar het andere overschakelen, of van het ene lokaal naar het andere gaan: de wisselmomenten kosten tijd, maar zijn bij uitstek geschikt om op te laden.

PRIMAIR ONDERWIJS
1. Zorg dat je organisatiestructuur op orde is
Als je alles wat je doet in de klas goed organiseert, verlopen wisselmomenten vlekkeloos. Routine en structuur zijn de sleutelwoorden voor een goed geoliede klassensituatie. Leer in het begin van het schooljaar de kinderen je regels en blijf die met ze oefenen. Zorg dat al het onderwijsmateriaal dichtbij en goed bereikbaar is. Denk na over de looproutes als kinderen ander materiaal moeten pakken, zodat er geen chaos in de klas ontstaat. Maak afspraken over bijvoorbeeld toiletbezoek en wat er op hun tafel mag liggen. Laat kinderen duidelijk weten wat je van hen verwacht. Dit vormt de basis voor de rest van het jaar.

2. Kijk goed naar je klas
Je kent je klas en weet wat de kinderen nodig hebben. Als er onrust is, kun je een gesprek aangaan. Als je de organisatiestructuur op orde hebt, is het gemakkelijker om de touwtjes te laten vieren en daarna de regie weer terug te pakken.

3. Bedenk je ideale wisselmoment
Je kunt vooraf visualiseren hoe jouw ideale wisselmoment eruitziet. Betrek de kinderen hier bij: geef ze een lesje in wisselmomenten. Spreek regels af en geef ze keuzes. Wil je dat ik een belletje gebruik? Zal ik tot 3 tellen?

4. Kondig aan wat je gaat doen
Bij een lesovergang kun je aankondigen welk vak er nu volgt. Vraag ook: ‘Zit je klaar? Moet je een klasgenoot helpen?’ Maak dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Laat kinderen voor een schoolpauze het materiaal al klaarleggen, zodat ze weten wat ze na de pauze krijgen. Begin pas met de les als iedereen het juiste materiaal voor zich heeft. Durf met zo’n wisselmoment te spelen. Zing gerust Duurt te lang als je het werkelijk te lang vindt duren.

5. Probeer haakjes te vinden
Als je net een geschiedenisles hebt behandeld waarin jaartallen voorkomen, probeer die dan te verbinden met bijvoorbeeld rekenen. Of gebruik woorden of zinnen uit die les voor de overgang naar taal. Met andere woorden: zoek haakjes. Dat lukt niet altijd, maar vaker dan je denkt. Let daar dus op.

6. Bouw ontspanning in
Laat kinderen even met elkaar praten als ze hun spullen moeten pakken. Maak een grapje of vertel een klein verhaal over wat je zelf hebt meegemaakt. Benut zo’n kort wisselmoment voor iets totaal anders, zodat kinderen hun hoofd even kunnen leegschudden.

7. Zet een energizer in
Als de onrust toeslaat in de klas, kun je een energizer inzetten. Er zijn talloze bundels met voorbeelden van spelletjes in 3 minuten die kinderen laten opladen. Ook Youtube heeft een mooie verzameling. Laat ze tekenen, een filmpje bekijken of even bewegen om tot rust te komen. Doe met ze mee en kies een energizer waar jij jezelf ook goed bij voelt. Daarmee kun je tenslotte ook jezelf opladen.
Energizers kun je ook standaard in je dagelijkse les verweven, bijvoorbeeld een half uur voor de eerste pauze. Kinderen vinden dit leuk en weten dan waar ze aan toe zijn.

8. Zorg ook voor jezelf
Wisselmomenten vragen veel van de leerkracht. Het zijn bij uitstek de momenten waarop kinderen geïnstrueerd moeten worden, met vragen komen of om bijsturing vragen. Kies je rust op momenten dat kinderen zelf aan het werk zijn. Zet een energizer in als je jezelf nodig moet opladen. Zorg dat je wat te drinken bij de hand hebt. Vraag als mogelijk een collega als je even uit de klas moet.

Met dank aan leerkrachten Cathelijne Anten en Dorien König

VOORTGEZET ONDERWIJS
1. Neem tijd
Gun leerlingen wat tijd bij aanvang van de les om te landen en zich voor te bereiden, zelfs als dat 10 minuten kost. Als ze net biologie hebben gehad en ze moeten ineens in voertaal Engels spreken, dan is dat een omschakeling. Het duurt even voordat ze weer ‘aan’ staan. Je hoeft dus niet meteen het gaspedaal in te drukken. Voor de leraar is dit ook het moment om de stemming in de klas te peilen en daarop eventueel te anticiperen.

2. Zet andere werkvormen in
Tijdens een blokuur zijn een paar minuten (plas)pauze eveneens belangrijk. Maak dan opnieuw even contact met de leerlingen door tussen de tafels door te lopen en vragen te beantwoorden of informele gesprekjes te voeren. Stond in het eerste lesuur de leesvaardigheid centraal, focus dan in het tweede op luistervaardigheid. Wissel werkvormen af, zodat je de aandacht vast kunt houden.

3. Stel een vraag
Welke les hebben de leerlingen net achter de rug? Laat hen daarover vertellen. Daarmee geef je ze tijd een les achter zich te laten. Spoor ze wel aan alvast hun spullen te pakken voor jouw les.

4. Ga aan de wandel
Neem als leraar zelf tijdig korte adempauzes. Ga tijdens een wisselmoment even aan de wandel naar het koffieapparaat of neem de rust voor een voorbereiding op de volgende les en laat dan de leerlingen kort voor je lokaal wachten. Je kunt dan ook aangeven dat je even geen vragen wilt beantwoorden.

5. Zet een energizer in
Vooral in de laatste lesuren op een dag raken leerlingen vermoeid. Houdt daarvoor de zogenoemde energizers achter de hand. Laat leerlingen een dansje doen, even rondrennen of springen. Zoals in het stuk over de wisselmomenten in het basisonderwijs al beschreven: er zijn talloze voorbeelden van spelletjes in 3 minuten die leerlingen laten opladen. Ook Youtube heeft een mooie verzameling. Kijk wat een klas nodig heeft, want wat bij de ene werkt, kan bij de andere doel missen. De ene klas houdt van muziek luisteren, de andere juist van een dansje doen of een gek spelletje.
Zoek vooral iets dat ook bij jou past. Wie niet van dansen houdt, kan beter een spelletje kiezen. De spelletjes horen ook jou energie te geven. Belangrijk is al een paar energizers te kennen, zodat je ze gemakkelijk kunt inzetten.

Met dank aan leraren Illanga Bel en Fulco Hoekstra

{kader}
Wisselmomenten in het vo in eigen tijd
Sommige middelbare scholen roosteren tijd in voor de wisselmomenten. Maar binnen de normjaartaak worden wisselmomenten bijna nooit meegerekend, terwijl het op basis van de Arbeidstijdenwet niet om een pauze gaat. Een pauze moet namelijk minimaal 15 minuten duren. Dat punt maakt Marcel Koning, beleidsmedewerker bij de AOb. “Nakijktijd, ontwikkeltijd en overige taken worden allemaal beschreven en leiden tot een opslagfactor naast de lestijd, maar scholen houden vaak geen rekening met die wisselmomenten, terwijl die soms zelfs 10 minuten duren.”
Zo’n looppauze is nodig voor de leerlingen, maar zou geen vrijwilligerswerk voor de leraren moeten zijn, betoogt Koning. Hij rekent voor dat een wisselmoment van gemiddeld 4 minuten op 20 minuten per dag komt en ruim 1,5 uur per week. Op jaarbasis kom je dan al snel op zo’n 50 uur. “De schoolleiding zou dan ook de opslagfactor moeten aanpassen. De personeelsgeleding in de mr zou dit kunnen aanzwengelen. Het moet een eerlijker berekening worden. Hoeveel heeft een gemiddelde docent nodig om zijn taak uit te voeren? Die uitkomst moet reëel zijn.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.