• blad nr 3
  • 1-3-2024
  • auteur J. Gakes 
  • Raad en daad

 

Projectmanager dwingt vaste baan af

Projectmanager Erik krijgt na vier tijdelijke arbeidsovereenkomsten te horen dat zijn school niet met hem verder wil. Zoiets kan niet. Met hulp van de AOb dwingt hij alsnog een vaste aanstelling af.

Erik is per 1 november 2019 in dienst getreden als projectmanager op een middelbare school. De projecten waar hij bij betrokken is worden grotendeels door verschillende subsidies gefinancierd. Zijn eerste arbeidsovereenkomst geldt voor bepaalde tijd, Erik is begonnen met een jaarcontract. Vervolgens wordt jaarlijks bekeken of de arbeidsovereenkomst verlengd wordt.
Erik verricht zijn werkzaamheden naar tevredenheid, de arbeidsovereenkomst is inmiddels dan ook drie keer verlengd. In het voorjaar van 2023 krijgt hij te horen dat zijn vierde tijdelijke arbeidsovereenkomst, die op 1 december 2023 afloopt, hoogstwaarschijnlijk niet verlengd zal worden. Erik verbaast zich hierover, de projecten waar hij bij betrokken is zijn namelijk nog in volle gang. Naar verwachting zullen de meeste projecten pas in 2026 worden afgerond.
Na enkele gesprekken met de school wordt het Erik duidelijk dat zijn vierde arbeidsovereenkomst niet verlengd zal worden omdat de school bij een nieuwe verlenging een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan zal moeten bieden. De school ziet dit niet zitten. Erik besluit contact op te nemen de AOb omdat hij vermoedt dat dit niet klopt. Hij meent namelijk dat zijn huidige tijdelijke arbeidsovereenkomst al eerder omgezet had moeten worden naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Na controle van de arbeidsovereenkomsten blijkt dat Erik gelijk heeft. In de cao vo is afgesproken dat de school tijdelijke arbeidsovereenkomsten mag aanbieden indien de werknemer uitsluitend is belast met werkzaamheden in het kader van projecten waarvoor additionele gelden ter beschikking zijn gesteld. Hierbij geldt dat, in tegenstelling tot andere soorten tijdelijke arbeidsovereenkomsten, de totale duur van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten op projectbasis ten hoogste vier jaar bedraagt en is gemaximeerd op vier arbeidsovereenkomsten.
Erik is per 1 november 2019 in dienst getreden, zijn vierde arbeidsovereenkomst zou op 1 december 2023 aflopen. Dit betekent dat Erik vanaf 1 november 2023 aanspraak maakt op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf dat moment is de maximumduur van 4 jaar immers verstreken wat maakt dat de tijdelijk arbeidsovereenkomst al voor de einddatum (1 december 2023) omgezet moet worden in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Met het advies van de AOb in de hand gaat Erik opnieuw in gesprek met de school. Goed nieuws, hij mag blijven en kan zijn werkzaamheden ten behoeve van de projecten alsnog voortzetten.
Ondanks de personeelstekorten in het onderwijs komen wij het helaas vaker tegen dat werkgevers oneigenlijk gebruik maken van tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Mocht je het vermoeden hebben dat dat bij jou ook geval is dan is het verstandig om jouw arbeidsovereenkomsten door de AOb te laten controleren.

Deze rubriek is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.