- blad nr 3
- 1-3-2024
- auteur M. van Nieuwstadt
- Commentaar
Brug te ver
Nu zijn er de taalmodellen, gebaseerd op kunstmatige intelligentie: AI. Computerprogramma’s die coherente teksten genereren door uit te rekenen hoe vaak woorden in een bepaalde samenhang voorkomen, bestaan al sinds 1980. De technologie kwam in een stroomversnelling met de lancering van ChatGPT, een gratis variant die het bedrijf OpenAI eind 2022 introduceerde, met dank aan medeoprichter Elon Musk.
De gebruiksmogelijkheden voor het onderwijs zijn divers en veelbelovend, blijkt uit ons coververhaal van Miro Lucassen. AI-docent Aisha is ‘veel goedkoper dan bijles’. AI-assistent Tessa klust in een wip lessen in elkaar. Toch tonen leraren zich in het stuk sceptisch.
De teloorgang van de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen is een extra reden om hoge verwachtingen over de nieuwe technologie te temperen. Want met taal bezig zijn vanachter de computer, lijkt geen gunstige uitwerking te hebben op taalvaardigheid. Zo laat een recente overzichtsstudie in de Review of Educational Research zien dat thuis online lezen niet bijdraagt aan kennisopbouw of diepgaand leesbegrip.
Trouw schreef in januari dat basisscholen in Zweden de laptops hebben afgeschaft, ten gunste van schrijfschriften. Sommige Nederlandse scholen gaan voorzichtig mee in die trend. Want ouderwets papier heeft voordelen. Lees hierover ook ons verhaal over de terugkeer van papieren agenda’s op een school.
Natuurlijk moeten leerlingen leren werken met ChatGPT. En AI zal leraren ook vast wel eens een geestdodende klus uit handen nemen. Maar leraren vervangen? De tekorten oplossen? Dat is een brug te ver. Daar blijkt de tekstrobot het desgevraagd zelfs mee eens te zijn: ‘ChatGPT kan niet alle aspecten van het menselijke leraarschap repliceren. De rol van een leraar omvat meer dan alleen het overbrengen van informatie; het omvat ook de menselijke interactie, emotionele ondersteuning en individuele begeleiding die essentieel zijn voor effectief leren en ontwikkeling.’