- blad nr 1
- 1-1-2024
- auteur J. Poortvliet
- Redactioneel
Zeven tips voor lessen over explosieve onderwerpen
Het conflict tussen Israël en Hamas is het jongste voorbeeld. Na het geweld van begin oktober 2023 verschenen afschuwelijke foto’s en filmpjes op sociale media, ook op de tijdlijn van docent Nederlands Marjolein Mantelaers. Ze kreeg buikpijn van wat er in de wereld gebeurde: “Ik dacht: als dit mij al zo aangrijpt, hoe zit het dan met mijn leerlingen?” Tegelijk werd ze onzeker: “Hoe ga ik dit gesprek aan? Want alles wat ik zeg kan slecht vallen.”
Mbo-docent en televisiemaker Karim Amghar ging ook meteen ‘aan’ toen het mis ging in Israël en op de Gazastrook. Hij maakte een lesbrief die binnen een paar weken tienduizenden keren werd gedownload: zestien pagina’s, waarin het woord ‘conflict’ of ‘oorlog’ niet voorkomt (zie tip 3).
De les had net zo goed kunnen gaan over de aanslag op Charlie Hebdo (2015) of de moord op Samuel Paty (2020), vertelt Amghar. “Zodra je hier iets over maakt, is het een potentieel mijnenveld. En tegelijk zijn het de beste casussen om te testen hoe wij ervoor staan als samenleving. En dus ook als mini-samenleving op school.”
1.Weet waar je betrouwbare feiten kunt vinden
Marjolein Mantelaers had herfstvakantie toen Hamas toesloeg en Israël Gaza binnenviel. “Ik had sterk het gevoel dat ik goed geïnformeerd moest zijn. Ik kende de context van het probleem niet goed genoeg. Maar ja, ik was weg met mijn gezin en had geen tijd voor uitgebreid literatuuronderzoek.”
Betrouwbare media zoals het Jeugdjournaal,
2.Ga het gesprek aan
Ergens moet je wel, want als de emoties hoog zitten komt van leren vaak weinig terecht. Ligt het onderwerp gevoelig bij jouw leerlingen of studenten? Gebruik dan bijvoorbeeld de talking stick methode. In zijn lesbrief noemt Karim Amghar het De dialoog. De stoelen gaan in een kring en leerling krijgen om de beurt ruimte om te spreken. Klasgenoten en de docent mogen niet reageren, maar wel verdiepende vragen stellen. Zo ontstaat ruimte voor ieders perspectief, voor emoties, is de ervaring van Amghar. “Als anderen niet mogen reageren, ben je veel vrijer om een antwoord te geven dat dichtbij je staat.” En als je “echt vertrouwen hebt in de wijsheid van de klas”, komen “de juiste emoties boven”, stelt Amghar. De groep houdt zichzelf dan in balans: “Ook als iemand een extreem standpunt deelt of heftige emoties, voelt de groep vaak aan: dit is niet oké. Er is dan altijd wel een leerling die daar een passende ervaring of mening tegenover zet.”
3.Let op je woordkeuze
Leerlingen of studenten die duidelijk een kant hebben gekozen, kunnen bij bepaalde woorden al boos worden. Door bijvoorbeeld de situatie in Israël en Gaza een oorlog te noemen, kun je onbedoeld een fikse discussie ontketenen. “Een oorlog vindt plaats tussen twee staten”, verklaart Amghar. “Als je merkt dat een woord een trigger is, is het belangrijk dat je niet in de verdediging schiet, zo van: nee, dít is hoe ik het wil bespreken. En als het je niet zint, dan ga je maar weg.”
In het slechtste geval kan zo’n reactie iemand verder laten radicaliseren, aldus Amghar. Persoonlijk heeft hij een duidelijke mening over Israël en Palestina. “Maar in mijn rol als docent doet die er meestal niet toe.” Het gaat om het doel van je les, van je docentschap misschien wel: “Wil je de discussie winnen? Of wil je jonge mensen vaardigheden aanleren om te kunnen omgaan met verschillen in de samenleving? Voor mij is het duidelijk dat laatste.”
4.Maak een draai naar hoop en troost
‘In november 2015 bleef ik maar kijken, hongerend naar updates op Twitter (nu X) over de terreuraanslagen in Parijs’, schrijft Remco Pijpers over zijn eigen ‘vormende confrontatie’ met oorlog en terreur op internet. ‘Ik kon niet stoppen mijn horrorfeed te verversen. Afgepeigerd was ik, volkomen overstuur. Nu is het 2024. Swipen was nog nooit zo vloeiend. De vloedgolf is nog overweldigender.’
Kinderen willen die beelden lang niet altijd zien, maar het gebeurt toch. Onderwijspersoneel kan hen helpen door te wijzen op de goede, hoopgevende dingen die ook gebeuren. ‘Vreedzaam kijken’ noemt Pijpers dat. Let bijvoorbeeld op de ‘helpers’, zoals de artsen, verpleegkundigen en brandweerlieden die mensen verzorgen en onder het puin vandaan halen. En de ‘troosters’: mensen die lieve handelingen verrichten, die iemand omhelzen of even over de bol aaien. Hebben de leerlingen hen ook gezien?
5.Vind verbindende voorbeelden
#Deeldeduif was populair in oktober en november vorig jaar. Een initiatief van vier Amsterdamse jongeren, met zowel Joodse als Palestijnse roots. Na nare gebeurtenissen volgen vaak al snel dit soort verbindende acties. #Deeldeduif hielp Mantelaers aan de juiste bagage voor haar les: “Jongeren die zelf zoeken naar manieren hoe je met ellende kunt omgaan. Dat spreekt toch meer aan dan een leraar, een andere generatie, die praat over verbinding.” Zoeken naar verbinding is volgens Karim een taak van het onderwijs. “Als wij hier in het piepkleine Nederland uit elkaar drijven, als zowel moslimhaat en antisemitisme groeien, heeft oprecht helemaal niemand daar wat aan. Dus we móeten wel verbinden, common ground zoeken.”
6.Wees je ervan bewust: dit kost energie
Eigenlijk ben je meer gespreksleider dan leraar; een heel ander vak dan kennis overdragen. Mantelaars: “Leerlingen zijn ontwapenend, reageren primair. Het is heel mooi, maar ook intensief. Na zo’n les over een heftige gebeurtenis ben ik kapot. Omdat je je voelsprieten de hele tijd gebruikt, meer nog dan normaal.” Zeker als je startend docent bent, hoef je deze uitdaging niet alleen aan te gaan, aldus Mantelaers. “Vraag als het even kan een collega erbij: een docent of een ervaren ondersteuner.”
7.Het mag ook anders gaan
Amghar geeft nu burgerschapsles aan toekomstige schoonheidsspecialisten op het mbo. In contact komen met deze meiden die, gechargeerd, hun nagels superbelangrijk vinden, vond hij moeilijker dan bijvoorbeeld met studenten waarbij de stoelen door het lokaal vlogen. Amghar: “Wat ik dan doe: advies vragen aan een collega die goed is met de doelgroep.” Bij Mantelaers ontstond uiteindelijk geen discussie naar aanleiding van de situatie in Israël en Gaza, maar gaven leerlingen vooral aan moeite te hebben met de nare beelden, ook in games. De klas besprak de optie om bijvoorbeeld tijdelijk geen vechtspelletjes spelen die real life oorlogsbeelden gebruiken.