• blad nr 10
  • 1-12-2023
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

 

Huiverig voor terugkeer collega’s met post-covid


Ze hebben het ervoor over om thuis gevloerd te zijn na twee ochtenden werken. Collega’s met post-covid keren graag terug in het onderwijs. Met de tekorten zijn ze ook broodnodig, toch wordt het hen niet altijd makkelijk gemaakt door hun werkgever.

“Ik kon nog geen trap oplopen”, vertelt een leerkracht die in de eerste coronagolf ziek werd en maar niet opknapte. “Zoiets overkomt je en ineens beland je in een wereld van regelgeving. Het komt erop neer dat er uiteindelijk een ontslagprocedure in werking is gezet, precies volgens de richtlijnen. En dat na achttien jaar werken.”
Collega’s vergaten haar. “Het voelde eenzaam; ik werd niet meer uitgenodigd voor zowel leerling-gerelateerde bijeenkomsten als teamuitjes.” Ook kreeg ze telkens te horen van haar schoolbestuur dat er geen aangepaste werkzaamheden waren. “Ze keken niet goed naar wat wél kon”, zegt ze. “Een collega die begaan was, kwam met een goed idee, maar ook dat wilden ze niet. Ik had ook vrijwillig willen opbouwen met behoud van uitkering maar dat mocht niet. Ik zocht naar allerlei mogelijkheden om terug te komen in het onderwijs, maar dat is toen helaas niet gelukt.”
Uiteindelijk kon de leerkracht die niet met naam en toenaam geciteerd wil worden na twee jaar wel re-integreren. In de detailhandel. Eerder stond ze fulltime voor de klas; nu werd ze gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard door het UWV. “Pas toen het UWV een wia-uitkering toekende, de bedrijfsarts en de rest mij met rust lieten, kon ik mij richten op herstel. Het begon met twee uur werken en dat bouwde ik op naar twee dagen. Je wil regie terug en deelnemen aan het arbeidsproces, dat lukte in de detailhandel waar ik met open armen werd ontvangen. Ze zagen het als het even niet ging. Als het rustig was, mocht ik naar huis. Zo ging ik niet over mijn grenzen heen.” De laatste tijd bleef ze één dag werken en legde op haar tweede werkdag contact met andere schoolbesturen. Ze wilde terug het onderwijs in, iets wat door de gedeeltelijke afkeuring ook nodig was voor haar inkomen. Weer liep ze tegen terughoudendheid aan.
Desondanks is het haar nu gelukt om een nieuwe baan te vinden, in het onderwijs. “Ik mocht een aantal dagen meelopen en we hebben kennisgemaakt. Zij konden zien hoe ik functioneer en nu mag ik binnenkort beginnen.” Dat is spannend, want het gaat om een baan van drie werkdagen. “De vraag bij post-covid is hoe ver je het nog kan oprekken. Ik blijf positief en ben heel blij met deze kans, omdat ik denk dat ik het ga redden, want tussen mijn werkdagen zitten ook vrije dagen om te herstellen.”

Huiverig
AOb-vakbondsconsulent Bernadette Bodewes heeft de laatste tijd vaker collega’s aan de lijn met post-covid die moeite hebben om (opnieuw) bij een schoolbestuur binnen te komen. “Besturen lijken huiverig, collega’s hebben het gevoel dat ze van hen af willen of dat ze te snel zeggen dat er geen andere werkzaamheden voorhanden zijn”, zegt Bodewes. En dat in een tijd met schreeuwende tekorten.
Financieel zijn er geen prikkels om het te laten, zegt AOb-jurist Niels Buijense. “Collega’s met een gedeeltelijke wia-uitkering zijn een waardevolle aanvulling. Zo’n uitkering zegt niets over hoe ze werken. Bovendien betalen werkgevers minder premie en ze ontvangen compensatie voor het loon dat ze door moeten betalen als deze collega opnieuw uitvalt vanwege ziekte.”
Dat het niet altijd soepel verloopt, weet ook onderbouwleerkracht Shirley van der Stappen (49). Haar werkgever kreeg een loonsanctie (verplicht langer doorbetalen van het loon van de werknemer) van één jaar van het UWV. De dienst legt dit op als er te weinig aan re-integratie is gedaan voor een zieke werknemer. “Dit helpt niet mee voor mijn herstel. Het geeft stress, ook omdat er een hoorzitting komt en mijn werkgever het er niet mee eens is. Je voelt je toch machteloos.”
Bodewes ziet meer obstakels. “Werkgevers die te vroeg over ‘het tweede spoor’ beginnen. Terwijl sommigen net bezig zijn om terug te keren in hun eigen werk”, zegt ze. Langdurig zieken krijgen in het eerste ziektejaar de kans om terug te keren naar hun eigen werk. Na 12 maanden begint het tweede spoor, dan zoek je naar ander werk bij dezelfde of een andere werkgever.
Wat ook belemmerend werkt, is “de wia-keuring die te vroeg komt, zeker voor collega’s met post-covid”, weet Bodewes. De AOb riep de onderwijswerkgevers in maart 2022 op om in overleg vooral gebruik te maken van de mogelijkheid om de keuring uit te stellen, zodat werknemers rustiger konden re-integreren zonder stress over de wia.
Want stress geeft het, zegt Linda Eggermont (59), medewerker studentadministratie bij een roc in Amsterdam-West. Ze hikt aan tegen februari 2024. “Dan ben ik twee jaar ziek, maar ik wil absoluut niet afgekeurd worden.” Eggermont kon altijd tien dingen tegelijk, maar toen ze na haar covid-ziekenhuisopname voor het eerst weer haar laptop opstartte was dat een schok. “Hoe werkt dit? Met het wachtwoord had ik moeite en de meest simpele programma’s waren ineens onbegrijpelijk.” Ze hoopte even op wat extra re-integratietijd tot de keuring. “Daar werd in de Kamer over gesproken, het is jammer dat dit niet is doorgevoerd.”
Inmiddels werkt ze 18 uur per week, deels thuis. “Eigenlijk loop ik tegen grenzen aan. Privé doe ik weinig, maar ik ben van de oude stempel: niet zeiken, doorgaan.” Het overleg over het aantal werkuren, de onzekerheid over haar inkomen, geven stress. Zo sprak Eggermont af met de bedrijfsarts om heel rustig op te bouwen: elke week een kwartier erbij. “Toen ik met mijn leidinggevende zat, werd het 2 uur per 2 weken. Ik kreeg daarvan totale paniek. Uiteindelijk werd het weer teruggedraaid nadat ik belde met de bedrijfsarts, maar zoiets doet veel met mij. Dan moet ik zeggen dat ik iets niet kan. Daar moet ik een week van bijkomen.”

Omheen staan
Dat het ook anders kan, weet Ruud Wagenmakers (56), directeur van een basisschool in Drachten. Hij kreeg vorig jaar maart covid. “Prikkelverwerking, zoals van licht en geluid, is lastig. Het zware is dat je zelf een hele zoektocht moet doen om te kijken wat helpt. Ik heb mij erg alleen gevoeld in dit proces.” In januari 2024 is hij twee jaar ziek, maar zijn wia-aanvraag is met drie maanden uitgesteld. “Dat hoefde de werkgever niet te doen, maar ze zien dat ik op de weg terug zit. Ik kan niet anders zeggen dan dat mijn werkgever om mij heen is gaan staan. Ook al ging mijn re-integratie met muizenstapjes: een uitbreiding betekende slechts 15 minuten extra werken. Maar, nu zit ik op 4 dagen van 6 à 7 uur per dag.”
Wat hielp was eigen regie houden, zegt de directeur. “Telkens ging ik het gesprek aan: wat kan er wel, wat zijn de mogelijkheden. Ik merkte dat het iets gezamenlijks werd.” Zo kwam er voor dit hele schooljaar een interimmer. “Daardoor ben ik nog niet eindverantwoordelijk. Het tweede spoor werd ontraden, dat zou contraproductief zijn voor mijn herstel, stelde een arbeidsdeskundige vast. Dit is besproken met mijn werkgever en ik kreeg de tijd om in mijn eigen functie terug te komen.” Ook toen de schooldirecteur recht bleek te hebben op meer loon (zie kader) werd dat geregeld. “Ze losten dat direct op, zonder tegenwerking.”
Vakbondsconsulent Bodewes zegt dat werkgevers die meedenken nodig zijn. “Die zijn er ook. Ik krijg vaak collega’s aan de lijn waarbij het niet altijd soepel loopt. Dan denk ik vaak: toe, geef ze een kans. Behoud ze voor het onderwijs.”

De naam van de leerkracht aan het begin van dit artikel is bekend bij de redactie

{kader}
Is jouw werkgever ook huiverig?
1. Vraag hulp bij de bond. Er zijn veel regelingen als je langdurig ziek bent.
2. Wia-begeleiders van de AOb kunnen helpen met de voorbereiding van het gesprek met de keuringsarts en gaan soms mee naar het UWV. Meld je aan via bestuur@aob.nl onder vermelding van ‘wia-begeleiding’.
3. Werkt jouw werkgever niet goed mee aan re-integratie?
“Vraag dan een deskundigenoordeel bij het UWV aan”, zegt AOb-jurist Steven van Woerkens. “Dit is een onafhankelijk oordeel, een soort second opinion.”
4. Hoe zit het dan met je loon als je later dan in je eerste ziektejaar re-integreert? “Het eerste jaar krijg je 100 procent loon doorbetaald”, zegt Van Woerkens. “Het tweede jaar gaat het om 70 procent van het loon, daar gaat het vaak mis. Wanneer je re-integreert krijg je over de uren dat je wél werkt 100 procent loon. Ook als dit niet in de eigen functie is.” Die loonsuppletie is ook nog eens pensioengevend, let daarop, want ook dat gaat nog wel eens mis, zie ook het artikel ‘Te weinig pensioen opgebouwd tijdens uitkering’ elders in dit nummer.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.