• blad nr 9
  • 1-11-2023
  • auteur B. Ros 
  • Redactioneel

 

Laat stagiairs zachtjes vallen en vrolijk weer opstaan

Op bijna elke school werken collega’s in opleiding die het vak willen leren. Leraren en een lerarenopleider geven tien tips voor de beste begeleiding. In de opleiding van aanstaande leraren is werkplekleren steeds belangrijker en daarmee ook de rol van scholen. Dat geldt zeker voor de opleidingsscholen: scholen die binnen Samen Opleiden & Professionaliseren (SO&P) intensief samenwerken met lerarenopleidingen. Volgens cijfers van het platform zit zo’n 60 procent van alle studenten aan hbo- en universitaire lerarenopleidingen op zo’n opleidingsschool. En als het aan SO&P ligt, moet dat in 2030 100 procent zijn.
Wat wordt er precies van jou als leraar verwacht? Hoe kun je je aanstaande collega’s het beste helpen? Wat is je rol als werkplekbegeleider, als schoolopleider of als ‘gewone’ leraar zonder eigen stagiaire? We hebben tien tips voor je, uit onderzoek en praktijk.

Bied een veilige leeromgeving
Voor de eerste keer lesgeven is superspannend. En dat blijft het de tweede en volgende keren ook nog wel. Denk terug aan je eigen eerste keer en stel studenten en starters gerust: heus, het wordt gemakkelijker. “Het is goed te weten dat je niet de enige bent en dat alle beginners lesgeven moeilijk vinden”, zegt Tom Adams, lerarenopleider geschiedenis bij Fontys. “Doe niet alsof jij nooit problemen met een klas hebt. Dat is killing voor hun zelfvertrouwen.”
Bied ze een veilige ruimte om te leren en laat hen in principe bepalen waar ze aan toe zijn. Dwing ze niet een hele les te geven als ze dat zelf nog niet aan durven, al mag je wel zachte duwtjes geven: probeer het eens.
Een veilige ruimte betekent ook ruimte om fouten te mogen maken. Zoals Loe Smits, schoolopleider op het Beatrix College in Tilburg het formuleert: “Geef iemand de kans om zachtjes te vallen, maar ook vrolijk weer op te staan.”

Laat ze ontdekken wat voor leraar ze willen zijn
De grootste don’t voor begeleiders en opleiders is: je eigen manier van lesgeven als norm zien. Dat is best wel eens lastig, weet Margriet van de Ven, leraar Engels op de vmbo-locatie van het Maaswaal College in Wijchen. Dan ziet ze bij de van te voren ingediende lesvoorbereiding een wat al te uitbundige powerpointpresentatie. Zelf is ze meer van het sobere en zakelijke werk. “Maar geef mensen vooral ruimte eigen keuzes te maken en hun eigen stijl van lesgeven te ontdekken.” Als een stagiaire haar vraagt wat zij in een bepaalde situatie zou doen, geeft ze wel antwoord. “Maar ik zeg er duidelijk bij: dat is mijn manier, niet dé manier.”
De beide andere bevraagde docenten onderschrijven dit. “Je moet niet willen dat de student een kopie van jou wordt”, stelt Esther Beck, leraar Engels en schoolopleider op het Globe College in Utrecht. “Het leraarschap moet groeien vanuit wie je zelf bent.” Dus slik de woorden ‘zou je niet eens…’ in en laat mensen zelf experimenteren en ontdekken wat voor leraar ze willen zijn. Smits vult aan: “Neem ze serieus en geef ze alle ruimte om hun eigen stijl te ontwikkelen en een autonome leraar te worden.”

Grijp niet te snel in
Als jij achter in de klas zit, zie je feilloos wat er goed gaat en wat niet. Blijf in het laatste geval vooral op je handen zitten en laat het de stagiaire zelf ervaren en oplossen. Zoals Van de Ven zegt: “Ik laat het lopen zoals het loopt, daar leren ze van. Ik maak wel aantekeningen over wat anders zou kunnen.” Grijp alleen in als de (sociale) veiligheid van een stagiair of leerlingen in gevaar komt.

Stimuleer zelfreflectie
Zeg niet voor, maar vraag door. Dat is kort gezegd dé tip voor het geven van feedback. Vraag stagiaires hoe ze zelf vonden dat het ging en haak aan bij wat ze zeggen. Niet met tips en tops, maar met vragen. Als iemand zegt dat de les ‘best goed’ ging, terwijl jij juist veel ruimte voor verbetering zag, deel je observaties dan zo neutraal mogelijk. En stel vooral veel vragen: waarom werd de klas onrustig volgens jou? Hoe zou je het een volgende keer aanpakken? “Vraag vooral door over waarom iemand bepaalde keuzes maakte tijdens de les”, zegt Beck. “Dat zet de zelfreflectie en daarmee de ontwikkeling in gang.” Smits vult aan: “Adviezen geven mag, maar kauw niets voor. Stimuleer dat iemand zelf gaat nadenken, over wat ze doen, over wat voor leraar ze willen zijn en over wat zij goed onderwijs vinden.”

Maak ze wegwijs in de school
Op dat niet voorkauwen bestaat een uitzondering: maak stagiaires zo snel mogelijk wegwijs in de school. Laat ze niet verloren rondlopen, maar maak duidelijk hoe zaken geregeld zijn. Van waar ze kopieën kunnen maken tot en met schoolregels over mobieltjes. “Veel aanstaande leraren weten niet wat gangbaar is op een school en dat versterkt hun onzekerheid”, aldus Adams.

Moedig contacten met andere collega’s aan
Naast de werkplekbegeleider en schoolopleider zijn er veel meer collega’s van wie stagiaires iets kunnen leren. Moedig hen aan die rijke bron aan praktijkkennis te benutten, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met iemand die een ander vak geeft of die lesgeeft aan een klas waar ze zelf moeite mee hebben.

Onderken het belang van informeel leren
Uit het promotieonderzoek van Adams naar het leerproces van stagiaires blijkt het belang van informele contacten in school. “Studenten hebben net iets meegemaakt en willen erover praten met een ervaren collega. Ze vonden die toevallige momentjes bij de koffieautomaat of de leswisseling heel leerzaam”, licht Adams toe. Deze informele contacten binnen de school leiden vaak weer tot meekijken in lessen van ervaren leraren, waardoor ze meer manieren zien van hoe je met een klas kunt omgaan. Adams pleit ervoor dat studenten dergelijke informeel opgedane leerervaringen met bijbehorende reflectie een plek geven in hun portfolio of logboek. Hij ontwikkelde een app die daarvoor ruimte biedt. Zijn tip aan alle leraren: “Sta hiervoor open en wees bereid aanstaande leraren te helpen.”

Attendeer ze op relevante theorie
Van de Ven wijst haar stagiaires vaak op de escalatieladder: bouw je sancties geleidelijk op, van een eerste waarschuwing tot in het uiterste geval iemand de les uit sturen. “Ik zie ze vaak nogal wat treden overslaan. Dat is voor je relatie met leerlingen niet bevorderlijk.” Beck ziet stagiaires vaak worstelen met differentiëren en verwijst hen tijdens de intervisie die ze als schoolopleider geeft, vaak naar literatuur daarover.
Het toevoegen van theorie aan praktijkervaringen is heel belangrijk, stelt Smits. “De theorie werpt nieuw licht op die ervaringen en leert studenten nadenken over welk effect hun eigen handelen op leerlingen geeft. Zo kan theorie helpen dat handelen bij te sturen.”

Stel je open om zelf ook te leren
Alle leraren zeggen: door jonge collega’s te begeleiden zie en leer ik zelf ook nieuwe dingen. Dat kan dan gaan om nieuwe technische snufjes, maar ook om een verrassende werkvorm. Beck profiteert nog steeds van de handige handleiding die een stagiaire maakte voor literatuurlessen, compleet met fragmenten en verwerkingsbladen. Maar ze waardeert vooral de frisse blik. “In de waan van de dag vaar je op routine. Stagiaires helpen me om weer eens kritisch naar mezelf te kijken. Dat is heel leuk, zo ontwikkel je je zelf ook weer.”

Noem stagiaires collega’s in opleiding
Smits vermijdt op zijn school liever het woord stagiaire en heeft het steevast over ‘collega’s in opleiding’. Sommige collega’s denken weleens: wat zit Smits nou te zeuren over een woord. “Maar het is echt belangrijk. Met zo’n aanduiding laat je zien dat je studenten serieus neemt. Zij voelen zich hierdoor gewaardeerd.”
Tom Adams, Learning to navigate classroom dynamics: Studying student teachers’ classroom management learning during their teacher education internship. Proefschrift Universiteit Wageningen, 2023. Meer weten over de app voor informeel leren? Mail t.adams@fontys.nl

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.