• blad nr 9
  • 1-11-2023
  • auteur M. Pijl 
  • Redactioneel

 

Eigen lokaal maakt docent trots en blij

Docenten met een eigen lokaal zijn trots op hun stek. Het voelt als hun thuis en helpt leerlingen om te zien, voelen en ruiken wat een vak betekent. “Een eigen lokaal is geen luxe, ik heb het gewoon nodig.”
Vertel dat je voor een artikel docenten zoekt die de luxe van een eigen lokaal hebben waar ze trots op zijn, en je hebt de interviewkandidaten voor het uitkiezen. Dat blijkt uit de portretten vanaf pagina 40.
Maar vraag wie wil vertellen over de uitdagingen waar je soms voor staat als je geen vast lokaal hebt en het wordt een stuk lastiger. Je krijgt wel reacties en mensen willen wel vertellen, maar niet onder hun eigen naam. En de school willen ze ook niet genoemd hebben.
Ligt dit dan echt zo gevoelig? “Ik heb ook geen vast lokaal”, schrijft een docent Nederlands via een privébericht LinkedIn. “En ik weet dat ik de grootste last met mijn teamleider en de bestuurder zou krijgen als ik daar iets over zou zeggen in een artikel. Dat is helaas op veel scholen de realiteit. Directie en bestuur zien dat als ongewenste kritiek. Als je er op school over praat is er nooit iets mogelijk.”

Lokaalwisselingen
Dan maar eens zo’n anoniem verhaal; van een docent biologie op een vmbo-school in Noord-Holland. “Ik hou van lesgeven”, vertelt ze. “Maar vanwege alle lokaalwisselingen is het moeilijk om er plezier in te houden. Dit jaar zijn we overgegaan op een 45-minutenrooster en is er een nieuw roosterprogramma dat de roostermakers nog niet onder de knie hebben. Elke les zit ik in een ander lokaal, soms zelfs op een andere afdeling. Zodra mijn les is afgelopen, jaag ik de leerlingen het lokaal uit, want dan moeten een andere collega en zijn klas er snel in. Vervolgens verhuis ik met mijn spullen naar een heel ander lokaal, en moet ik weer inloggen op het digibord. Mijn klas is dan allang binnen. Als ik eindelijk alles klaar heb staan, en dan heb ik het nog niet eens over een practicumles waarvoor ik met een kar de gang over moet racen, dan zijn mijn leerlingen, die juist baat hebben bij structuur, inmiddels hyper en gaat het beginnen: telefoons in de telefoonzak, jassen uit. De effectieve lestijd is op deze manier wel heel beperkt. En ondertussen staat er een docent Nederlands les te geven in het biologielokaal.”
Inmiddels is er beterschap beloofd. “De schoolleiding heeft laten weten dat ze streven naar het inrichten en verdelen van lokalen per vakgroep, wat moet leiden tot minder lokaalwisselingen. Het is fijn dat het gaat verbeteren, maar een deadline is er niet.”

Rooster
Een structurele verbetering zit er op een scholengemeenschap elders in diezelfde provincie niet in. Wel weet een van de docenten Nederlands inmiddels dat het helpt om er boos over te worden bij haar teamleider, ieder schooljaar opnieuw. “Dan wordt het rooster aangepast. Maar ik heb het meegemaakt dat ik op een dag lesgaf in vijf verschillende lokalen. Dat is niet te doen. Van de 50 minuten lestijd gaan er gemakkelijk tien verloren aan logistiek. Dat zit ‘m in de spullen die ik meesjouw, zoals een tas met leesboeken voor leerlingen die geen boek bij zich hebben. Maar ook het feit dat ik bijtijds mijn les moet afsluiten en naar een ander lokaal moet aan de andere kant van het gebouw, en dat ik daar eerst sta te wachten tot het digibord meewerkt, maakt dat het wel erg ingewikkeld wordt om een effectieve les te geven.”

Parttime
“Ik begrijp dat het onmogelijk is om iedereen een eigen lokaal te geven. Onze sectie telt meer dan tien docenten van wie er veel parttime werken.” Toch zou ze het de puzzel waard vinden om ernaar te streven. “Eigen posters ophangen, een plantje neerzetten dat je water geeft. Het lijken kleine dingen, maar ze scheppen een verantwoordelijkheid voor de ruimte. Zoals het nu gaat, voelt niemand zich echt verantwoordelijk voor hoe je het lokaal achterlaat. Ik kom wel eens in lokalen waar het een rommel is. Maar wie moet ik daarop aanspreken? Het kost teveel tijd om te achterhalen bij welke collega het zo’n rommeltje werd, die tijd heb ik helemaal niet. En dus blijft het een kale bende en geef ik les in een lokaal zonder ziel.”


{drie portretten}
‘Mijn lokaal is een deel van mijzelf’

Fatos Yigit, docent maatschappijleer op het Melanchthon Berkroden in Berkel en Rodenrijs

“Voorheen gaf ik les in het muzieklokaal, wat met al die instrumenten vreselijk lastig was. Later kregen we een nieuw gebouw waar ik, net als de meeste collega’s, een vast lokaal heb. Dat betekent niet dat ik de garantie heb dat ik er altijd zit. In principe hebben fulltimers voorrang. Maar hoewel ik maar drie dagen werk, lukt het meestal wel. Ik heb mijn lokaal zo ingericht dat ik het echt nodig heb. Aan de muur heb ik posters opgehangen van de politieke partijen in de Tweede Kamer. Tijdens het thema politiek moet ik daarnaar kunnen wijzen. Voor leerlingen is het belangrijk om een beeld te hebben bij de lesstof.
Hoe fijn en belangrijk het is om alle materialen binnen handbereik te hebben, realiseerde ik me toen ik een keer naar een ander lokaal moest: het werkte gewoon niet. Als ik moet wisselen, dan mis ik altijd wel iets, papier, een bordenwisser. In mijn eigen lokaal weet ik waar alles ligt en hoe ik het heb achtergelaten. Ik hoef mijn digibord maar één keer aan te zetten, heel fijn.
Mijn lokaal is als mijn huis, het is een deel van mijzelf. Ik zorg er daarom goed voor. Als ik een leerling in een ander lokaal op een tafel zie schrijven, dan zeg ik wat dat met de school doet. Doet hij dat in mijn eigen lokaal, dan zeg ik wat het met mij doet. Het voelt dan alsof hij mijn eigendom bekladt. Mijn eigen lokaal houd ik dan ook veel beter schoon. Dat is misschien niet goed van me, maar zo werkt het nou eenmaal.”

‘Ik voel me onthand als ik in een ander lokaal moet lesgeven’

Marjorie Huisraad, biologiedocent aan het Van der Meij College in Alkmaar

“Ik ben geen powerpointmens, maar een verteller. Als ik lesgeef over de anatomie van bloemen, dan pak ik er bloemen bij die de leerlingen uit elkaar halen en na-knutselen. Van takjes laat ik leerlingen een geraamte maken. Voor mijn vak vind ik het van wezenlijk belang om op zo’n praktische manier les te geven, zeker voor mijn leerlingen die vmbo-basis en -kader doen. Ze hebben het nodig dat ze de dingen die ik ze vertel, kunnen zien, voelen en ruiken. En alles wat ze maken, hang ik aan de muur. Op die manier nemen leerlingen wat ze leren nog beter in zich op. Het maakt ze ook trots op hun werk.
Gelukkig vindt de andere biologiedocent het geen probleem om in wisselende lokalen te zitten. Ze is nog jong en werkt wel graag met presentaties op het digibord. Gelukkig maar, als ik in een ander lokaal moet lesgeven, dan voel ik me echt onthand. Dan moeten leerlingen allemaal spullen gaan halen, zoals mappen, kleurpotloden, microscopen, het geraamte. En dat gaat allemaal van de vijftig minuten lestijd af. Een eigen lokaal is geen luxe, ik heb het gewoon nodig. Als ik zie dat iemand in mijn lokaal een les geeft die helemaal niks met biologie te maken heeft, dan komt er een boosheid in me op en denk ik: Roostermaker, hoe kán dit nou?”

‘Dit is mijn atelier’

Mario Verkooijen, docent beeldende vorming aan het Stedelijk Gymnasium Leiden

“Met twee collega’s deel ik al twaalf jaar dit lokaal en ik ben er trots op. De school is een ontwerp van architect Herman Hertzberger die de creatieve vakken belangrijk vond. Ons lokaal kreeg daarom veel licht toebedeeld. Ook is er veel ruimte waar we het werk van leerlingen kunnen ophangen. Dat zorgt er bovendien voor dat leerlingen tevreden kunnen zijn over wat ze hebben gemaakt.
Het lokaal voelt als mijn atelier. Ook daarom leer ik leerlingen vanaf de eerste dag hoe ze na afloop moeten opruimen, ik wil dat ze mijn atelier netjes houden. Zelf geef ik het lokaal ook meer aandacht dan wanneer het niet mijn vaste plek zou zijn. Tijdens toetsweken en aan het einde van een module haal ik oud werk uit de wissellijsten en stop er weer wat nieuws in.
Kers op de taart is het uitzicht op het park en het vijvertje. Als ik het over ruimtesuggestie en atmosferisch perspectief heb, hoef ik maar naar buiten te wijzen: hoe verder je kijkt, hoe meer je de kleuren ziet vervagen. Mede door dat uitzicht is mijn lokaal een oase van rust. Behalve dan die ene dag in het jaar waarop een duiker de vijver schoonmaakt. Dan rennen leerlingen naar het raam om te zien wat er gebeurt.
Ook de collega’s van biologie, scheikunde en muziek hebben een eigen werkplek. De andere lokalen zijn inwisselbaar. Dat was vroeger anders; in het oude gebouw had elke vakgroep een gang. Dat gaf misschien eilandvorming, maar het is wel fijn om voor materialen niet te hoeven misgrijpen. Ik snap heel goed dat andere docenten willen wat ik heb.”

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.