• blad nr 9
  • 1-11-2023
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Politiek thema onderwijs raakt in verdrukking

Op 22 november zijn er alweer Tweede Kamer-verkiezingen. Het Onderwijsblad vergeleek de nieuwe verkiezingsprogramma’s met de vorige en vond naast veel overeenkomsten ook opvallende verschillen.

Niets is zo tijdloos als een opmerking over de snel veranderende wereld om ons heen. Tenminste, dat vinden ze bij het CDA, want die partij begint het hoofdstuk over onderwijs in zijn verkiezingsprogramma copy-paste met precies dezelfde alinea. Twee jaar, acht maanden en zeven dagen scheiden de komende Tweede Kamer-verkiezingen op 22 november van de vorige. Het politieke landschap heeft weinig meer weg van de uitslag op 15 maart 2021. De Boerburgerbeweging (BBB), nu nog goed voor één zetel in de Tweede Kamer, heeft een flinke opmars gemaakt in de provincies en de Eerste Kamer. D66, op dit moment nog de tweede partij, lijkt de gunst van veel kiezers te verliezen. Net als coalitiegenoot CDA trouwens. GroenLinks en de PvdA doen samen mee met één kandidatenlijst en één programma, een primeur. Intussen zijn alle ogen gericht op Pieter Omtzigt, die voor het eerst met zijn Nieuw Sociaal Contract deelneemt aan het electorale strijdtoneel.
In meer opzichten ziet de wereld er nu heel anders uit. Denk alleen maar aan de oorlog in Oekraïne en de enorme prijsstijgingen sindsdien. Tweeënhalf jaar geleden waren er heel andere zorgen die nu alweer ver weggezakt lijken. De samenleving was in ban van corona. Bij de vorige verkiezingen hadden scholen net een lange lockdown achter de rug. Anderhalvemeter-maatregelen en afstandsonderwijs, looproutes in de lokalen, covid-uitbraken binnen lerarenteams, persconferenties over aangescherpte maatregelen: het onderwijs was letterlijk en figuurlijk veel in beeld.

Woordwolk
Een op de vijf kiezers noemde onderwijs begin 2021 als een thema waar de verkiezingen over zouden moeten gaan, zo lieten verschillende peilingen van I&O Research zien. Bij de verkiezingen van maart 2017 lag dat percentage trouwens nog hoger: op 35. De barometer van marktonderzoeksbureau Ipsos gaf bij de vorige verkiezingen een vergelijkbaar beeld. Iets meer dan 20 procent van de kiezers noemde het onderwijs als belangrijk politiek thema, goed voor een plek in de top vijf. Hoe anders is dat nu. Zo’n anderhalve maand voor de komende stembusgang bungelde het onderwijs bij Ipsos en I&O Research ergens tussen de 9 en 12 procent.
“Onderwijs wordt weggedrukt door andere onderwerpen”, aldus onderzoeker Peter Kanne van I&O Research. “Je ziet dat de woningmarkt, klimaat, armoedebestrijding en asiel hoog scoren.” In de peiling kunnen kiezers drie thema’s aanwijzen in een lijst van zo’n twintig onderwerpen. Maar ook in een ‘extra’ open vraag komt onderwijs weinig naar voren, aldus Kanne. “We hebben daar een woordwolk van gemaakt en dan staat onderwijs er nog net bij, helemaal links onderaan, in het kleinste lettertype. Het lijkt op dit moment vrijwel geen onderwerp te zijn.” Kiezers noemen vaak als eerste de problemen die hen rechtstreeks raken, duidt onderzoeker Sjoerd van Heck van Ipsos. Drie jaar terug was dat corona en gezondheid, nu is dat alles wat te maken heeft met bestaanszekerheid: van koopkracht tot een dak boven je hoofd. “De prijsstijgingen na de Russische inval in Oekraïne zijn een heel dringend probleem voor veel mensen, en dan schuift onderwijs meer naar de achtergrond.”

Stagevergoeding
Verkiezingen zijn een spiegel van de tijd en dat zie je ook terug als je de programma’s en conceptprogramma’s van toen en nu naast elkaar legt. Een van de belangrijke thema’s drie jaar terug was het dichten van het salarisverschil tussen het primair en voortgezet onderwijs. Na jarenlange stakingen en acties wisten leraren de loonkloof op de politieke agenda te zetten. Dat succes betaalde zich uit in klinkende munt, want een jaar na de verkiezingen lag het geld op tafel om de salarissen gelijk te trekken.
Omgekeerd zijn er ook nieuwe onderwerpen die drie jaar geleden nog afwezig waren in de partijprogramma’s. Mobieltjes in de klas is een thema dat vertrekkend CDA-Kamerlid René Peters een jaar geleden bij de behandeling van de onderwijsbegroting naar voren schoof en dat sindsdien veel aandacht kreeg in de media. Het pleidooi voor een wettelijk verbod resulteerde uiteindelijk in een landelijke ‘richtlijn’ om mobieltjes uit de klas te weren. CDA, D66 en VVD hebben het thema nu omarmd in hun onderwijsparagraaf.
Niet helemaal nieuw, maar wel wat prominenter zichtbaar is de stagevergoeding voor leraren in opleiding. De AOb voerde actie voor een stagevergoeding van 750 euro, nadat een enquête uitwees dat driekwart van de studenten aan onderwijsopleidingen geen vergoeding voor hun stage krijgt. Niet uit te leggen, zo vindt de bond, helemaal in een tijd van een gigantisch lerarentekort. Verschillende partijen haken erop in. Zo wil GroenLinks/PvdA een ‘minimale stagevergoeding van 750 euro per maand’ invoeren voor het primair onderwijs. De VVD heeft het alleen over een ‘verplichte stagevergoeding’. Andere partijen bepleiten een vergoeding voor alle stagiairs, ongeacht de opleiding.

Oormerken
Door de bank genomen verschillen de nieuwe onderwijsprogramma’s vooral op kleinere onderdelen van de vorige. Toch vallen er ook wat opvallende veranderingen te signaleren. Zo schrijft de VVD voor het eerst dat beslissingen over geld ‘dicht bij de werkvloer’ moeten worden genomen, al wordt dat niet verder uitgewerkt. Ook wil de partij bovenmatige financiële reserves ‘automatisch’ laten terugvloeien, subsidies afbouwen en ‘oormerken in de lumpsum’. Bij sommige andere partijen staat de lumpsum al langer op de radar, zoals bij D66: geld moet zoveel mogelijk rechtstreeks naar de scholen. De SP wil dat lerarensalarissen landelijk uitbetaald worden. En GroenLinks/PvdA wil geld oormerken dat is bestemd voor onderwijzend personeel, het wegwerken van onderwijsachterstanden en zorgleerlingen.
Flink op de schop gegaan is het programma van de (BBB. Niets is meer terug te vinden van de radicale passages uit het programma waarmee Caroline van der Plas in maart 2021 de Tweede Kamer in kwam: verplicht voedselonderwijs op de basisschool met boerderij-educatie als ‘wezenlijk onderdeel’, verplichte stage in de agrarische sector voor docenten in opleiding, agrarische vervolgopleidingen promoten in het po en vo. Bovendien wilde de partij dat een ‘deskundige commissie’ lesmateriaal vooraf zou toetsen. En de partij wilde een meldpunt invoeren: ‘Onderwijzers op alle scholen wordt verboden hun eigen ideologieën te verspreiden onder leerlingen.’
Op de vraag of de BBB deze opvattingen ook echt verlaten geeft, geeft een woordvoerder geen duidelijk antwoord. Hij noemt het programma “beter uitgebalanceerd” en geeft aan dat de partij heeft gekozen voor een “terughoudende benadering over de inhoud”. In plaats van “de soms wat activistische toonzetting is gekozen voor het uitwerken van de kernwaarden” van de partij. “De waardering voor het platteland en onze boeren blijft onverminderd hoog, maar klinkt minder polemisch door.”

Lestaak
Opmerkelijk is dat de BBB geen enkele aanpak ontvouwt voor het lerarentekort, een probleem dat sinds de vorige verkiezingen alleen maar groter is geworden. Andere partijen doen dat wel, maar borduren vooral voort op de weg die de Tweede Kamer de afgelopen twee jaar al is ingeslagen: parttime leraren verleiden meer uren voor de klas te gaan, regionale samenwerking aanmoedigen, betere begeleiding voor starters en zij-instromers.
Wat het onderwijs zonder twijfel een stuk aantrekkelijker zou maken, is een lang gekoesterde wens van veel leraren: kleinere klassen. Een paar partijen streven naar een concrete maximale groepsgrootte van 23 (SP) of 21 (Partij voor de Dieren), terwijl D66 daar nu juist vanaf is gestapt. Bij de vorige verkiezingen wilde de partij nog toewerken naar klassen van 23 leerlingen en een vermindering van de lestaak naar 20 uur. In het nieuwe programma staat er alleen nog: ‘Op langere termijn zetten we in op kleinere klassen.’
De reden, zo blijkt bij navraag aan een woordvoerder, is pragmatisch: het lerarentekort is voorlopig te groot om de klassen te verkleinen. De partij wil eerst op andere manieren leraren werven en behouden. “Voor de lange termijn is vermindering van de lestaak iets waar wij nog steeds positief in staan. Maar als we de lestaak nu zouden terugbrengen, zal het gigantische en urgente lerarentekort alleen nog maar acuter worden. Dit geldt ook kleinere klassen. Er zijn simpelweg te weinig leraren om deze voorstellen op korte termijn door te voeren.”

Verantwoording: Het Onderwijsblad bekeek voor dit artikel de verkiezingsprogramma’s en conceptverkiezingsprogramma’s van VVD, Boerburgerbeweging, GroenLinks/PvdA, D66, Partij voor de Dieren, Volt, SP, CDA en ChristenUnie. Die hebben we gelegd naast de programma’s uit begin 2021. Het programma van Nieuw Sociaal Contract was nog niet beschikbaar bij het afronden.
Een actueel overzicht vind je op aob.nl

‘Onderwijs is een lastig campagnethema’
Dit schooljaar begon één op de negen klassen in het basisonderwijs zonder leerkracht. Het lerarentekort groeit maar door. Ook in het voortgezet onderwijs zijn de problemen steeds voelbaarder. De onderwijskwaliteit staat enorm onder druk. “Het fundament van onze samenleving is aan het afbrokkelen”, zegt AOb-voorzitter Tamar van Gelder. “We hebben juist nu een gedegen, coherent deltaplan nodig om de basis van onze maatschappij te stutten. De politiek en de kiezer kunnen echt het verschil hierin maken.”
Waarom gaat niet élke politieke partij hiermee de verkiezingen in? “Onderwijs is zeker een belangrijk maatschappelijk onderwerp, maar in politiek opzicht is het een valence issue”, reageert universitair docent en politicoloog Simon Otjes verbonden aan de Universiteit Leiden. “Dat is een onderwerp waarbij je weinig scherpe tegenstellingen hebt. Je kunt er moeilijk op tegen zijn. Dat maakt het lastig om er campagne mee te voeren. Dat is heel anders dat bijvoorbeeld klimaat of immigratie. Daar zie je duidelijke politieke en ideologische verschillen.”
Het thema immigratie en asielbeleid trok begin 2021 nog betrekkelijk weinig aandacht, maar heeft nu het onderwijs als politiek thema ingehaald. Niet omdat het zoveel mensen dagelijks raakt, maar omdat het sommige partijen goed van pas komt. Het kabinet struikelde begin dit jaar over het asielvraagstuk, sindsdien wordt het onder meer door de VVD aangegrepen als campagneonderwerp. “Het leent zich goed voor een stevig debat waarin je je positie duidelijk kunt aangeven”, zegt Ipsos-onderzoeker Sjoerd van Heck.
Toch ziet onderzoeker Peter Kanne van I&O Research ook kansen. “Als ik denk aan onderwijs, dan zie ik de grote lerarentekorten op basisscholen waar leerlingen maar vier dagen leskrijgen, waar onbevoegden voor de klas staan. Op middelbare scholen spelen vergelijkbare problemen. Het is niet elke dag prominent in de media, maar ik denk dat er voldoende kansen liggen om het te problematiseren.”
Is het erg dat het onderwijs de verkiezingscampagnes niet domineert? Het zegt natuurlijk nog niks over de uitkomst van de formatie, en de verkiezingsuitslag bepaalt welke partijen daarbij als eerste aanschuiven. “Het politieke debat is vluchtig”, aldus Van Heck. “Je ziet hoe na de vorige verkiezingen stikstof de politiek ging beheersen, terwijl dat in de campagne geen groot thema was. Je verwacht van politieke partijen dat ze enerzijds standvastig zijn in de thema’s die ze naar voren schuiven, tegelijkertijd reageren ze ook op de actualiteit. Je ziet daarom dat verkiezingen ook altijd een tijdsbeeld weergeven en ja, soms gaat dat misschien iets te veel over de waan van de dag.”
Partijen haken aan bij thema’s die leven in de publieke opinie. In de media versmalt de aandacht zich al snel tot de top vijf thema’s die als belangrijkste uit de bus komen.
Dragen opiniepeilers zelf daaraan bij? “We laten elke twee weken zien wat de belangrijkste thema’s zijn volgens de kiezer”, zegt Kanne. “Media gaan er dan weer over schrijven. Politici zien dat ook, die gaan zich daar dan nog meer op richten. Daar zit een zichzelf versterkend effect in. Wij spelen daar ook een rol in, dat klopt.” Volgens Van Heck valt moeilijk te zeggen hoe groot dat effect is: “Maar ja, we zijn met onze peilingen onderdeel van het politieke speelveld.”

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.