• blad nr 8
  • 1-10-2023
  • auteur M. Schoemaker 
  • Redactioneel

 

De school-app, pling-pling of uit dat ding?

Zaterdagavond. Pling. Een berichtje in de school-app. Ben je bereikbaar of niet? En wat als het een gevoelig bericht betreft?

Ed ten Hoedt, biologiedocent in Amsterdam, heeft via Teams een groep met elk van zijn zeven klassen en per klas ook een docentengroep. Daarnaast een groep voor de sectie, voor de afdeling, voor het profielwerkstuk, de buitenlandreis en een paar groepen over facilitaire zaken. Ook is er een groep voor alle medewerkers. “Daarin komen elke dag wel tien tot twintig berichten die voor mij niet relevant zijn.” Daarnaast zijn er de tijdelijke groepjes en is hij deel van meerdere whatsappgroepen die deels overlappen met de teams-groepen. En dat alles op zijn privé-telefoon.
Volgens psycholoog Thijs Launspach, auteur van onder andere het boek Fokking druk, kan een app-groep van je werk veel stress met zich meebrengen. Dat komt doordat afspraken over wat wel en niet gedeeld wordt in de groep, vaak niet duidelijk zijn. Daardoor lopen werk-gerelateerde en persoonlijke zaken regelmatig door elkaar heen en wordt de app vervuilt met triviale berichten en berichten die niet voor de hele groep relevant zijn. Als de app-groep op je persoonlijke telefoon staat, krijg je ook ‘s avonds en in het weekend werkberichten binnen. Ook dat kan zorgen voor stress. Launspach adviseert daarom om over niet-urgente zaken te e-mailen en over urgente dingen te bellen.
Ed ten Hoedt: “Ik zeg meestal tegen leerlingen dat ik tot negen uur ’s avonds op mijn telefoon kijk. In het weekend staat m’n telefoon vaak op stil. Als ik dan wel een bericht zie, heb ik niet het gevoel dat ik gelijk moet reageren. Ik kan me ook voorstellen dat docenten zeggen ‘thuis ben ik thuis’ of ‘ik werk parttime en dinsdag ben ik niet bereikbaar’.” Irritaties zijn er soms wel onder collega’s, over onzinberichten, mensen die niet reageren, of over bereikbaarheid op vrije dagen.

Gevoelige informatie
Naast bereikbaarheid is gevoelige informatie een lastig punt. Ten Hoedt: “Ik geef les aan zeven klassen. Dat zijn veel leerlingen. We delen informatie over wie wel of niet een toets maakt, welke benadering dat meisje nodig heeft, of over Pietje die in het ziekenhuis ligt, maar niet wil dat de klas het weet. In Magister zijn berichten beveiligd, maar als je zulke dingen via Whatsapp deelt, moet je wel opletten.” Een ander punt is gedoe in de app-groepen waarin leerlingen onderling communiceren. “Daarin is regelmatig gedonder en er wordt veel geroddeld. Als ik dat als mentor meekrijg, ga ik daarover in gesprek.”
Ook in app-groepen voor ouders loopt niet alles soepel. Veel scholen roepen in nieuwsbrieven, schoolgidsen en gedragscodes op het aantal berichten in app-groepen beperkt te houden en alleen te reageren als dat van meerwaarde is. Verder verzoeken scholen dringend om geen berichten over kinderen te sturen en geen klachten te uiten over leerlingen of leraren. Ook is er het verzoek om er rekening mee te houden dat niet iedereen in een app-groep zit, omdat dit niet verplicht is.

Veiligheid
Remco Pijpers is strategisch adviseur digitale geletterdheid en ethiek bij Kennisnet. “Soms zitten leraren ook in de klassen-apps met leerlingen. Ik zag daar eerst wel de voordelen van in: je kunt toelichting geven als schoolwerk besproken wordt, een oogje in het zeil houden en laten zien wat je wel en niet accepteert in de online omgeving, ook op andere online platforms zoals Snapchat en Tiktok mits je de juiste toon aanslaat als professional. Dat kan bijdragen aan de pedagogische relatie met leerlingen, zeker bij jonge leerlingen en brugklassers.” Maar zijn perspectief is veranderd doordat onderwijs ict-coöperatie Sivon adviseert dit niet te doen. “Juridisch is het een probleem omdat je geen overeenkomst over de verwerking van gegevens kan sluiten met Whatsapp, zoals je met digitale leermiddelen wel doet. Met Microsoft is het trouwens wel iets makkelijker.” Als ouders of leerlingen onderling een whatsapp-groep aanmaken, is de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) niet van toepassing. Maar als een leerkracht ook deelneemt in de groep, is er wel sprake van het verwerken van persoonsgegevens door de onderwijsinstelling, dat is: de contactgegevens, profielfoto’s en wat in de groep gedeeld wordt.
Bij leerlingen jonger dan zestien jaar moet officieel trouwens hun ouders om toestemming gevraagd worden voor het gebruik van een app of ander sociaal medium. Bij weigering is een alternatief nodig, zodat een leerling niet uitgesloten wordt van onderwijszaken. Volgens Nysingh Advocaten en notarissen gaat het nog verder, omdat in de voorwaarden van Whatsapp is opgenomen dat gebruikers woonachtig in een land in de Europese regio ten minste zestien jaar oud moeten zijn om de dienst te gebruiken. Dat maakt het gebruik van Whatsapp georganiseerd vanuit school voor leerlingen jonger dan zestien jaar uitgesloten. Leerkrachten zouden zelf ook expliciet hun toestemming moeten geven. Door het gebruiken van Whatsapp delen zij namelijk verplicht hun privégegevens met anderen in de groep en met Whatsapp. Het probleem is, aldus Nysingh, dat zij als werknemer niet in volledige vrijheid toestemming kunnen weigeren.

Ook op veiligheidsgebied zijn er risico’s. Pijpers: “Werk en privé lopen door elkaar heen. Als iemand in een app-groep deelt dat het niet zo goed gaat met een leerling, mag je dat eigenlijk niet delen met collega’s. Dat kan problemen geven. Informatie die je zelf deelt dat kan ook je profielfoto zijn kan op straat komen te liggen. Het is belangrijk dat je ook online pedagogisch tactvol handelt, en vaak betekent dat terughoudendheid. Reageer je op een berichtje om half elf ’s avonds als een leerling vraagt wat het huiswerk is? Je weet dat het thuis niet goed gaat met die leerling en hij in de rats zit en je voelt je verantwoordelijk. Ik zeg niet dat je nooit moet reageren, elke situatie vraagt om weer om een andere afweging. Maar wees in principe terughoudend. Spreek met jezelf af de telefoon uit te zetten, ook om te zorgen dat je niet voortdurend op ‘aan’ staat.”

Waardevolle aandacht
Pijpers kent docenten als betrokken mensen. “Die betrokkenheid kan ook uitmonden in overbelasting. De schoolleiding heeft hierin een grote verantwoordelijkheid. Een pedagogisch veilig klimaat creëren, betekent ook duidelijkheid geven over wat van docenten wordt verwacht in bereikbaarheid ’s avonds en in het weekend. En duidelijkheid binnen de school over wat je met elkaar deelt en hoe je voor elkaar zorgt. Afspraken maken en regelmatig even positief onder de aandacht brengen, helpt. Oefen in het omgaan met je smartphone, daarin ben je ook een voorbeeld voor de leerlingen. Het is goed om niet alleen om te gaan met wat op je afkomt, maar ook zorgvuldig te kijken naar wat je uitstuurt en wanneer je dat doet en hoe dat overkomt op anderen. Digitale middelen kunnen heel helpend zijn, maar wees je bewust van waar je aandacht aan schenkt. Zoals de Franse filosoof Simone Weil zei: ‘Aandacht is de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid.’ Ga er zorgvuldig mee om. En als het een keer misgaat, bespreek dat dan offline, een-op-een of in een teamvergadering. Online kan het al snel emotioneel uit de hand lopen.”

{kader}
Tips

Handel ook online pedagogisch tactvol. Dat betekent vaak dat je je terughoudend moet opstellen.

Ben je bewust van je voorbeeldfunctie. Wil je niet dat jouw leerlingen steeds met hun telefoon bezig zijn? Doe dat dan zelf ook niet.

Kijk ook zorgvuldig naar wat je uitstuurt en wanneer je dat doet. Geven app-berichten over school jou soms stress in je vrije tijd? Dat effect hebben jouw berichten misschien ook wel op leerlingen.

Realiseer je dat de AVG van toepassing is als jij met ouders en/of leerlingen in een app-groep zit. Nog zoiets: scholen mogen formeel geen app-groepen aanmaken met leerlingen jonger dan zestien jaar.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.