• blad nr 7
  • 1-9-2023
  • auteur S. Meijer 
  • Raad en daad

 

Vervroegde uitkering leidt niet tot ontslag

Het UWV kent vervroegd een uitkering toe aan een docent met een chronische aandoening. De werkgever heeft daarmee nog niet het recht om direct het dienstverband te beëindigen.

Tijdens het varen is docent Serge ten val gekomen en door de rugklachten lukt het hem nu niet meer les te geven. Hij hoort dat het om een chronische aandoening gaat en dat zijn situatie naar verwachting stabiel is. Volgens de bedrijfsarts is de leerkracht niet in staat tot het verrichten van re-integratieactiviteiten en ook in de toekomst zal de docent vanwege zijn beperking hier geen mogelijkheden toe hebben, zo is de prognose.
Omdat zijn situatie niet lijkt te veranderen, laat de bedrijfsarts weten dat een vervroegde keuring tot de mogelijkheden behoort. Het betekent dat het UWV een werknemer in een relatief vroeg stadium keurt en de aanspraak op een zogenoemde IVA-uitkering in kaart brengt. De werkgever en werknemer weten zo snel waar zij aan toe zijn en onnodig werk blijft hen bespaard. Vanaf drie weken ziekte kan Serge de aanvraag doen en de bedrijfsarts zal hiertoe een verklaring moeten opstellen. De arts is bereid hieraan mee te werken en Serge dient een aanvraag in bij het UWV.
Na een beoordeling door de verzekeringsarts, kent het UWV al snel de uitkering toe. In principe krijgt de docent voor onbepaalde tijd 75 procent van zijn dagloon uitgekeerd. Hij hoeft dus niet bang te zijn voor het inkomensgat, dat ook wel de Wia-krater wordt genoemd. Voor Serge blijft de situatie confronterend, maar hij is blij dat hij zich geen zorgen hoeft te maken om zijn inkomen.
De werkgever is voortvarend en gaat al snel met de docent in gesprek. Het lijkt erop dat werkhervatting niet meer mogelijk is en dat heeft consequenties, zo meldt zijn leidinggevende hem. Meteen polst zij of de docent openstaat voor een uitdiensttredingsregeling en de hoofdlijnen hiervan staan zelfs al op papier. Mocht de leerkracht niet meewerken aan de overeenkomst, dan overweegt de werkgever een ontslagprocedure in gang te zetten.
De leerkracht is vakbondslid, neemt contact op met de AOb en raakt in gesprek met een jurist. Deze wijst hem erop dat de docent in principe 104 weken ontslagbescherming geniet. Het betekent dat de werkgever in de tussentijd niet met succes een ontslagvergunning kan aanvragen. De toekenning van een IVA-uitkering staat hier in principe los van. Het lijkt bovendien niet direct in het belang van Serge om mee te werken aan de regeling, omdat hij daardoor rechten dreigt prijs te geven.
De leerkracht bespreekt het met zijn leidinggevende en zij doet navraag bij personeelszaken. Na een week erkent de werkgever dat de docent ontslagbescherming geniet en een ontslagaanvraag daardoor zinloos is. Serge blijft dus voorlopig in dienst en krijgt zijn salaris. Een ontslagregeling kan in een later stadium besproken worden.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.