• blad nr 7
  • 1-9-2023
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

In mbo-klas leert havist zichzelf kennen

Steeds meer havisten lopen vast in de vierde klas. Ze blijven zitten of stappen zonder diploma over naar het mbo. In een pilotklas op ROC Midden Nederland kunnen zij alvast proeven aan het mbo.

“Waarom moet ik dit leren, wat is het doel ervan?” Dat is wat Stef Sillekens (16) zich bij elk vak afvroeg op de havo. “Alleen maar leren voor een goed cijfer werkt voor mij niet motiverend”, vertelt de leerling die ondanks zijn hoogbegaafdheid vastliep in de vierde. Ook Deejee Henzen (19) kon de motivatie niet opbrengen om huiswerk te maken en te leren. “Ik vond het op school wel leuk, maar vooral vanwege vrienden. Daardoor moest ik alles wat ik in de les had kunnen doen, thuis doen. Dat ging dus niet goed.”
Beide jongens zouden (opnieuw) blijven zitten, maar zover komt het niet. Samen met zestien andere scholieren namen ze voor de zomer deel aan een pilotklas op ROC Midden Nederland in Nieuwegein. Gedurende vier maanden konden ze twee dagen per week proeven aan het mbo en leerden ze zichzelf beter kennen. Het doel van het ‘Mbo-talentprogramma voor havisten’ is dat iedere deelnemer een goede vervolgstap kan zetten, of dat nou op het mbo, toch de havo of elders is. “En dat is gelukt”, vertelt projectleider Mireille Aalfs van ROC Midden Nederland. “Alle leerlingen hebben een keuze kunnen maken die bij hen past. En alle middelbare scholen willen weer meedoen, dus de pilot is geslaagd.”

Stijging
Het programma voorziet bovendien in een behoefte. Het aantal havisten dat zonder diploma overstapt naar het mbo stijgt namelijk enorm, blijkt uit cijfers van DUO. In twee jaar tijd gaat het landelijk gezien om een stijging van 46 procent: 5.844 afstromers in schooljaar 2022-23 ten opzichte van 3.158 in 2020-21.
Ook het aantal zittenblijvers in havo-4 stijgt, constateert de inspectie in het jongste onderwijsverslag: ‘Waar eerder jaarlijks ongeveer 15 procent van de leerlingen in havo 4 bleef zitten, is dat in 2022 19 procent.’ In absolute aantallen komt dat neer op ruim tienduizend leerlingen. Opvallend is dat het aandeel jongens in beide categorieën flink groter is dan het aandeel meisjes.
De inspectie ziet corona als een oorzaak: ‘Mogelijk is hier sprake van uitgesteld zittenblijven: aan het eind van schooljaar 2019-2020, het eerste coronajaar, bleven minder leerlingen zitten dan in eerdere jaren.’ Feit is dat het probleem dat 4-havo-leerlingen vastlopen niet nieuw is, maar wel toeneemt. “Het is lastig om één oorzaak aan te wijzen”, zegt projectleider Aalfs. “Puberteit speelt een rol, coronamaatregelen hebben bijgedragen, en we horen ook dat de overgang van 3 naar 4 havo voor sommige leerlingen te groot is.”
Sinds 2020 geldt bovendien de drempelloze doorstroom vanuit het vmbo, waardoor leerlingen uit de theoretische en gemengde leerweg zonder aanvullende eisen naar havo-4 kunnen. Dat pakt niet altijd goed uit, zoals Deejee heeft ervaren. “Het eerste jaar op de havo ging echt fout omdat het veel meer leren is dan op het vmbo. Bovendien miste ik de praktijkgerichte lessen. Echte havisten hebben een andere houding, ze zijn leergieriger.”

Druk
De verwachte uitval van vmbo’ers op de havo is een van de redenen dat ROC Midden Nederland met de mbo-klas is gestart. Maar in praktijk bestaat de klas voornamelijk uit leerlingen die vanaf het begin al op de havo zitten. De oorzaak daarvan kan volgens Aalfs liggen in de druk die ouders al in groep 8 uitoefenen om kinderen naar zo’n hoog mogelijk niveau te krijgen. “Het vmbo heeft een negatief imago en is voor veel ouders geen optie. Maar op de havo struikelen de leerlingen alsnog.”
En vaak niet omdat ze het niveau niet aankunnen, vult studentcoach Miranda van der Vegt aan. “Sommige leerlingen zijn heel praktijkgericht, die komen op het mbo veel beter tot hun recht.”
De pilot is met negen middelbare scholen uit de regio en twee studentcoaches gestart op de Tech Campus van het ROC Midden Nederland in Nieuwegein. De havo-decanen wijzen leerlingen door. Na een geslaagde intake met de coaches nemen ze twee dagen per week deel aan het programma, de andere dagen gaan ze nog naar hun oude school. De samenwerking is uniek, zegt Aalfs. Deels vindt financiering plaats uit middelen voor voortijdig schoolverlaten, de rest betalen het ROC en vo-scholen samen. “Het bijzondere is dat de scholieren op hun vo-school ingeschreven blijven, terwijl ze hier les krijgen.”
Studentcoach Van der Vegt: “Het is best pittig om het jaar af te moeten maken als je al weet dat je het niet gaat redden. Alleen al door deelname aan dit programma, krijgen ze nieuw perspectief. Het is zo waardevol dat ze samen met andere leerlingen die in dezelfde situatie zitten, de ondersteuning krijgen om de volgende stap te ontdekken.” Collega Carla de Groot: “Ze hebben allemaal hun eigen verhaal waarom ze vastlopen op de havo, maar de gemene deler is de teleurstelling daarover en in zichzelf.”
In het programma is er veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Weten wie je bent, wat je kan en wilt is immers nodig om een goede keuze te maken. Het betekent dat je je kwetsbaar opstelt, en dat is niet eenvoudig, weet Stef. “Ik heb nog nooit eerder zoveel persoonlijks gedeeld. En nu hebben we op dag 2 allemaal al ons verhaal verteld, met alle emoties die erbij horen. Dat was niet erg, want we begrepen elkaar. Daar is echt groepsgevoel ontstaan.”
“Ik heb door die lessen een betere kijk op mezelf gekregen”, vertelt Deejee. “Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat niet alles binnen je controle ligt, maar dat je wel je denken daarover kunt beïnvloeden. Die andere mindset helpt me echt om met rotsituaties om te gaan.”

Voedselbank
Daarnaast biedt het programma een oriëntatie op beroepen en vervolgopleidingen, waarbij leerlingen colleges binnen het roc bezoeken. Ze kijken in de lokalen, kunnen vragen stellen aan studenten en doen workshops. Zo leerden ze koffie maken als een professional tijdens een Barista-workshop bij Horeca & Toerisme College. “Voor leerlingen is het belangrijk om de sfeer te proeven”, zegt Van der Vegt. “Zo krijgen ze een beeld van wat mogelijk is en wat bij ze past. Ze vinden dit het allerleukste onderdeel.”
Een ander onderdeel is de stage. Stef werkte een dagje in een verpleeghuis, bij een voedselbank en bezocht een drone-evenement. “Ik weet nu dat het werken in de zorg niets voor mij is, maar dat ik het wel fijn vind om mensen te helpen”, vertelt hij. “De Amsterdam Drone week vond ik supercool, daar wil ik echt in verder.”
Deejee heeft de kans om stage te lopen aan zich voorbij laten gaan. “Ik had niks gevonden en dan denk ik al snel: aha, een vrije dag.” Het stipt precies de moeilijkheid aan voor de begeleiders. Projectleider Aalfs: “Het programma is niet verplicht, je krijgt hier geen punten of straf. Dus dat is soms best lastig, zeker als leerlingen hun keuze al hebben gemaakt. Het is een pilot, dus we gaan nog evalueren wat beter kan. Zo gaan we dit jaar twee keer een korter programma aanbieden, en ook op een andere locatie.”

Steviger
De meeste leerlingen zijn het nieuwe schooljaar in een mbo-opleiding gestart, behalve Deejee. “Ik wil eerst een jaartje werken en dan weer naar school. Deze keuze voelt voor mij nu als de beste en het is fijn dat ik door de begeleiding dat nu zeker weet.” Stef volgt een mbo-opleiding dronetechniek. “Ik hoop nog geavanceerdere drones te kunnen bouwen die een stuk stiller zijn dan die hier rondvliegen”, zegt hij lachend terwijl hij wijst naar een drone die heel toevallig door de kantine vliegt.
Volgens Van der Vegt hebben leerlingen vaak al wel een beeld van wat ze willen, maar gaan ze door dit programma veel steviger de keuze maken. “Ze weten wat bij hen past, wat goed is voor ze. Ze maken daardoor een zachtere landing op het mbo. Het is heel leuk om daaraan bij te kunnen dragen.” Collega De Groot knikt bevestigend: “We vragen elke leerling vooraf wat ze hopen te bereiken. Eentje zei: dan zit hier een heel leuk en vrolijk iemand die weet wat hij wil. Hoe mooi is het dat dat voor allemaal gelukt is?!”

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.