• blad nr 7
  • 1-9-2023
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

AOb wil professioneel statuut serieus nemen

Meer zeggenschap voor leraren klinkt mooi, maar in de praktijk komt het er maar niet van. Vijf jaar na de wettelijke verplichting lijkt het professioneel statuut een stille dood te sterven. De AOb wil het nieuw leven in blazen.

‘Het opstellen van een professioneel statuut lijkt op dit moment geen prioriteit te hebben’, schrijft de inspectie in het onderwijsverslag van 2022. Had het jaar ervoor nog 46 procent van de scholen een statuut, in 2022 is dat aandeel ‘met 35 procent ongeveer terug op het niveau van de nulmeting in 2019’. In het inspectieverslag van dit jaar komt het hele onderwerp niet meer aan de orde.
En dat terwijl het voor elke school een verplicht document is. Het is onderdeel van de Wet beroep leraar, die vijf jaar geleden is ingevoerd om leraren in po, vo en mbo meer zeggenschap te geven. In een professioneel statuut bepalen de docenten zelf wat zij nodig hebben voor het geven van goed onderwijs op hun school. Ze geven er samen antwoord op vragen als: wat komt er tijdens de lessen aan bod, wie kiest de leermiddelen, hoe en wanneer wordt er getoetst?

Vodje
Een mooi idee, maar het ideaalbeeld is ver weg. Dat blijkt ook uit het onderzoek van het Onderwijsblad naar autonomie. Meer dan de helft van de 680 deelnemers weet niet wat een professioneel statuut is. Van de 20 procent deelnemers waar wel een professioneel statuut op school is, geven verreweg de meesten aan dat ze er geen invloed op hebben gehad. Een vo-docent ziet haar autonomie daardoor zelfs afnemen. ‘Het statuut is ingezet om de vrijheid te beperken in plaats van dat het aangeeft wat de vrijheid is.’ Volgens een mbo-docent heeft het document geen status en is het ‘een vodje in de onderste la van het archief’.
Dat er voor dit artikel geen vo-school is gevonden waar het statuut wel al jaren goed werkt, noemt AOb-bestuurder Jelmer Evers best schokkend. “Het is wettelijk verplicht, dus besturen hebben dit ook laten liggen en de inspectie heeft er te weinig naar gekeken. Het zegt wel iets over hoe belangrijk iedereen die autonomie daadwerkelijk vindt. Er wordt veel over gesproken maar in de praktijk komt het niet van de grond.”
Dat komt ook doordat het onderwerp voor veel docenten te weinig concreet is, denkt Evers. “Het professioneel statuut zegt ze vaak niet zo veel. Maar als je vraagt: wil je invloed hebben op welke ict de school in komt, wie welke methode aanschaft of hoe collega’s worden opgeleid? Dan is het antwoord: ja natuurlijk. Als je zeggenschap wilt, moet je dat regelen en afspraken op papier zetten. Dat is het professioneel statuut, meer is het niet. Simpel, maar je moet het wel doen.”

Moeilijk
Het ‘hoe’ is volgens hem iets wat wel meer aandacht behoeft. “Op de lerarenopleiding leer je niet hoe je met elkaar het gesprek aangaat, tot autonomie komt en elkaar kunt blijven vasthouden als het moeilijk wordt”, vertelt hij. “De vakbond kan hier een goede rol in vervullen, want er zit ook altijd een arbeidsvoorwaardelijke kant aan. Als je weet wat mogelijk is qua regelgeving, wat uit onderzoek blijkt en hoe collega-scholen het doen, dan sta je veel sterker om de discussie binnen school goed te voeren.”
AOb-rayonbestuurder Jan Menger merkt dat teams veel baat hebben bij de scholingsdag over het professioneel statuut die de bond op verzoek organiseert. “Hoe de zeggenschap goed gestalte krijgt in de school, ook juridisch gezien, kan knap lastig zijn. Dan is begeleiding in hoe je een docentenberaad samenstelt die echt invloed heeft en hoe je een goed statuut opstelt, heel welkom.”
Het lerarentekort en de hoge werkdruk maken het niet makkelijker om hier tijd voor te vinden, weet Menger. “Afgelopen jaren is er weinig vraag naar begeleiding bij het professioneel statuut. Het voelt als iets wat ook nog moet. Maar als je zelf de regie weer kunt pakken en de ruimte krijgt om de dingen te doen die jij belangrijk vindt, dan vergroot dat het werkplezier. Daardoor neemt de werkdruk aantoonbaar af.”
De vaak voorkomende gedachte dat de medezeggenschapsraad al voldoende zeggenschap heeft, is onjuist. De mr heeft alleen medezeggenschap, zoals instemmingsrecht bij nieuw schoolbeleid. Met een professioneel statuut kunnen docenten vóóraf afspraken vastleggen. “Dat betekent bijvoorbeeld dat leraren samen met de directie kunnen werken aan het schoolplan”, vertelt Menger. “Dat het plan dan dus al gedragen wordt door de docenten, maakt het werk voor de mr ook makkelijker. Andersom: iets veranderen aan bestaand beleid, is vaak een heel lastige weg.”

Model
Om leraren beter op weg te helpen, werkt de AOb aan een model professioneel statuut dat als voorbeeld kan dienen. Menger: “Zo hoeven teams niet zelf het wiel uit te vinden.”
Goed nieuws is dat het professioneel statuut voor po en vo onlangs is opgenomen in het toezichtkader, net zoals voor het mbo. De wet is volgens Evers alleen nog niet duidelijk genoeg over de status van het statuut en de bevoegdheid van docenten. “Dit willen we graag scherper geformuleerd zien. Uiteindelijk ligt de eindbevoegdheid bij het bevoegd gezag en kan ook de mr het statuut aan de kant schuiven. Dat moet anders.”
Daarnaast werkt de AOb met andere onderwijsorganisaties aan een sterke beroepsgroep en het formuleren van een beroepsstandaard. “Het helpt enorm als je landelijk kunt zeggen: dit vinden wij als docenten belangrijk”, zegt Evers, die in de cao wil vastleggen dat docenten voldoende tijd voor zeggenschap krijgen. “Lesgeven is fantastisch, maar niet als er te veel van boven wordt bepaald. Door een professioneel statuut kun je op jouw school je werk doen zoals jij dat graag zou willen. Dat is in ieders belang, omdat dit zowel het werkplezier als de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt.”

Heb jij als leraar nuttige ervaring met het opstellen van het professioneel statuut op jouw school? Laat het de AOb weten en help mee de regie op school te pakken. Contactpersoon: Roos Bonnemaijers, rbonnemaijers@aob.nl

Praat mee over jouw vak: beroepsbeeldleraar.nl

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.