• blad nr 7
  • 1-9-2023
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Vaste contracten staan verder onder druk

Door de val van het kabinet dreigt uitstel voor een wetsvoorstel dat paal en perk moet stellen aan het groeiende aantal tijdelijke contracten in het onderwijs. Leerkrachten zonder vast contract zijn dan de dupe.

Ruzie over het asielbeleid werd het kabinet Rutte-4 fataal. Op vrijdagavond 7 juli viel het doek voor de ploeg van 29 ministers en staatssecretarissen, halverwege de regeerperiode. Daarmee staan de onderwijsplannen, eind 2021 met veel ambitie gepresenteerd, na anderhalf jaar alweer op losse schroeven. Zoals de plannen om het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken met beter personeelsbeleid bij schoolbesturen, onder meer door het aantal tijdelijke contracten terug te dringen.
Het aandeel vaste contracten is de afgelopen tien jaar gestaag afgenomen, zoals het Onderwijsblad al eerder belichtte. Vooral in het voortgezet onderwijs en mbo zette die trend vorig schooljaar door, zo blijkt uit cijfers die uitvoeringsorganisatie DUO openbaar heeft gemaakt.
Kijk maar eens naar het voortgezet onderwijs. Vergeleken met een jaar ervoor is het aantal leraren met een tijdelijke aanstelling in het afgelopen schooljaar met ruim 1.500 toegenomen naar een kleine 17 duizend. De laatste twee jaar gaat het om een stijging van ruim drieduizend, oftewel ruim 22 procent. Het aantal docenten met een vast contract nam juist met duizend af. Ook in het middelbaar beroepsonderwijs daalt het aantal vaste aanstellingen en nemen tijdelijke contracten steeds meer toe. Inmiddels heeft 78 procent van de mbo-docenten een vast contract. In het primair onderwijs is dat percentage de laatste paar jaar gestabiliseerd rond de 88. In de tabel op deze pagina staan de vaste contracten voor al het personeel.

Maatregelen
Achter deze cijfers schuilen soms schrijnende verhalen van leerkrachten die almaar niet in aanmerking komen voor een vast dienstverband. Ze raken gedesillusioneerd en keren uiteindelijk het onderwijs de rug toe. Het wetsvoorstel Strategisch Personeelsbeleid wil daar iets aan doen, als onderdeel van een bredere aanpak van het lerarentekort. Bedoeld om al in te gaan op 1 augustus 2024, laat het schoolbesturen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs zien waar goed personeelsbeleid aan moet voldoen. Het introduceert ook een paar opvallende, concrete maatregelen die alleen gelden voor het primair en voortgezet onderwijs. Zo maken medewerkers na een jaar aanspraak op een vast contract en worden er grenzen gesteld aan externe inhuur via uitzend- en detacheringsbureaus. Bovendien moet elk schoolbestuur ervoor zorgen dat 80 procent van de personeelsleden (alle medewerkers, niet specifiek leraren) een vast dienstverband heeft.
De AOb is positief gestemd over het wetsvoorstel; de bond trekt al langer aan de bel over de vele tijdelijke aanstellingen, flexcontracten en uitzendconstructies. “Er zijn zeker veel goede werkgevers, maar ook teveel die het echt niet goed doen”, aldus AOb-bestuurder Jelmer Evers. “Dit is wel degelijk een probleem in het vo.”
Werkgevers kijken er heel anders naar en namen de plannen onder vuur. ‘Ongewenst en overbodig’, zo klonk het bij de werkgeverskoepels in het funderend onderwijs. De stijging van het aantal tijdelijke contracten ligt niet aan onwelwillendheid, maar zou een gevolg zijn van de vele eenmalige geldstromen in het onderwijs, zoals de coronamiljarden uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). “Scholen hebben al 80 procent van de leraren in vaste dienst”, verklaarde VO-raad-voorzitter Henk Hagoort voor de zomer. Bij de internetconsultatie van het wetsvoorstel, die tot en met half juni open stond en 160 openbare reacties opleverde, verklaarde de VO-raad dat het voortgezet onderwijs ‘nagenoeg’ voldoet aan 80-procentsnorm voor vaste contracten.

Verhullend
De cijfers vertellen een ander verhaal. Van alle personeelsleden in deze sector - directie, leraren, ondersteuners - had 77 procent vorig schooljaar een vaste aanstelling. En vooral: de norm geldt voor elke werkgever afzonderlijk. Eén gemiddelde voor de hele sector verhult de verschillen tussen de instellingen; zo blijven de slechte appels verschuild tussen de goeie. Een analyse door het Onderwijsblad laat zien: het gros, drie op de vijf schoolbesturen in het vo, blijkt onder de 80-procentsnorm te zitten.
In het primair onderwijs voldoet een ruime meerderheid van de instellingen wel aan die 80-procentsnorm. Mede door een flinke toename van ondersteuners, met veelal tijdelijke contracten, is de afgelopen jaren het gemiddelde over al het personeel hier wel stapsgewijs gedaald naar nog geen 83 procent.
Alle opmerkingen uit de internetconsultatie worden beoordeeld en gewogen, zo liet een OCW-woordvoerder deze zomer weten. Hoe het daarna verder gaat, zal in september spoedig moeten blijken. Nu het kabinet demissionair is, stelt de Tweede Kamer een lijst op met onderwerpen die ‘controversieel’ gelabeld worden en die voorlopig in de ijskast belanden. Als ook het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid dit lot beschoren is, blijft het op de plank tot een volgend kabinet besluit wat ermee zal gebeuren. En waarschijnlijk is het aantal tijdelijke contracten tegen die tijd weer verder toegenomen.


Percentage vaste contracten blijft dalen in vo en mbo. Peildatum: 1 oktober van elk jaar. Bron DUO
2012 2020 2021 2022
Primair onderwijs 92,9 85,8 83,6 82,6
Voortgezet onderwijs 84,6 81,8 79,7 77,1
Middelbaar beroepsonderwijs 87,1 79,8 77,3 76,2


Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.