• blad nr 7
  • 1-9-2023
  • auteur J. Vreugdenhil 
  • Redactioneel

 

Stakers komen op voor collega’s en leerlingen


Het primair en voortgezet onderwijs staken op 5 oktober. Leraren en docenten leggen uit, waarom ze straks meedoen met de acties.

‘Waarom wordt een leraar niet vorstelijk beloond?’

Annemarie Proost, docent geschiedenis en big history en coördinator onderwijsontwikkeling op het Cartesius Lyceum in Amsterdam.

“Ik vind staken belangrijk. Mijn ouders, die beide in het onderwijs werkten, staakten vroeger ook regelmatig. Wij gingen dan als kinderen mee de straat op voor beter onderwijs. Die familietraditie is voortgezet toen in 2019 mijn dochter, die nog op de basisschool zat, meestaakte voor beter onderwijs. Op 5 oktober staak ik vooral uit solidariteit met mijn jongere collega’s, die het stukken lastiger hebben dan de docenten van mijn generatie. Wij hadden het geluk dat de studiefinanciering ruimer was opgezet en dat de huizenprijzen nog redelijk te doen waren. Ik red het prima met mijn salaris en mijn koophuis, maar mijn collega’s van acht jaar jonger en daaronder hebben het zwaarder. Helemaal in Amsterdam waar echt alles duurder is. Dat is nog erger geworden sinds de inflatie, iets waar met de salariëring totaal geen rekening mee wordt gehouden.
Leraren zijn broodnodig, want ieder kind heeft recht op goed onderwijs. Dus waarom wordt een leraar daar niet vorstelijk voor beloond? En wat mij betreft mag dat per regio verschillend zijn. Voor leraren in de steden een hoger salaris. Want ik merk bij jongere collega’s dat ze noodgedwongen een huis buiten de stad moeten kopen of huren. En vaak stappen ze na een tijd heen en weer reizen over naar een baan bij een school in de buurt. Zo vertrekken keer op keer goede leerkrachten uit de stad. Het is de hoogste tijd voor verandering en daarom ga ik staken.”

‘Inflatiecorrectie is ontzettend redelijk’
Martin Bakker, docent aardrijkskunde en natuur, leven en technologie aan het Segbroek College in Den Haag.

“Het is jammer dat we überhaupt moeten staken, want de eis van 12 procent inflatiecorrectie is ontzettend redelijk. Zo zonde van alle energie ook, want op deze manier komen we totaal niet toe aan het bespreken en oplossen van andere problemen in het onderwijs. Zoals het gebrek aan autonomie in de klas en het lerarentekort. Maar ik ben er 5 oktober zeker bij, want alle leraren moeten hun rekeningen kunnen betalen. Ik staak vooral voor docenten en medewerkers die maandelijks heel weinig, of geen, geld overhouden. Dat zijn vaak de jonge docenten en die willen juist niet kwijt.
De zorg zit wat mij betreft dan ook vooral in de toekomst van ons vak. Je ziet de populariteit van werken in het onderwijs dramatisch achteruitgaan in de vorm van niet in te vullen vacatures. Het niet meegaan in de inflatiecorrectie helpt daar niet bij. Zorg nou dat het vak aantrekkelijk genoeg is en blijft. Zo lang ik in het onderwijs werk, en dat is nu zo’n zestien jaar, valt mij op hoe loyaal docenten zijn. Dat ze de leerlingen altijd op nummer 1 zetten en niet voor zichzelf opkomen. Dat is naar mijn idee iets waar we vanaf moeten. Door voor jezelf op te komen, kom je uiteindelijk ook voor je leerlingen op. Ik doe het zelf ook niet altijd, maar dat ga ik na de zomer doorbreken door te staken.”

‘De sjeu gaat er behoorlijk vanaf’
Sylvia Baljak, docent Nederlands aan het Keizer Karel College, Amstelveen.

“De staking van 5 oktober zie ik als een stevig signaal vanuit de leraren dat er nu echt stappen gezet moeten worden. Mijn voornaamste drijfveer is en blijft de slechte prijs-kwaliteitverhouding van het vak leraar. Vooral de grote klassen en lange werkdagen maken het onaantrekkelijk. Omdat er weinig zicht op verbetering is, gaat de sjeu er ook behoorlijk vanaf. Zeker in vergelijking met andere landen staat het vak leraar er in ons land niet goed op, en dat is jammer. Zolang de arbeidsvoorwaarden niet verbeteren, moet op zijn minst het salaris voldoen. Anders willen jonge mensen zich al helemaal niet met zo’n zwaar beroep inlaten. Je ziet nu al dat veel leraren, vooral in de jonge generatie, als gevolg van de werkdruk deeltijd gaan werken. Dat is voor het lerarentekort geen gunstige ontwikkeling. Net als dat het ongunstig is dat we te weinig tijd hebben voor de randvoorwaarden, zoals effectiever met ouders overleggen en zorgleerlingen effectievere extra aandacht geven. Ik heb al eerder gestaakt, in 2014 bij het Muziekgebouw in Amsterdam. Dat was destijds tegen de enorme werkdruk in het onderwijs en het tekort aan tijd om lessen goed voor te bereiden en aan andere zaken toe te komen. Er waren zo’n vierduizend leraren aanwezig en dat gaf een goed gevoel. Dat je met z’n allen de hoop deelt op verbetering en vergelijkbare verhalen om je heen hoort. Daarom ben ik er dit jaar ook weer bij. Om samen hopelijk het verschil te maken.”

‘Het beroep aantrekkelijk maken, kan simpel zijn’
Eddy Erkelens, leerkracht bovenbouw op basisschool School met de Bijbel in Bleskensgraaf.
“Het beroep leraar heeft nog wel wat achterstallig salaris in te halen. De salarissen in het primair onderwijs zijn vorig jaar dan wel eindelijk gelijkgetrokken met die van het voortgezet onderwijs, maar de inflatie is torenhoog en ook daar moet voor gecompenseerd worden. Net als bij andere beroepen die allemaal 10, 12 tot 14 procent erbij krijgen. Dan lijkt me toch dat 12 procent een zeer realistische vraag is, en de geboden 5 procent te weinig. Er wordt veel van de leraren verwacht, waardoor er steeds minder tijd en ruimte is om buiten de klas dingen te doen. En de zaken waar het kabinet direct invloed op heeft, daar gaan ze niet mee aan de slag. Zoals een salarisverhoging. Want hoe simpel kan het zijn om het beroep aantrekkelijk te maken. Mijn collega’s staken 5 oktober zeer waarschijnlijk niet. Op de christelijke scholen waar ik tot nu toe gewerkt heb, is er weinig animo om te staken. Dit omdat de overheid over ons gesteld is. Terwijl ik vind dat we best mogen laten zien dat we het niet eens zijn met de gang van zaken. Staken als laatste redmiddel om duidelijk te maken dat het echt anders moet in het onderwijs. Ik hoop dat van harte dat ook mijn collega’s van de christelijke scholen dit keer wel meer aan zullen sluiten. Al was het alleen maar om te strijden om het vak aantrekkelijk te maken en houden voor de toekomstige generaties leraren. Het is een prachtig vak en dat mag en kan niet verloren gaan. En al helemaal niet door een laag salaris.”

‘Ze willen ons weer laten zitten’

Sean Wylde, leerkracht in groep 3 tot en met 5 op de 9e Montessorischool de Scholekster in Amsterdam.

“Jazeker ga ik staken, ook al zijn bij mij op school de zaken goed geregeld. Op de 9e Montessorischool de Scholekster in Amsterdam waar ik werk heb ik een groep 3-5 met twintig kinderen. Dat verschaft me veel werkplezier. Ik heb een heel gevarieerde klas met joodse, islamitische en atheďstische leerlingen. Ik heb kinderen van Amsterdamse hipsters en vluchtelingen. Arm en rijk zit hier door elkaar heen. Als mijn dochter straks naar school gaat, zou ik ook zo’n school voor haar willen.
Dat ik toch wil meedoen met de acties is dan ook niet voor mezelf, maar voor collega’s en leerlingen op heel veel scholen waar de zaken niet zo goed geregeld zijn. De lerarentekorten zijn er juist in de achterstandswijken, waar kinderen toch al met 1-0 achter staan.
Voor collega’s en leerlingen op die scholen ga ik straks staken. De kinderen van Tweede Kamerleden, kinderen uit de rijkere wijken, hebben van dat soort problemen niet zo veel last. Om genoeg leerkrachten naar het vak te trekken moeten we een concurrerend salaris betalen. In de afgelopen jaren hadden we de zaken qua salaris juist zo goed geregeld en nu willen ze ons weer laten zitten door ons dichtbij de nullijn houden. Een collega van mij is onderwijsondersteuner. Zij verdient meer bij de Ikea dan met haar werk in de klas. Als ik straks actie voer, dan doe ik dat ook voor haar.”
Lees meer over Sean Wylde in het verhaal over de impact van grote klassen elders in dit nummer.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.