• blad nr 6
  • 1-6-2023
  • auteur L.. van Sadelhoff 
  • Redactioneel

 

‘Steun je depressieve collega’

Bart de Groof is docent Nederlands en kampte met een ernstige depressie. Alsof er een zware, klamme deken om hem heen hing zo voelde het. Hij schreef er een boek over. “Leraren moet elkaar steunen als het niet goed gaat, en niet wegkijken.”

Bart de Groof (60), docent Nederlands, zit in zijn woonkamer in het Belgische Lommel. Hij zegt het wel een paar keer in het gesprek: één van de moeilijkste dingen van een depressie is dat je het niet ziet aankomen. Het is als een kat die ineens op je schoot springt.
Hij merkte het voor het eerst op de middelbare school waar hij al 23 jaar lesgeeft. Hij was altijd een bevlogen leraar, zo’n docent die dan, als de leerlingen een toets hadden en De Groof ze hoorde zuchten, zei: ‘Zal ik voorzeggen?’ Ja, ja, knikten de leerlingen dan, ‘graag!’ Dan zei De Groof: ‘Voor’. Of, hij zei dingen tijdens zijn uitleg zoals: ‘In het woord onderzeeër komt op de laatste e het trema pas boven water.’ Functionele humor, daar houdt hij van en lachende leerlingen: kan hij ook van genieten.
Vijf jaar geleden werd hij ineens steeds vermoeider. Eerst ging het nog goed tot de eerste pauze, maar al gauw begon het al na de derde les, na de tweede, na de eerste en op een gegeven moment was de vermoeidheid er al meteen na het opstaan. Hij liet steken vallen, begon afspraken te vergeten, vergat soms overhoringen af te nemen. De Groof, lachend: “Ja, dat vonden die leerlingen meestal wel leuk.”
‘Ik zie een ongelukkige Bart’, zei een hr-medewerker van school op een gegeven moment. “Ze stelde vast dat ik het werk niet meer aankon. Maar ze wist niet wat er werkelijk met mij aan de hand was. Mijn leerlingen waren juist de afleiding van die depressie.” Hij kreeg een negatieve beoordeling en kwam thuis te zitten. Hij kon het achteraf wel verklaren: hij had een vechtscheiding achter de rug die vijf jaar duurde en verloor in korte tijd dierbare vrienden. “Het was te veel van het goede.”
De Groof werd met spoed opgenomen in een Belgisch ziekenhuis. Daarna kreeg hij intensieve therapie en sleet hij zijn dagen voornamelijk thuis, in bed. “Ik ging naar de supermarkt om eten te halen, zorgde dat het thuis netjes was ik ben een poetsend persoon. Maar verder lukte niets me. Een vreemde gewaarwording, dat je lijf het laat afweten.”
Na een paar maanden keerde De Groof op aanraden van zijn werkgever terug naar zijn werk. “Te snel”, zegt hij daar nu over. “Veel te snel. Voor herstel, écht goed herstel, is zo veel tijd nodig en hulp.” Maar ook: begrip en erkenning. In de lerarenkamer voelde hij zich genegeerd: “Niemand vroeg hoe het met me ging, wat er was gebeurd de afgelopen tijd. Dat deed veel met me. En ik dacht ook: zou het ook zo zijn gegaan als ik een gebroken been had gehad, of nierfalen?”

Pijnlijk
De depressie kwam na een jaar in alle hevigheid terug. De Groof belandde in 2021 in een ziekenhuis in Tilburg. Hij weet nog dat hij met medepatiënten door het park wandelde en zich afvroeg: wat doe ik hier? “Dan wees een begeleider ons op een eekhoorntje ergens in een boom en dacht ik: hou toch op met je eekhoorntjes, ik wil naar mijn leerlingen.”
Maar hij wist ook: ik kan pas naar mijn leerlingen, als ik doe wat er van me gevraagd wordt. Dus hij sprak met psychologen. Maakte tekeningen. Deed mee met bewegingsoefeningen in een gymzaal. Praatte intensief met lotgenoten. Ondertussen bleef het contact met collega’s uit. “Dat is iets wat nog steeds pijnlijk is.”
Dat is nu zo’n anderhalf jaar geleden. De deken is verdwenen, al ligt hij misschien nog wel ergens in ‘n hoekje. “Het is lichter in mijn hoofd en ik ben dankbaar voor de professionele hulp, en voor mijn familie, vrienden, mijn vriendin.” De Groof zal niet terugkeren op zijn oude school, hij re-integreert sinds kort op een school in het Belgische Lommel, voor kinderen met autisme. “Het zijn kleine klasjes, van acht leerlingen en ik vind het fantastisch. De leerlingen, de mensen, de werkcultuur… Ik had niet verwacht dat het zo goed zou gaan. Ik word ook zo goed begeleid: eens in de zoveel tijd heb ik een gesprek met een collega over hoe het gaat, wat ik nodig heb.”
De Groof schreef een boek over wat hij meemaakte: Mijn kapstok ligt in het ziekenhuis, met gedichten, verhalen, liedjes en hij maakte als cabaretier en tekstschrijver een voorstelling waarin hij uitgebreid vertelt over zijn depressie. In de hoop er anderen mee te kunnen helpen. “Zoek hulp. Dat is mijn eerste advies aan mensen.” Ook op school is hij er open over. Hij laat zich niet meer leiden door angst, is strijdbaar, vertelt aan zijn collega’s: dit is wat me is overkomen en dit kan iedereen overkomen. “Ik denk dat je als leraar ook een voorbeeldfunctie hebt. En als je er niet voor elkaar kunt zijn en niet eerlijk durft te zijn naar elkaar, wat voor een voorbeeld geef je dan aan je leerlingen?”

Bart de Groof, Mijn kapstok ligt in het ziekenhuis, Positon Uitgevers, € 16,90

{kader}
Tips van Bart de Groof voor lotgenoten met depressie of burn-out:
1. Praat erover
“Neem een collega in vertrouwen met wie je het goed kunt vinden, probeer begrip te kweken bij je leidinggevende, leg hem of haar uit hoe het met je gaat. En bij echt belangrijke gesprekken kan het goed zijn iemand van buitenaf, een vriend of partner of familielid, mee te nemen, als je zelf niet meer uit je woorden komt of moeite hebt met dingen te onthouden.”

2. Wees open naar de bedrijfsarts
“De bedrijfsarts is juist geen vijand, ook die heeft er baat bij om jou zo gezond mogelijk weer aan het werk te krijgen. De bedrijfsarts denkt mee in het belang van de werknemer en het is goed om open te staan voor constructieve advies.”

3. Kruip niet in de slachtofferrol
“Probeer te bewegen, ook als je er nul zin in hebt. Wandelen, fietsen, hardlopen, in de tuin werken. Alles kan helpen: bezoekjes van vrienden, familie of buren.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.