• blad nr 6
  • 1-6-2023
  • auteur K. de Weert 
  • Idee

 

Leren met je lijf

Barbara de Mooij is psychomotorisch kindercoach én leerkracht in groep 3 van de Duinroos in Katwijk. Haar kennis over hoe het lijf en leerprestaties aan elkaar gekoppeld zijn, gebruikt ze vol passie op school.

“Als een kind moeite heeft met lezen of rekenen, dan zijn we als leerkracht geneigd extra lees- of rekenoefeningen te geven”, aldus Barbara de Mooij. Maar wat als het kind nog zo zijn best doet, thuis braaf elke avond veel leest, maar niet vooruitkomt? Dan kan het volgens de leerkracht vaak helpen om naar de psychomotorische ontwikkeling van het kind te kijken en de juiste bewegingsoefeningen te geven. “Bewegen en leren kun je niet los van elkaar zien.”
Psychomotorische bewegingsoefeningen gaan volgens De Mooij een laag dieper dan bewegend leren, waar ze groot voorstander van is. “Er is veel overlap met bewegend leren, maar als psychomotorisch kindercoach kijk ik hoe je beweging efficiënter kunt inzetten en daarmee werkt aan de rijpheid van de hersenen. Dit heeft invloed op leren en gedrag. Psychomotoriek betekent dat je lijf en hersenen in verbinding met elkaar staan. Er is een wisselwerking tussen beiden. Ik help kinderen meer in balans te komen door verschillende beweegvormen gericht in te zetten en geef ze net dat zetje om tot leren te komen.”
De Mooij volgde op kosten van school de opleidingen Psychomotorisch Kindercoach, Reflexintegratie en Coördinator Bewegend Leren in het Basisonderwijs, waarmee ze leerde hoe ze haar kennis op school kan toepassen. Sinds dit schooljaar is ze elke vrijdagochtend ingeroosterd als psychomotorisch kindercoach en begeleidt kinderen uit diverse klassen individueel, screent kleuters op hun psychomotorische rijpheid en adviseert collega’s.
Bij het ‘screenen’ van de kleuters uit groep 2 neemt De Mooij ze in groepjes mee naar de kleutergymzaal en observeert in hoeverre ze psychomotorisch gezien rijp zijn voor groep 3. “Kunnen ze op één been staan, over een balk lopen en is hun balans goed? Dat zegt hoe goed de connectie is tussen de linker en rechter hersenhelft. Met hersenen die in balans zijn, is je lijf goed links-rechts georiënteerd en dit is belangrijk voor het leren lezen en onderscheid kunnen maken tussen bijvoorbeeld de letters b en d. Bij twijfel of een kind klaar is voor groep 3, kan mijn verslag meegewogen worden.” Daarnaast geeft ze de leerkracht beweegtips die goed zijn voor de ontwikkeling.
Ook gebruikt De Mooij haar kennis dagelijks in haar eigen groep 3. “In de klas zie ik bijvoorbeeld elk jaar kinderen die bij het leren van de schrijfletters hardnekkig de verkeerde richting op schrijven, geen vloeiende beweging maken en de pen stijf vasthouden. Ik geef ze geen schrijfoefeningen, maar ze krijgen een bolletje klei in elke hand en moeten daarvan met beiden handen tegelijk een balletje draaien. Zo oefen je gericht de fijne motoriek en train je beide hersenhelften om goed samen te werken dat heet lateralisatie waardoor het schrijven beter zal gaan.”

Letters onthouden
De leerkracht laat alle leerlingen in scheerschuim letters op hun tafel schrijven, zodat ze de beweging goed voelen en zo de letters beter onthouden. Bij rekenen mogen de kinderen met uitwisbare Stabilo Woody-potloden twee weides met een bruggetje ertussen op de vloer van het lokaal tekenen en als lammetjes overspringen van de ene weide naar de andere. Ze doet in de klas overgooi-spelletjes omdat het volgen van de bal met de ogen goed is voor de oogmotoriek. “Die is belangrijk om met lezen een regel van links naar rechts goed met de ogen te kunnen volgen, want daardoor gaat het lezen vloeiender.” Met woordjes flitsen doen de kinderen bij ieder woord een jumping jack en zo beweegt ze nog veel meer in de klas.
“Wat ik doe is niet nieuw. Deels zijn het de bekende energizers, maar dan wel met bewegingen die ik gericht kies. En deels haal ik eigenlijk ouderwetse dingen terug. Toen de kleuteropleiding nog bestond, de KLOS, leerden kleuterleerkrachten al dat kinderen eerst met hun lijf moeten leren voordat ze goed op papier, het platte vlak, kunnen werken. Dat ze eerst fysiek moeten ervaren wat links en rechts of boven en beneden is. Ze deden veel vouwwerkjes die goed zijn voor de schrijfmotoriek en het ruimtelijk inzicht, wat weer voor rekenen nodig is. Ze wisten dat je door kralen rijgen leert met twee handen iets verschillends te doen. Dat heb je bij schrijven nodig waarbij je met de andere hand het papier vasthoudt en omhoog schuift. Maar ergens in die jaren vol onderwijsvernieuwing zijn we vergeten dat kinderen met hun lijf leren.”
Of er onderzoeken zijn die aantonen dat psychomotorische bewegingsoefeningen echt werken, vindt De Mooij lastig te zeggen. Wel ziet ze in de praktijk dat haar oefeningen effect hebben. “Ik vindt het daarom zonde dat veel leerkrachten de kennis over psychomotoriek niet hebben en zie het als mijn missie om er bekendheid aan te geven. Het kan veel kleine problemen oplossen en voorkomen dat leerproblemen ontstaan.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.