• blad nr 6
  • 1-6-2023
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Doe eens wat , mevrouw Oppers

De presentatie van de Staat van het Onderwijs is altijd in het voorjaar. ‘Tout’ onderwijs verzamelt zich in een zaaltje en de ministers komen op rapport. Jij en ik zijn daar nooit bij, wij geven dan les. Wel druppelt de onderwijszuur lekkende rapportage via de media langzaam in mijn brein. Het is ook deze keer weer slecht, heel slecht. Dat is niemands schuld, niet naar elkaar wijzen, we gaan ertegenaan, samen de schouders eronder, het wordt beter, maar niet het volgend jaar. Ziehier het inspectiedeuntje van de grijsgedraaide plaat die elk voorjaar weer bij hetzelfde refrein blijft hangen. Het couplet waarin het beter wordt, krijgen we niet te horen.
Op Twitter lees ik wel een sneer in onze richting, van Alida Oppers, de inspecteur-generaal. Letterlijk zegt ze tijdens haar presentatie van de Staat: ‘Goede instructie, rekening houden met verschillen en spreken over het nut van de les zien we heel weinig.’ Vraag is dan toch; hoe vaak zien jullie dat eigenlijk? En wat doen die leraren dan wel in hun les? Onbegrijpelijke instructie geven aan een homogene bulk die geen idee heeft waar de les over gaat? Kan dat zomaar?
Want ja, met lerarenopleidingen is best wat mis, maar instructie geven, aanzetten tot betekenisverlening, omgaan met verschil en de urgentie van de les benoemen, echt, zelfs op de meest therapeutisch-reflectieve portfolio-zweefopleiding komt dat aan de orde. Degene die dit niet laat zien tijdens zijn stage, krijgt geen bewijs van startbekwaamheid. De opleidingen die hierin verzaken, de inspectie kent ze vast, inspecteren is immers hun werk, verdienen een schrobbering.
Het kan natuurlijk zo zijn dat de professionele basisvaardigheid wel geleerd is, maar niet gebruikt wordt. Maar scholen hebben opleidingsdocenten, vak-coaches, coördinatoren, sectievoorzitters, teamleiders, conrectoren en een eindverantwoordelijk schoolleider. Zij bezoeken lessen. Bij matige kwaliteit sturen ze bij, de leraar die zich niet verbetert belandt in het traject dossiervorming. De schoolleiders die hierin verzaken, de inspectie kent ze vast, inspecteren is immers hun werk, verdienen een schrobbering.
Kortom, als klopt wat de inspectie zegt, dan is dit een misdaad tegen de samenleving, want slechte leraren beschadigen met slechte lessen de jeugd voor de rest van hun leven. Maar de inspectie constateert slechts. Daarmee is de ambtelijke dienst als de omstanders die een kind zien verdrinken in een vijver. Vanaf de waterkant roepen ze ach en wee, maar ze springen zelf niet in het water, het kind overlijdt.
De Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline stelde in zijn boek Reis naar het einde van de nacht (1932): ‘Filosoferen is alleen maar een andere manier van bang zijn en leidt uiteindelijk uitsluitend tot laf gehuichel.’ Daarom, geen woorden, maar daden. Na de misdaad volgt de straf, ongeacht wie het betreft… doe eens wat, mevrouw Oppers!

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.